8 beginnerstips voor leven met minder afval

Katja

Sinds een tijdje ben ik bezig met afval minderen. Dat is een uitdaging, want best een zoektocht. Je moet dan namelijk écht heel anders gaan denken en doen. Over alle details van je dagelijks leven. Om het makkelijk te maken heb ik 8 praktisch tips verzameld, die voor iedereen haalbaar zijn.

Omdat ik schrok van ons afval, met name de hoeveelheid plastic, ging ik me verdiepen in ‘no waste’. Ik schreef er een uitgebreide blog over op mijn eigen site.

Het is namelijk niet zo makkelijk. In onze consumptiemaatschappij, waar ‘gemak’ voorop staat, is het een hele toer om serieus afval te minderen.

Door het toch te proberen, ben ik al heel anders gaan denken over al dat plastic in ons leven. Dat is namelijk veeeeeeel… Dus doe mij dus maar een onsje minder… of liever: een paar kilo.

In dit artikel geef ik een aantal tips over leven met minder afval. Als je hiermee begint, ga je vanzelf anders kijken naar afval in je leven. Zo kom je erachter hoe gewend je bent aan bepaalde verpakkingen en manieren om iets te gebruiken. En hoe onzinnig dat soms is.

8 beginnerstips voor minder dagelijks afval

  1. Organiseer wekelijks een kliekjesmaaltijd, waarop je restjes uit koelkast en vriezer omtovert tot soep, saus, salade, stoofpot of ovenschotel. Het is een leuke, creatieve en intuïtieve manier van koken. En je ontdekt nog eens nieuwe combinaties.
  2. Voor vrouwen: knip uit een zacht katoenen lap oogmakeup-watjes en gezichtsreinigingslapjes. Die kun je in een klein linnen zakje wassen.
  3. Neem je eigen koffiemok mee onderweg en laat die vullen bij de koffiecorner, neem je eigen hervulbare drinkfles mee. Koop geen plastic flesjes meer. Als je toch onderweg drinken wilt kopen, kies dan voor recyclebaar blik of glas.
  4. Was jezelf niet meer met douchegel uit een plastic fles, maar met een stuk zeep uit ene papieren wikkel. Wil je nog verder gaan, was dan ook je haar met een speciaal zeepblok.
  5. Koop wat vaker op de markt, of in een stalleltje onderweg en stop je koopwaar in een linnen tasje of blikken trommel. Kijk eens of je dit kunt voortzetten bij de groentenman, de viskar, kaasboerof zelfs de bakker.
  6. Weiger onnodig plastic, zoals plastic rietjes/bordjes/bekertjes/bestek/prikkertjes of piepschuim materiaal. Gebruik bij het afwegen van groente in de supermarkt een duurzaam netje of zakken van dun textiel (linnen/katoen) in plaats van de plastic zakjes op de rol.
  7. Plan beter vooruit met slimmer boodschappen doen en maaltijden voor te bereiden. Door impulsief (of te laat) de supermarkt in te duiken, of zonder lunch op pad te gaan, kies je sneller gemaksvoedsel en gemaksproducten in vaak onnodige verpakking. Ook afhaal- of bestelmaaltijden zijn nogal ‘verpakkingsgevoelig’.
  8. Kijk eens naar een gebruiksvoorwerp of wegwerpvoorwerp en bedenk wat het afvalloze of plasticvrije alternatief is. Bijvoorbeeld: gebruik losse thee in een thee-ei of theefilter, gebruik lucifers in plaats van plastic aanstekers.

ALTERNATIEVEN zonder afval: in plaats van een theezakje een thee-ei met losse thee, in plaats van plastic aanstekers weer een ouderwets doosje lucifers gebruiken.

Meer tips?

  • Lees het boek Het Zero Waste Project van de twee zussen Nicky en Jessie Kroon
  • Volg op Instagram Easy Eco Tips
  • Zoek op internet naar de termen Zero Waste en No Waste

Jouw tip?

Heb je zelf een goede afvalbeperkende tip? Ik ben benieuwd!

3 bloggers over hun voedselverspilling na de Foodbattle

Ageda, Katja, Lilla

Vorige week streden wij, Katja, Lilla en Ageda, tegen elkaar in de Foodbattle. Dit is een initiatief van de gemeente Groningen en Milieu Centraal. De bedoeling is om 7 dagen lang een dagboek bij te houden over hoeveel eten we verspillen. Voor de organisatoren is dit nuttige informatie, voor ons een mooie gelegenheid om stil te staan bij hoe veel wij aan voedsel verspillen.

Per jaar gooien we in Nederland 40 kilo goed voedsel weg. Behalve dat dit geld kost (namelijk zo’n 140 euro per persoon per jaar), is het ook nog eens verspilde energie en onnodig gebruik van grondstoffen. Als duurzame bloggers mogen wij ons best bewuste eters noemen en op de hoogte zijn van voedselverspilling. Hoewel we in vergelijking met het landelijk gemiddeld aardig goed hebben gescoord, eindigen we niet op 0. Tijd voor wat zelfreflectie. Waar zijn we tegen aan gelopen tijdens de Foodbattle?

Lilla: “Ik heb mijn medebloggers uitgenodigd om samen met mij mee te doen aan de foodbattle. We zijn allemaal goed op weg, maar het is nooit een slecht idee om weer kritisch te zijn. Bovendien worden deze cijfers door de gemeente Groningen en Milieu Centraal gebruikt voor statistieken en ik vind dat de milieubewuste burger ook vertegenwoordigd moet worden. Ik heb bewust gekozen voor de herfstvakantie, om het nog een grotere uitdaging te maken. Waar ik zelf slecht scoorde was er eigenlijk sprake van een ‘domme fout’. Ik kan altijd goed inschatten hoeveel eten er gekookt moet worden zonder dat er te vaak restjes in de koelkast belanden (vers eten vind ik nou eenmaal zelf het lekkerst), maar deze week schatte ik onze honger op een avond iets te hoog in. Als je de restjes dan ook nog eens op het aanrecht vergeet, is dat wel zonde geweest. Verder heb ik 3 kiwi’s moeten weggooien omdat ze in de koelkast tegen de achterwand aan kwamen te zitten en zo bevroren. Toch maar weer de koelkast een graadje warmer zetten! En wat ook nog meespeelde waren de kontjes van het brood. Die vinden we allemaal niet zo lekker thuis. Achteraf denk ik: we hadden het ook kunnen bewaren voor de eendjes, dan hadden we ook nog een leuk uitje, maar die week waren we druk druk. Om af te sluiten met een positief verhaal: ondanks dat we schillen niet hoefden mee te rekenen heb ik toch mijn best gedaan om zo min mogelijk in de groentecontainer te gooien. Ik heb chips gebakken van wortel en aardappelschillen. En lekker dat het was!”

Recept: chips van aardappel- en wortelschillen Gebruik de schil van zoveel aardappels en wortels als je maar benodigd bent voor een ander recept (bijvoorbeeld hutspot!). Doe dit bij voorkeur met de dunschiller zodat je mooie dunne plakken krijgt die lekker krokant worden in de oven. Verwarm de oven voor op 175 graden. Besprenkel de schillen met olijfolie en eventueel kruiden (ik gebruikte een beetje paprikapoeder en peper). Masseer dit goed door de schillen. Zet het op een bakplaat bekleed met bakpapier voor 15 minuten in de oven. Laat het even afkoelen en uitharden na de baktijd. Eet smakelijk!

Ageda: “Ik was er toch aardig van overtuigd dat ik geen eten weggooi. Maar de werkelijkheid vertelt me iets anders: ik verspil. Niet heel veel, maar toch. En vooral: onnodig. Die beschimmelde boterham bijvoorbeeld. Die hoeft niet wanneer ik bij aankoop het brood direct in de vriezer stop. Het is vakantie, en dochterlief is dan minder van het brood dan tijdens schoolweken. Dat weet ik. Toch liet ik het rustig in de broodbak liggen. Noem het luiheid. Zonde. Echt weggooien hoefde gelukkig niet, Bella en Disko, onze lieve kippetjes hebben er van gesmuld. En toen was er de knoflookmayonaise. Twee weken geleden gekocht voor een bijzonder recept. We aten er toen allemaal van. Dat is het fijne van knoflook: als je allemaal eet, ruikt niemand het. Maar de rest van de week was druk en moest er altijd wel iemand ’s avonds de deur uit. Die wilde geen knoflookmayonaise. En om het nu in m’n eentje te eten… dan praat niemand meer met me de rest van de avond. Dus nee, knoflookmayonaise in een grote bak is geen succes. De volgende keer voeg ik beter een teentje knoflook toe aan een schep mayo en eten we het in een keer op. Tot slot verspilde ik de havermelk. Ik wil graag plantaardige melk drinken, maar stiekem vind ik volle melk veel lekkerder in de koffie. Van elk hadden we een pak in huis. En liet ik de havermelk dus staan. Die kan dus ook ‘zuur’ worden. Ik stap voorlopig weer over op de volle melk. Die blijft nooit langer dan drie dagen in de koelkast.”

Katja: “Ik ben handig met restjes en zeker nu ik een bokashi-emmer ben begonnen (die fermenteert keuken-afval en overig voedsel tot compost) heb ik voor wat ik eventueel verspil nog een toevlucht. Toch heb ik tijdens de Foodbattle gemerkt dat er soms voedsel verloren gaat, omdat onze huishoudelijke organisatie en planning op bepaalde punten niet slim is. Voorbeeld: we koken soms net te veel rijst of pasta. Ik weet dat je daar van alles van kunt maken, maar de rommelige organisatie van onze koelkast maakt dat we bakjes met restjes over het hoofd zien. Ook merk ik dat er de neiging is om na het opscheppen van de borden een restje in de pan te laten zitten. Dat is een soort gewoonte: ‘dan kun je lekker nog wat opscheppen’, wat in de praktijk vaak niet gebeurt! Dat is iets geks: waarom niet gewoon alles opgeschept? Of minder gekookt? Nu vergeten we dat restje in de pan, doen we het in een bakje, en verdwijnt het in de koelkast… En vind ik dat te laat terug…. Ik ga een maatbeker aanschaffen voor rijst en pasta, de pan leegscheppen en… zoek tips voor een slimmere koelkastindeling. Die zijn dus welkom!”

 

5 expert-tips voor goede bloemen in je tuin

Katja

Terwijl veel planten ondanks de droogte lekker bloeien, oogst ik ook van veel bloemen al zaad van eenjarigen. Komende winter zaai ik die op de vensterbank weer voor, om straks veel kleur en fleur in de tuin te krijgen, insecten te trekken en om van te eten. Wat heeft het dit jaar goed gedaan en wat zijn de tips van de expert voor volgend jaar? En welke zaadjes kun je vanaf nu gaan bewaren voor volgend jaar?

Eenjarigen voorzaaien geeft een heleboel voorpret. Als het echte groei- en bloeiseizoen buiten nog moet beginnen, kun je binnen al zaadjes in de aarde stoppen en verzorgen.

Ik kies voor eenjarige planten die direct veel bloemen geven. Ik zet ze op kale plekken in de border. Graag heb ik bloemen die eetbaar zijn, die insecten aantrekken én die mooi staan in een vaas.

Welke eenjarige bloemen deden het dit jaar goed op mijn vensterbank en vervolgens in de tuin?

  • Afrikaantjes (houden verschillend ongedierte weg)
  • Goudsbloem (de bloemblaadjes kun je over de salade sprenkelen en drogen voor thee)
  • Korenbloem (snijbloem)
  • Oost-Indische Kers (eetbare bloem, de bladeren worden graag gegeten door rupsen van het koolwitje, dus soms moet je die opofferen, de plant groeit daarna gewoon weer aan!)
  • Muskuskaasjeskruid (eetbare bloem)
  • Zinnia’s (snijbloem)
  • Zonnebloemen (nectar en pollen voor insecten, pitten voor vogels)

Zaden oogsten

De zaden van muskuskaasjeskruid, goudsbloem, Oost-Indische kers en zonnebloem kun je nu (augustus) oogsten. Binnenkort volgen afrikaantjes en zinnia’s. Stop daarvan de gehele uitgebloeide bloem in een papieren koffiefilter. Laat drogen. De zaadjes schud je er na verloop van tijd uit.

Duurzaam kweken

Bloem en Oogst Wapserveen

Een expert op het gebied van fleurige bloemen voor in de tuin is Eline Houtkamp van Bloem en Oogst in Wapserveen. Op haar akker teelt ze duurzame snijbloemen. Ze levert aan bruiloften, evenementen, restaurants en stelt op vrijdagmiddag en zaterdagochtend haar tuin open voor als je een mooi bosje wilt plukken.

Vieren, versieren, troosten

Ze teelt bloemen ‘om te vieren, versieren of te troosten’. Maar ook om te laten zien dat bloemteelt niet vervuilend hoeft te zijn. Eline: “Bloemrijke akkerranden verdwijnen door intensivering van landbouw, waardoor voedsel voor bestuivende insecten schaarser wordt. En dan bevatten planten vaak ook nog schadelijke resten van gewasbeschermende middelen. Ook de sierteelt is vervuilend met verwarmde kassen en grootschalige bloembolakkers. Hoe mooi zou het zijn als we juist met bloemen zorgen voor de natuur? Dat probeer ik met Bloem en Oogst, door bij te dragen aan biodiversiteit, gezonde voeding voor bestuivende insecten en een goed bodemleven.” Zaad –en plantgoed koopt Eline zoveel mogelijk biologisch en lokaal of kweekt ze in haar onverwarmde kas. “Zo blijft de ecologische voetafdruk zo klein mogelijk en werkt ik aan een gesloten kringloop.”

Tips van de expert

Aan Eline vraag ik welke tips zij heeft voor iedereen die ook bloemen in de tuin wilt zetten en wil bijdragen aan een grotere biodiversiteit, maar ook om zelf van te genieten.

“Een van de allerleukste dingen is het opkweken van zaadjes. Daar begin ik in januari al mee. Je stopt in feite en beetje hoop in de aarde. Het is mooi om daarvoor te zorgen. En je maakt tijdens dat kweken van alles mee: frustratie, iets wat niet opkomt of wat heel lang op zich laat wachten. Maar ook vreugde als iets opkomt. De natuur weet constant te verrassen. Ik heb wel eens een bepaalde plant zes keer geprobeerd en ze de zaadjes kwamen maar niet op, maar ineens, na een regenbui, waren de kiemplantjes er. Je wordt uiteindelijk altijd wel beloond. En dan is het zo mooi om al die kleuren, vormen en geuren te zien en ruiken. Elk zaadje blijkt een cadeautje.

Bloemen prikkelen je emotie en je verbeelding. Ik had mijn akker dit jaar heel netjes op bloemsoort ingedeeld, maar komend jaar ga ik er meer een spektakel van maken, een palet. De tuin als schildersdoek.”

Tip 1: durf flink te knippen

Knip een bloem zover mogelijk af tot de eerste bloemknoppen of het eerste bladpaar aan de steel. Door dit te doen, blijft een plant veel langer doorbloeien en vertakt hij ook beter.

Let op: dit geldt niet voor ‘enkelstelige planten’ die niet vertakken, zoals gladiolen, alliums en tulpen – vaak groeiend uit een bol.

Tip 2: de bodem

“Zorg met liefde voor de bodem. Dat is tenslotte waar het zaadje ontkiemt. Een gezonde bodem herbergt genoeg vocht in droge periodes en voert het voldoende af in natte periodes. Door jaarlijks af te wisselen met gewassen en groenbemesting (planten die voeding geven aan de bodem, zoals klaver en phacelia, KS), blijven er genoeg voedingsstoffen beschikbaar in de bodem. En waar nodig, kun je organische bemesting, zoals biologische paardenmest en paddenstoelencompost gebruiken.”

Tip 3: verzamel zaad, maar laat ook staan

“Verzamel aan het eind van het seizoen weer zaad voor volgend jaar. Maar laat ook wat plantresten staan om in de winter naar te kijken, zoals kardoen, kaardebol, venkel en zaaddozen van papaver.”

Tip 4: probeer deze planten eens

“Zet ook eens herfstasters in de tuin: mooie felle bloemen die tot in december kunnen bloeien. En denk eens aan siergrassen, die staan mooi in een boeket. Ook een leuke: de bloemen van dille. Verder: de kogelamaranth. Ik had er nooit zoveel mee, maar hoorde er andere telers en bloemisten over roepen. Dus heb ik ‘m toch geprobeerd. Nu ben ik er helemaal weg van! Hij doet het goed en past overal bij. Een blijver in mijn tuin.”

Tip 5: maak een ‘doorlopend boeket’

“Je kunt in huis een vaas of meerdere vaasjes neerzetten waar je gedurende het seizoen voortdurend verwelkte bloemen uithaalt en daar verse ervoor terugzet. Dan blijf je een interessant boeket houden. En laat mooi verdroogde bloemen er juist tussen staan. Dat geeft charme. Ververs wel het water regelmatig.”

Meer info over bloemen en biodiversiteit

Op mijn eigen website kun je meer blogs lezen over bloemen en planten die goed zijn voor de biodiversiteit:

Plukken bij Eline

Bloem en Oogst is gedurende het bloemseizoen open op vrijdagmiddag van 14-17 uur en zaterdag van 9-12 uur

TIP: op zaterdagochtend is ook de naastgelegen bakker De Bakstee met eigen houtoven open.

 

 

 

 

Met rommeligheid meer leven in je tuin

Katja

Landschapsbeheer Drenthe heeft een project dat boerderij-eigenaren informeert over meer biodiversiteit op hun erf. Ik sprak met projectleider Kathelijn de Maeijer om te horen of er ook tips zijn die iedereen in zijn tuin kan toepassen. Wat blijkt? Hou het lekker rommelig.

In 2011 startte het project ‘natuurviendelijke erven’ als gevolg van een steenuilenproject in Zuid-West Drenthe. Daarbij kwam ook het anders inrichten van boerenerven ter sprake. “De steenuil en de boerenzwaluw zijn boegbeelden van natuurvriendelijk beheer en als je die op je erf hebt, dan geeft dat een goede uitwerking op andere soorten”, vertelt Kathelijn De Maeijer, bioloog en vogeldeskundige bij Landschapsbeheer Drenthe in Assen.

Veel belangstelling

Er bleek toen veel behoefte aan kennis over je erf natuurlijk inrichten, Drenthe-breed, merkte Kathelijn. “Bij het eerste project deden we een oproep en zaten we in no-time vol. Inmiddels zijn er 35 erven die meedoen. Toen we het project herhaalden dit jaar, hadden we weer meer belangstelling dan capaciteit. We zitten dus weer vol!”

Iedere deelnemer krijgt bezoek van een expert en vervolgens een adviesrapport. Daar staat een lijst van aanpassingen die je kunt doen om je erf natuurlijker in te richten. Er is een subsidiebedrag beschikbaar per erf voor de aanschaf van nestkasten, zaadmengsels en plantgoed. Van de erfbewoners zelf wordt verwacht dat ze het planten, zaaien en ophangen van de kasten regelen.

Mindswitch

Het gaat er namelijk om dat je het natuurvriendelijk maken van je grond ook écht zelf wilt aanpakken, en er dus ook aanpassingen voor wilt doen, als die nodig zijn om een verschil te maken. “Het is een mindswitch”, zegt Kathelijn.

Wat zijn de adviezen die Kathelijn en haar collega’s geven aan de deelnemers, die iedereen in zjn eigen tuin ook kan toepassen, om meer biodiversiteit te krijgen?

Dat is eigenlijk te vatten onder één noemer: maak het rommeliger!

Rommelig tuinieren is het advies: 7 tips

Om meer leven in je tuin te krijgen, mag je minder netjes tuinieren. Zo maak je betere schuil- en broedplaatsen voor allerlei dieren en creëer je verbindingsgroutes.

1. Je gazon hoeft niet strak gemaaid, je mag het gras een meter van de heg hoog laten.

2. Laat in een hoekje gewoon eens wat (on)kruiden en brandnetels staan, het zijn waardplanten voor vlinders en andere insecten.

2. Laat dat stapeltje stenen of dakpannen in die hoek maar liggen. Kijk maar eens wat daar voor beestjes onder komen, binnen no time

3. Plant fruitbomen niet in rijen, maar wat gevarieerder over een terrein.

4. Laat gevallen fruit liggen voor muizen en vlinders.

5. Laat oud hout en grote takken liggen.

6. Doe je snoeihout niet weg, maar maak een takkenril van. Op internet staan allerlei instructies over hoe je dat kunt doen, zo ziet het eruit:

Takkenril.

7. Varieer. Het is belangrijk dat je ‘rommelig’ linkt aan ‘variatie’, want daar draait het eigenlijk om. Zet dus niet allemaal dezelfde panten neer.

Tips gezocht!

Heb je zelf een tip of inspirerend voorbeeld van rommelig en dus natuurlijk tuinieren? Ik vul dit lijstje graag aan, dus laat het me weten via de Facebook-pagina van Voetspot. Ook op mijn eigen site verzamel ik tips over natuurlijk tuinieren.

 

Wat kun je zelf doen voor de uitstervende wilde bij

Katja

Het is gruwelijk gesteld met onze insecten. Afgelopen oktober kwam het schokkende bericht van onderzoekers van de Radboud Universiteit dat we de afgelopen 30 jaar 75 procent van de insecten zijn kwijtgeraakt, met name bijen en vlinders. Slecht nieuws! Wat kunnen we daaraan doen?

Die insectensterfte is erg, want 80% van de planten overleeft door bevruchting door insecten, ook de gewassen waarvan wij eten. Ook vogels en vee zoogdieren leven van insecten. Wat gebeurt er als er geen insecten en met name geen (wilde) bijen meer zouden zijn? Dan hebben we straks geen voedsel meer.

Doodsoorzaak

Maar wat is de oorzaak van die sterfte? De intensieve landbouw, gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen en de uitstoot en neerslag van stikstof zijn de boosdoeners Bloemen kunnen in dit soort omstandigheden niet groeien en de bodem raakt verarmd en uitgeput.

Beleidsmakers en natuurorganisaties kijken nu hoe het tij kan worden gekeerd.

Maar wat kan ik zelf doen? Naast de ‘gewone’ honingbij vliegen er nog 360 andere soorten wilde bijen in Nederland rond. Hoe kan ik die nuttige beestjes in mijn tuin een onderkomen bieden?

Tips van de bijendeskundige

Diliana Welink werkt bij de Provincie Groningen als beleidsmedewerker natuur en natuurbeheer. Ze raakte gefascineerd door insecten toen ze natuurbeheerders ging adviseren over het onderwerp. Inmiddels houdt ze lezingen over het onderwerp en weet ze er veel over te vertellen.

Ik bel haar om wat tips.

  • Plant bloemen, vooral open bloemen, waar de bijen goed bij de nectar en het stuifmeel kunnen komen. Nectar geeft insecten energie om te vliegen, stuifmeel is voor de ontwikkeling van eitjes en groei van larven. Die planten zijn het liefst inheems, dus Nederlandse soorten. Fijn zijn bloemen met een lange ingang: longkruid, vingerhoedskruid. En klokjes, daar gaan de mannetjes in overnachten. Wollige planten zoals ezelsoor of prikneus geven de insecten haartjes voor hun nest. En stengels van de vlier en de braam zijn ideaal als nestelruimte: die zijn hol van binnen.
  • Zorg voor een heel seizoen bloeiende bloemen: de eerste bijen komen in april, de laatste in september. Zet ze bij voorkeur in plukjes, een bij heeft veel keuze nodig.
  • Bied nestgelegenheid. Insectenhotels zijn aardig. Die kun je zelf maken. Zorg dan dat de achterkant dicht is, de gangen glad zijn, anders bezeert een dier zijn lijf of vleugels. Hang of zet het hotel op een zonnige plek, uiteraard bij bloemen in de buurt. Weet wel: slechts 10% van de wilde bijen in zo’n insectenhotel.
  • Blijf weg van de hogedrukspuit en je onkruidgif. Zo’n 80% van de wilde bijen nestelt in de grond. De andere 10% in stengels (vlier en oude braam) en kevergangen in dood hout. Hommelkoninginnen gaan nu op zoek naar een goede nestplek. Wortelkluiten van omgevallen bomen zijn goede nestelplekken voor wilde bijen. Andere bijen knagen een gangetje in de grond, je ziet dan soms een hoopje zand liggen tussen de voegen van je bestrating. Dus ga nu niet je terras schoonspuiten en ook geen gif gebruiken tegen onkruid tussen je tegels.
  • Zorg voor kale plekjes, walletjes van leem, of houd ergens het gras heel kort: de bodem bodem kan dan warm worden en dat vinden ze fijn.

Planten in je tuin zetten

Wil je weten welke planten goed zijn voor bijen? Lees dan mijn blog over mijn favoriete insectentrekkers voor de tuin.

Meetellen met de 1ste Nationale Bijentelling 21 & 22 april

Doe mee en tel! Op zaterdag en zondag 21 en 22 april organiseert Nederland Zoemt de eerste Nationale Bijentelling. Tel in je tuin gedurende een half uur bijen. De informatie is nodig om te weten waar bijen voorkomen en met hoeveel ze zijn. Ook al heb je weinig kennis van bijen, dan kun je nog meedoen. Op deze website lees je meer, ook over het herkennen van bijensoorten.

Meer lezen

Op de website van de Bijenvrienden lees je meer over bijen.

Expositie bekijken

In de Hortus Botanicus in Leiden is vanaf 20 april de tentoonstelling Plant Eter te zien met ook aandacht voor de bij.

 

 

 

Hoe gezond woon ik hier nou eigenlijk?

Katja

Sinds kort woon ik in Drenthe. Mensen zien mijn foto’s en zeggen: wat woon je daar lekker buiten, vrij en blij. Maar schijn bedriegt.

In onze vorige woonplaats in de randstad vonden we het te druk worden. Snelwegverkeer, spoorwegverkeer, vliegverkeer. Geluidsoverlast en fijnstof… Verder hadden we een postzegeltuintje en de buren érg dichtbij.

Tijdens een fietstocht in het mooie Drenthe werden we verliefd op een oude boerderij.

En nu wonen we op die boerderij op dat vrije Drentse platteland, met heel veel groen en ruimte om ons heen.

We kijken voor en achter uit over de weidse velden. Pas ettelijke honderden meters verder wonen de ‘achterburen’. Hoe idyllisch is dat? Eindelijk wonen we heerlijk midden in het groen!

Toch, het is schijn…

Gezonder dan de randstad?

Want woon ik hier nou eigenlijk wel écht gezonder en beter dan in de randstad? Op de akker tegenover ons spuit de boer regelmatig gif op zijn aardappels, hoor ik van de buren. Laatst werd ik misselijk van een mij onbekende lucht die over het land hing. En ik ruik regelmatig gierlucht, die ik nog herken uit mijn jeugd in Brabant.

Tijdens een presentatie hoor ik dat het mooie groen waar ik over mijmer, in feite een dorre woestijn is.

En daar, te midden van die woestijn, ligt dan onze tuin waar ik zo graag in zou wildtuinieren en allerlei eetbaars in wil zetten. En waar dus allerlei pesticiden overheen vliegen.

Gewasbeschermingsmiddelen/gif

Ik lees in een bericht van NMF dat in Drenthe het bestrijdingsmiddelengebruik hoog is, vergeleken met de rest van het land. “In Drenthe worden meer dan 100 verschillende soorten bestrijdingsmiddelen gebruikt. Als gevolg daarvan is de kwaliteit van regionale wateren onvoldoende. Ook het insectenbestand gaat hard achteruit. Sinds 1990 is de hoeveelheid insecten met meer dan 75 procent afgenomen, blijkt uit Duits-Nederlands onderzoek.”

Op dit moment zijn de gewasbeschermingsmiddelen die boeren gebruiken en waar onze natuur onder lijdt, een groot issue. Volgende week bespreken Europese lidstaten erover. Er zou zelfs over een volledig verbod gestemd kunnen worden. Nederland neemt nog geen standpunt in. Inmiddels is een petitie gestart om te zorgen dat ons land dat verbod ook steunt.

Boer in de tang

Op de radio hoor ik een boer zeggen dat hij in de tang zit. Hij moet veel produceren om zijn bedrijf gezond te kunnen houden. En daar heeft hij dus gif voor nodig, om zijn gewassen te beschermen tegen ongewenste schimmels, parasieten, ongewenste beestjes en onkruid.

Dus dan gaat economisch belang voor onze leefomgeving. Kortetermijndenken. Want als we op de lange termijn doorgaan, is er straks geen voedzame grond meer over, zijn insecten en bijen dood, is het bodemleven aan gort. En dan kan er ook geen landbouw meer plaatsvinden.

Gelukkige boer

Tegelijkertijd zie ik een jonge boer in Dwingeloo monter met zijn paarden het veld bewerken. Zijn groenten teelt hij biologisch en ongewenste zaken bestrijdt hij biologisch. Zijn bedrijf is niet groot. Hij werkt hard. Maar hij oogt gelukkig. En zijn bedrijf is gezond. Bedrijfsmatig én ecologisch.

Het kan dus. Maar dan moeten we dus ook als samenleving en met de politiek zorgen dat de boeren willen, maar vooral ook anders kúnnen en durven te werken. En dat ze die jonge boer uit Dwingeloo niet staan uit te lachen, wat nu gebeurt, maar bij hem te rade gaan.

Goede voorbeelden gezocht

De komende tijd ga ik op zoek naar voorbeelden in Drenthe waar boer en natuur hand in hand gaan, en ga ik kijken hoe mensen hun eigen stuk grond wel zo natuurlijk mogelijk proberen te beheren. Heb je goede voorbeelden, laat het me dan weten.