Wat kun je zelf doen voor de uitstervende wilde bij

Katja

Het is gruwelijk gesteld met onze insecten. Afgelopen oktober kwam het schokkende bericht van onderzoekers van de Radboud Universiteit dat we de afgelopen 30 jaar 75 procent van de insecten zijn kwijtgeraakt, met name bijen en vlinders. Slecht nieuws! Wat kunnen we daaraan doen?

Die insectensterfte is erg, want 80% van de planten overleeft door bevruchting door insecten, ook de gewassen waarvan wij eten. Ook vogels en vee zoogdieren leven van insecten. Wat gebeurt er als er geen insecten en met name geen (wilde) bijen meer zouden zijn? Dan hebben we straks geen voedsel meer.

Doodsoorzaak

Maar wat is de oorzaak van die sterfte? De intensieve landbouw, gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen en de uitstoot en neerslag van stikstof zijn de boosdoeners Bloemen kunnen in dit soort omstandigheden niet groeien en de bodem raakt verarmd en uitgeput.

Beleidsmakers en natuurorganisaties kijken nu hoe het tij kan worden gekeerd.

Maar wat kan ik zelf doen? Naast de ‘gewone’ honingbij vliegen er nog 360 andere soorten wilde bijen in Nederland rond. Hoe kan ik die nuttige beestjes in mijn tuin een onderkomen bieden?

Tips van de bijendeskundige

Diliana Welink werkt bij de Provincie Groningen als beleidsmedewerker natuur en natuurbeheer. Ze raakte gefascineerd door insecten toen ze natuurbeheerders ging adviseren over het onderwerp. Inmiddels houdt ze lezingen over het onderwerp en weet ze er veel over te vertellen.

Ik bel haar om wat tips.

  • Plant bloemen, vooral open bloemen, waar de bijen goed bij de nectar en het stuifmeel kunnen komen. Nectar geeft insecten energie om te vliegen, stuifmeel is voor de ontwikkeling van eitjes en groei van larven. Die planten zijn het liefst inheems, dus Nederlandse soorten. Fijn zijn bloemen met een lange ingang: longkruid, vingerhoedskruid. En klokjes, daar gaan de mannetjes in overnachten. Wollige planten zoals ezelsoor of prikneus geven de insecten haartjes voor hun nest. En stengels van de vlier en de braam zijn ideaal als nestelruimte: die zijn hol van binnen.
  • Zorg voor een heel seizoen bloeiende bloemen: de eerste bijen komen in april, de laatste in september. Zet ze bij voorkeur in plukjes, een bij heeft veel keuze nodig.
  • Bied nestgelegenheid. Insectenhotels zijn aardig. Die kun je zelf maken. Zorg dan dat de achterkant dicht is, de gangen glad zijn, anders bezeert een dier zijn lijf of vleugels. Hang of zet het hotel op een zonnige plek, uiteraard bij bloemen in de buurt. Weet wel: slechts 10% van de wilde bijen in zo’n insectenhotel.
  • Blijf weg van de hogedrukspuit en je onkruidgif. Zo’n 80% van de wilde bijen nestelt in de grond. De andere 10% in stengels (vlier en oude braam) en kevergangen in dood hout. Hommelkoninginnen gaan nu op zoek naar een goede nestplek. Wortelkluiten van omgevallen bomen zijn goede nestelplekken voor wilde bijen. Andere bijen knagen een gangetje in de grond, je ziet dan soms een hoopje zand liggen tussen de voegen van je bestrating. Dus ga nu niet je terras schoonspuiten en ook geen gif gebruiken tegen onkruid tussen je tegels.
  • Zorg voor kale plekjes, walletjes van leem, of houd ergens het gras heel kort: de bodem bodem kan dan warm worden en dat vinden ze fijn.

Planten in je tuin zetten

Wil je weten welke planten goed zijn voor bijen? Lees dan mijn blog over mijn favoriete insectentrekkers voor de tuin.

Meetellen met de 1ste Nationale Bijentelling 21 & 22 april

Doe mee en tel! Op zaterdag en zondag 21 en 22 april organiseert Nederland Zoemt de eerste Nationale Bijentelling. Tel in je tuin gedurende een half uur bijen. De informatie is nodig om te weten waar bijen voorkomen en met hoeveel ze zijn. Ook al heb je weinig kennis van bijen, dan kun je nog meedoen. Op deze website lees je meer, ook over het herkennen van bijensoorten.

Meer lezen

Op de website van de Bijenvrienden lees je meer over bijen.

Expositie bekijken

In de Hortus Botanicus in Leiden is vanaf 20 april de tentoonstelling Plant Eter te zien met ook aandacht voor de bij.

 

 

 

Hoe gezond woon ik hier nou eigenlijk?

Katja

Sinds kort woon ik in Drenthe. Mensen zien mijn foto’s en zeggen: wat woon je daar lekker buiten, vrij en blij. Maar schijn bedriegt.

In onze vorige woonplaats in de randstad vonden we het te druk worden. Snelwegverkeer, spoorwegverkeer, vliegverkeer. Geluidsoverlast en fijnstof… Verder hadden we een postzegeltuintje en de buren érg dichtbij.

Tijdens een fietstocht in het mooie Drenthe werden we verliefd op een oude boerderij.

En nu wonen we op die boerderij op dat vrije Drentse platteland, met heel veel groen en ruimte om ons heen.

We kijken voor en achter uit over de weidse velden. Pas ettelijke honderden meters verder wonen de ‘achterburen’. Hoe idyllisch is dat? Eindelijk wonen we heerlijk midden in het groen!

Toch, het is schijn…

Gezonder dan de randstad?

Want woon ik hier nou eigenlijk wel écht gezonder en beter dan in de randstad? Op de akker tegenover ons spuit de boer regelmatig gif op zijn aardappels, hoor ik van de buren. Laatst werd ik misselijk van een mij onbekende lucht die over het land hing. En ik ruik regelmatig gierlucht, die ik nog herken uit mijn jeugd in Brabant.

Tijdens een presentatie hoor ik dat het mooie groen waar ik over mijmer, in feite een dorre woestijn is.

En daar, te midden van die woestijn, ligt dan onze tuin waar ik zo graag in zou wildtuinieren en allerlei eetbaars in wil zetten. En waar dus allerlei pesticiden overheen vliegen.

Gewasbeschermingsmiddelen/gif

Ik lees in een bericht van NMF dat in Drenthe het bestrijdingsmiddelengebruik hoog is, vergeleken met de rest van het land. “In Drenthe worden meer dan 100 verschillende soorten bestrijdingsmiddelen gebruikt. Als gevolg daarvan is de kwaliteit van regionale wateren onvoldoende. Ook het insectenbestand gaat hard achteruit. Sinds 1990 is de hoeveelheid insecten met meer dan 75 procent afgenomen, blijkt uit Duits-Nederlands onderzoek.”

Op dit moment zijn de gewasbeschermingsmiddelen die boeren gebruiken en waar onze natuur onder lijdt, een groot issue. Volgende week bespreken Europese lidstaten erover. Er zou zelfs over een volledig verbod gestemd kunnen worden. Nederland neemt nog geen standpunt in. Inmiddels is een petitie gestart om te zorgen dat ons land dat verbod ook steunt.

Boer in de tang

Op de radio hoor ik een boer zeggen dat hij in de tang zit. Hij moet veel produceren om zijn bedrijf gezond te kunnen houden. En daar heeft hij dus gif voor nodig, om zijn gewassen te beschermen tegen ongewenste schimmels, parasieten, ongewenste beestjes en onkruid.

Dus dan gaat economisch belang voor onze leefomgeving. Kortetermijndenken. Want als we op de lange termijn doorgaan, is er straks geen voedzame grond meer over, zijn insecten en bijen dood, is het bodemleven aan gort. En dan kan er ook geen landbouw meer plaatsvinden.

Gelukkige boer

Tegelijkertijd zie ik een jonge boer in Dwingeloo monter met zijn paarden het veld bewerken. Zijn groenten teelt hij biologisch en ongewenste zaken bestrijdt hij biologisch. Zijn bedrijf is niet groot. Hij werkt hard. Maar hij oogt gelukkig. En zijn bedrijf is gezond. Bedrijfsmatig én ecologisch.

Het kan dus. Maar dan moeten we dus ook als samenleving en met de politiek zorgen dat de boeren willen, maar vooral ook anders kúnnen en durven te werken. En dat ze die jonge boer uit Dwingeloo niet staan uit te lachen, wat nu gebeurt, maar bij hem te rade gaan.

Goede voorbeelden gezocht

De komende tijd ga ik op zoek naar voorbeelden in Drenthe waar boer en natuur hand in hand gaan, en ga ik kijken hoe mensen hun eigen stuk grond wel zo natuurlijk mogelijk proberen te beheren. Heb je goede voorbeelden, laat het me dan weten.