De kraambank

Lilla

Voordat ik was bevallen van onze zoon had ik via ruilhoeken, vrienden en familie een aardige collectie baby spullen bij elkaar verzameld. Eigenlijk te veel, wat resulteerde in een overvolle inbouwkast vol met babykleertjes en overige babyspulletjes. Ik wist ook nog niet zo goed wat bij mij paste qua artikelen waardoor ik van sommige dingen dubbel had. Bijvoorbeeld: ik had zowel een badje als een tummy tub. Pas toen ik het echt ging gebruiken bleek de tummy tub niet echt ons ding te zijn.

Toen ik mijn kraampakket ontving tijdens de zwangerschap kwam ik erachter dat wat overblijft van de kraampakket zeer welkom was bij Stichting Baby Hope. Dit is een stichting dat wil bijdragen aan het verminderen van moeder- en kindsterfte in ontwikkelingslanden door het inzamelen van ongebruikte materialen uit Nederlandse kraampakketten. Gezien ik liever niets weggooi en dit mij een mooi initiatief leek had ik dus al een doos staan met het restant van mijn kraampakket.

Ondanks dat ik het een zeer waardevol stichting vind, was ik toch nog blijer toen mijn verloskundige Sabrina Goossens een bericht op facebook plaatste over de opening van de kraambank in stad Groningen! De kraambank is een initiatief van Isis Kraamzorg en is bedoeld voor aanstaande moeders die zelf geen babyuitzet kunnen betalen. Hier kon ik naast mijn kraampakket ook babykleertjes en artikelen doneren. Een mooi lokaal initiatief waardoor mijn ecologische voetafdruk laag blijft.

Enthoussiast ging ik alle maten babykleertjes bij langs. Van de kleertjes die hem nu al te klein zijn heb ik slechts een paar favoriete stuks bewaard.. voor de herinnering (of als er ooit nog een tweede komt). De rest kon in de doos naar de kraambank.
Daarna keek ik naar de doos met maat 62 kleding.. Heb ik nou echt 40 rompertjes, 30 longsleeves en 15 broekjes nodig van maat 62? Nee, want ook van maat 56 gebruik ik eigenlijk maar een stuk of 6 kledingsetjes als favoriet, de rest komt helemaal niet aan de beurt maar neemt wel veel plaats in beslag. Dus heb ik van alle maten 15 kledingstuks uitgezocht die ik het leukste vond en dus ook echt zou gebruiken. De rest kon ook in de doos naar de kraambank.

En dan de spulletjes: plastic bewaarbakjes, speelgoed, knuffels, slabbetjes, schoenen, test luiers, etc. Veels te veel voor één kind. Dus ben ik weer aan het sorteren geslagen. Ook de tummy tub gaat mee naar de kraambank.

Afgelopen vrijdag heb ik de kraambank mogen aanvullen met deze spullen. Het voelt goed om lokaal andere moeders te steunen en ondertussen het huis te minimaliseren zonder dat mijn ecologische voetafdruk gevaar loopt! 🙂

Een slinger voor het leven

Lilla

Tijdens mijn zwangerschapsverlof bedacht ik een leuk project om mezelf bezig te houden. Ik had bedacht om twee slingers te maken: één met de naam van de baby voor boven de box en één met de tekst “Hoera Jamie is geboren” voor bij het voorraam van het huis. De bedoeling was om de slinger helemaal zelf te maken en zelfs zo dat we er nog jaren plezier van kunnen hebben. Hét alternatief voor de gebruikelijke wegwerp slingers..

Een paar jaar geleden ben ik met mijn vriendin naar de stoffenbeurs geweest en ik heb daar een paar meter stof gekocht voor een project welke ik mij niet meer kan herinneren. Dus de stoffen lagen er nog en bleken de ideale grondstof voor de vlaggetjes van de beide slingers. Samen met mijn lieve vriendin (die voor coupeuse leert dus dé ideale docente voor een “naai-leek” als mij) hebben we de slinger uitgesneden en aan elkaar genaaid. Ik kreeg de naaimachine en uitleg mee om de vlaggetjes in een latere stadium helemaal af te maken.

Ondertussen ging ik druk aan het haken bij mijn buurvrouw, want de tekst die op de slingers zou komen ging ik haken. Dat was nog best een klus maar dankzij de tip voor een fijn haakpatroon én begeleiding van mijn buurvrouw heb ik alle letters weten te haken!
Nu was het tijd om alle letters op de vlaggetjes vast te maken met een speciale textiellijm en goed laten drogen. De volgende dag kon ik vervolgens alle vlaggetjes aan elkaar vast naaien.

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Maar ik wilde de grote slinger (die overigens zo lang is geworden dat het in de hele breedte van de woonkamer past) zo maken dat we er nog lange tijd plezier van zouden hebben.. Dus heb ik extra vlaggetjes gemaakt, precies genoeg om de komende 18 jaar de tekst “geboren” te vervangen door “xx jaar”. De slinger zou dan bijvoorbeeld volgend jaar de tekst hebben “Hoera Jamie is 01 jaar”. En de cijfers kan ik dan tot 18 jaar vervangen en gebruiken. Tenminste dat hoop ik want we horen vanzelf wel wanneer het niet meer stoer is.. 😉

Een voedseltuin aan huis

Lilla

Aanvankelijk was de zoektocht naar een huis niet zo gemakkelijk gezien mijn man een droom heeft. Die droom is om ooit een voedselbos te hebben en dat betekende dus dat er heel wat land bij een huis moest zitten voordat het serieus het overwegen waard zou zijn. Ik heb mij nog nooit in voedselbossen verdiept maar gezien de term ‘bos’ associeer ik het met iets groots en dat zou voor mijn gevoel ook veel werk en tijd betekenen. Gelukkig hebben we uiteindelijk toch een compromis kunnen sluiten en zouden we eerst een huis kopen met een tuin groot genoeg voor een voedseltuin om mee te beginnen..

Zelf was ik dus totaal onbekend met wat een voedselbos inhoudt, hoe het eruit moet komen te zien en hoeveel werk/tijd het kost om een voedselbos te hebben. Toen ik afgelopen maand een oproep zag van de IVN Aa & Hunze om op 12 juni twee voedselbossen te bezoeken leek mij dat een goede gelegenheid om meer over een voedselbos te weten te komen. Ik hoefde mijn man dan ook geen twee keer te vragen of hij zin had om mee te gaan, hij was direct enthousiast.

Met een klein gezelschap vertrokken we naar voedselbos Makeblijde in Houten waar architect Xavier San Giorgi ons een inleiding gaf over dit mooie voedselbos van maar liefst 1 hectare groot. We hebben een aantal planten geproefd zoals de blaadjes van de Franse uiensoep boom, blaadjes van de Kiespijnboom (sechuan pepper) en blaadjes van de Leilinde. Heel wat plantennamen kwamen voorbij en Xavier legde uit waarom wat waar staat. Hoewel ik eerst heel gemotiveerd mee schreef, liet ik dat op een gegeven moment toch los. Xavier vertelt zo enthousiast over zijn passie, dat het inmiddels een voedselbos les op gevorderd niveau werd en dus toch wat te hoog gegrepen voor mij als leek.

13417003_1732690957006485_6294755075448202540_o

Het tweede voedselbos dat we gingen bezoeken was Landgoed Oostwaard in Maarssen. We werden heel gastvrij ontvangen door eigenaars Hans en Saskia. Vervolgens hebben we (in verband met een aanhoudend regenbui) een kort en krachtig rondje gedaan door dit voedselbos dat duidelijk “jonger” was dan de vorige. Op dit landgoed zijn op twee hectare 250 verschillende soorten struiken, planten en bomen aangeplant. De bedoeling is dat de eigenaren over een aantal jaren de oogst (vruchten, noten, zaden, bloemen en bladeren) gaan verkopen aan restaurants in de omgeving. Wat mij betreft een ontzettend mooi initiatief uitgevoerd door gedreven mensen.

13392251_1732692830339631_3057232677985331476_o

Een dag vol nieuwe indrukken en nieuwe informatie. Het was voor mij in ieder geval duidelijk dat er heel wat kennis nodig is voor het ontwerpen en onderhouden van een voedselbos. Dat doe je niet zo maar even. Elke plant wordt met een reden op een bepaalde plek neergezet en vervult een belangrijke functie binnen het ecosysteem. Door de biodiversiteit binnen het voedselbos ontstaat een complexe voedselpiramide en een gesloten kringloop. Interessant is dat daarom geen kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen nodig zijn. Ook is mij goed duidelijk geworden dat een voedselbos toch veel investering vergt qua tijd en geld. Het romantische beeld dat je verschillende zaadjes uitstrooit over een groot stuk land en verder de natuur zijn werk laat doen bleek niet realistisch. Voor ons is het op dit moment te hoog gegrepen om aan een voedselbos te willen beginnen zonder kennis, tijd en geld. Toch heeft deze dag ons aan het denken gezet over hoe wij onze eigen voedseltuin aan huis willen gaan ontwerpen en onderhouden.. Zo willen wij bijvoorbeeld niet alleen de gebruikelijke “moestuin-plantjes” in de tuin hebben maar ook planten waarvan je de bladeren of bloemen kunt eten. Daarnaast willen we kijken welke plantjes elkaar onderling helpen of beschermen en die dichtbij elkaar planten. Tenslotte willen we kijken hoe we solidaire bijen kunnen aantrekken om onze voedseltuin te komen bezoeken. Niet alleen goed voor de bestuiving in onze voedseltuin maar ook voor de bijen populatie.

Biologische kwekerij

Het toeval wilde dat we een week later een bezoekje gepland hadden staan naar Wout’s kwekerij (of zoals hij het noemt Wout’s reservaat) in Smilde. Heel wat anders dan een voedselbos, maar het sluit nog steeds heel goed aan bij het inrichten van ons voedseltuin aan huis.

Wout’s kwekerij is 99% biologisch, 100 % kunstmest vrij en 100% onbespoten. Hij verkoopt in zijn winkeltje producten van nagenoeg alleen zelf opgekweekte plantjes. De plantjes zijn opgekweekt zonder bestrijdingsmiddelen en zonder kunstmest, want dat hoort niet in ons voedsel thuis. Wouter werkt zonder certificaten, subsidies of toeslagen, en dus volledig zelfstandig en zelfonderhoudend. Dat doet hij door 7 dagen per week keihard in zijn eentje in de kwekerij te werken en dat is precies genoeg om alles wat de kwekerij nodig heeft te kunnen doen (tot slakjes zoeken aan toe). Hij liet ons met veel enthoussiasme zijn kwekerij zien en inspireerde ons met het naleven van zijn idealen ongeacht wat anderen daarvan vinden. Zijn klanten zijn mensen die bereid zijn om iets meer te betalen voor de duidelijk betere kwaliteit van producten dat hij verbouwt.

06251429.JPG

Wat mij overigens altijd verbaasd heeft is dat veel mensen hun geld niet graag aan voeding uitgeven, alles is algauw “te duur”. Ooit hoorde ik van iemand dat ze slechts € 30 per week aan boodschappen uitgaf voor een 2 persoons huishouden, maar ondertussen wel een dure auto reden en de nieuwste technologische gadgets in huis haalden. Wij zitten met zijn tweeën op ongeveer €120 per week aan boodschappen (ja echt). Dat betekent wel dat wij 90% biologisch eten, zo veel mogelijk van regionale of lokale afkomst, van boeren of kwekerijen waarvan we weten dat ze net als Wouter hen idealen naleven en op een verantwoorde manier omgaan met dieren, natuur en onze gezondheid. We vinden lekker en gezond eten een stuk belangrijker dan materiële bezittingen (zoals een duurdere auto of de nieuwste ipad, waar mensen wel bereid zijn veel geld voor neer te leggen).

Ook bij Wouter hebben we een aantal dingen geleerd die we zeker zullen meenemen bij het ontwerpen en aanleggen van onze voedseltuin. Zo was één van zijn tips dat plantjes (ook biologische) eerst sterk genoeg moeten worden alvorens ze in weer en wind in de tuin kunnen worden geplaatst. Een andere leerzame tip was dat planten in de grond horen te wortelen.  Het idee van een verticale tuin sprak ons wel aan, maar dan ontneem je de plant wel zijn kansen om voeding uit de grond te halen en moet je dus voedingsstoffen blijven toevoegen. Aardbeienplanten kunnen zelfs zo sterk groeien in de grond, dat het mogelijk is om 11 jaar lang van de vruchtjes te profiteren (ik heb het bewijs met eigen ogen gezien!). Ten slotte ook hier (net als bij de voedselbossen) is het essentieel om geen monoculturen te hebben, maar een grote biodiversiteit aan planten, insecten en diertjes te creëeren. De natuur zal je dan als dank een handje helpen bij al het harde werk in de voedseltuin.

Onze voedseltuin

Laten we beginnen bij het begin. De tuin ziet er nu nog niet uit. De vorige eigenaar heeft een grote duivenhok achtergelaten en eerlijk gezegd kan ik niet wachten totdat deze plaats heeft gemaakt voor een moestuintje plus kas en een kleine veranda.

achtergrond 2

achtergrond 1

Als het duivenhok weggaat moeten we ook direct een schutting aanleggen, gezien achter het duivenhok geen andere erfafschijding staat behalve een aantal coniferen en wat vervelende klimop planten. We willen de moestuin op een plek hebben waar de planten genoeg zon kunnen krijgen (mits de zon nog deze zomer gaat schijnen….) en idealiter zou dat tegen de schutting zijn. Het is dus belangrijk dat we duurzaam en “gezond” materiaal gaan gebruiken voor de schutting. Dat betekent dus liever geen geimpregneerd hout voor de schutting, veranda, moestuinbakken en kas. We zijn nog op zoek naar de beste oplossing, waar onze buren ook akkoord mee zullen gaan en binnen onze budget valt.. Het wordt nog een uitdaging. 🙂
Bovendien ben ik nog op zoek naar wat we met al het afval van het duivenhok moeten doen. We hebben al besloten om de mooie dakpannen en de kleine ramen te hergebruiken voor de veranda of kas, voor de rest wacht ik nog op een creatieve ingeving.

Voordat we kunnen beginnen met de voedseltuin moet er dus nog het een en ander gebeuren in de tuin. We twijfelen of het nog gaat lukken voordat de baby komt of dat we toch beter in het najaar kunnen starten omdat de meeste planten dan alweer uitgebloed en dus “slanker” zijn. 😉 Dat geeft ons in ieder geval meer tijd om de voedseltuin goed te ontwerpen en de tips die wij bij bovenstaande initiatieven hebben gezien toe te kunnen passen. Ik houd jullie op de hoogte!

Duurzaam ouderschap

Lilla

Het heugelijke nieuws mag nu ook digitaal gedeeld worden. Mijn man en ik verwachten een kleintje. En zoals we zijn, willen we dat natuurlijk op een duurzame, ecologische en natuurlijke manier doen. Het is grappig hoe iedereen nu (tegen het einde van de zwangerschap) aan ons vraagt of we de babykamer al klaar hebben.. We gaan geen babykamertje maken, want de baby zal ’s avonds bij ons op de kamer slapen en overdag zal ik beneden met hem zijn. Wel hebben we beneden in een hoekje van de woonkamer de box en ledikantje staan. Het lijkt ons namelijk helemaal niet handig om de hele dag naar boven te moeten lopen. En doordat het in het zicht is word ik gestimuleerd om kritisch te kijken welke babyspullen echt nodig zijn of weer doorgegeven / geruild kunnen worden.

Zoals je het al vermoedt hebben we heel veel tweedehands aangeschaft, geruild of gekregen. Het is onvoorstelbaar hoe goed die spullen tweedehands nog zijn.
De mooiste ruil was een complete babykamer inrichting van grenenhout voor twee pakken huismerk luiers. Behalve de babykamer inrichting heb ik ook veel babykleertjes geruild in ons dorp door middel van de plaatselijke ruil facebook site. Ik ben tot en met maat 104, dus zeg maar gerust tot het kind ongeveer 2 jaar is, nu volledig voorzien van kleertjes. Om een beeld te schetsen: het komt neer op plm 5 verhuizendozen aan babykleertjes en dat voor nog geen € 100 aan boodschappen. Hetzelfde geldt ook voor zwangerschapskleding. Met trots kan ik vermelden dat ik géén enkele nieuw kledingstuk heb aangeschaft, ik heb ze allemaal (zeg maar gerust een kast vol) geruild voor boodschappen.
Daarnaast heb ik veel spullen gekregen van familie, vrienden en collega’s zoals een toffe kinderwagen, babykleertjes, spelletjes, box en kinderboeken. Daar ben ik heel dankbaar voor en de schenkers zijn geloof ik ook blij dat hun spullen goed terecht zijn gekomen.
Het ledikantje hebben we voor € 10 bij de kringloop gehaald. Even poetsen en hij is zo weer klaar voor een tweede ronde (naast ons eigen bed). Mogelijk gaat mijn super handige man er zelfs een co-sleeper van maken.

Sommige dingen willen we wel nieuw aanschaffen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het aankleedkussen, een matrasje, speentjes en drinkflessen. Voor deze producten kijken we naar een zo duurzaam mogelijke variant.
Neem bijvoorbeeld de drinkflessen: ik ben een beetje verliefd geworden op de lifefactory glazen flessen. Deze kunnen een hele lange tijd mee, bevatten geen plastics en “groeien” met het kindje mee. Dat wil zeggen dat je niet alleen een speen kan gebruiken maar later ook een drinktuitje. Bovendien kunnen de flessen in de vriezer voor als ik de borstvoeding wil invriezen. Ik heb mij laten vertellen dat je minimaal 2 flessen nodig hebt als je borstvoeding wil geven. Om flexibel om te kunnen gaan met de situatie zit ik te denken om 3 of 4 flessen aan te schaffen: 2 kleine en 1-2 grote. Vanwege mijn minimalistische instelling wil ik niet te veel in huis halen, maar wil ik wel de mogelijkheid hebben om borstvoeding in te kunnen vriezen voor bij de gastouder.
Wat betreft het matrasje kijken we naar één met biologische materialen, het liefst een combinatie van katoen, wol en/of kokosvezel. Het zijn dure matrasjes maar veel gezonder voor het kindje en beter voor het milieu. Uiteraard willen we het matrasje bij een tweede kindje weer gebruiken waardoor de kosten ook wel weer meevallen en we onze ecologische voetafdruk blijven behouden.

Het meest interessante onderwerp zijn de luiers. De meeste mensen maken gebruik van wegwerpluiers, en vanwege mijn interesse in duurzaamheid en biologisch werd mij niet zelden (met sarcasme) de vraag gesteld of we dan ook biologische luiers gingen kopen. Als ik ze dan vrolijk vertel dat we eigenlijk “gewoon” ouderwetse wasbare luiers willen gebruiken, dan kijken mensen toch even gek. “Veel succes ermee” en “ Dat vind ik heel moedig” heb ik nu een aantal keren gehoord.

wasbare luiers
Wij geloven echter dat wasbare luiers veel voordelen hebben; weinig afval, het kindje wordt sneller zindelijk, geen schadelijke stoffen op het huidje (zoals dat wel het geval is bij wegwerpluiers) en weer te gebruiken bij volgende kindjes. In eerste instantie wilden we graag gebruik maken van een compleet systeem zoals bumGenius, Popolini of Bamboozle. Zo’n systeem bestaat uit een aantal luiers waarmee je helemaal voorzien bent voor je kindje. Je hebt ze in allerlei soorten (eendelig systeem, tweedelig systeem, extra voeringen, met/zonder overbroekjes etc), maten (one size of meegroei), kleuren, systemen (drukknopen, veters of klitteband) en in diverse grondstoffen (bamboo, hennep, katoen, polyesther, etc). Bijna hebben we ons laten meesleuren in deze nieuwe “trend”, maar gelukkig realiseerden wij ons dat er helemaal niks mis is met het gebruik van ouderwetse hydrofiel luiers in combinatie met een overbroekje. Ja inderdaad, dezelfde luiers die jouw ouders waarschijnlijk ook bij jou hebben gebruikt! 😉 De bedoeling is om een aantal waterdichte overbroekjes van bijvoorbeeld wol aan te schaffen en de hydrofiel doeken als luiers daarin te gebruiken. Dus een hippe manier van hoe het vroeger werd gedaan. De praktijk moet nog wel uitwijzen of het handig is om het zo te doen, maar het idee spreekt ons in ieder geval wel aan.

Regelmatig wordt ons ook de vraag gesteld wanneer we onze kleine zuinige stadsauto gaan inruilen voor een grotere versie in verband met de baby en alle spullen dat mee moeten. “Niet” is ons antwoord. We willen zo veel mogelijk gebruik maken van een draagdoek en dat past ook wel in onze kleine Nissan Micra. 😉 Bij komende voordeel is dat we ons kindje lekker veel bij ons kunnen dragen.

We hebben al lang door dat er een hele marketing achter baby’s krijgen zit, en de kunst is om het gezond verstand te behouden: wat heb je werkelijk nodig en in welke duurzame uitvoering zijn die spullen te verkrijgen? Zoals je leest hebben we nu al best wat ideeën hierover, maar ik vertel jullie graag nog meer over mijn daadwerkelijke ervaringen als de baby in de zomer gearriveerd is. 🙂

Mochten jullie nog meer suggesties en ideeën hebben dan ben ik daar uiteraard heel benieuwd naar!

Bewust verhuizen

Lilla

Afgelopen maand zijn we verhuisd naar een andere woning. We hebben eindelijk de grote stap van een huur tussenwoning naar een vrijstaand koophuis gemaakt. Dat was al lange tijd een grote droom van ons. Het is wel een kleiner huisje dan we hadden, maar dat dwingt ons ook om kritisch te kijken naar wat we echt nodig hebben. Want hoe ga je verhuizen zonder al te veel nieuwe / extra troep weer in huis te halen? Wat neem je wel / niet mee? En hoe ga je bewust om met je afval?

Allereerst is een goede planning belangrijk. We zijn vanaf het moment dat we wisten dat we gingen verhuizen begonnen met plannen. We hielden alle aanbiedingen in de gaten, gingen alvast inpakken, vroegen om tips bij familie, vrienden en collega’s, leenden gereedschap en schreven een efficiënte “plan van aanpak”. Houd wel rekening met eventuele onverwachte tegenvallers in de planning want die kom je toch altijd tegen.

Vervolgens gingen we alvast kijken welke spullen we wilden meenemen naar het nieuwe huis en welke dingen beslist niet. Dat ging verder dan de inhoud van de kastjes. Zo hebben we de nieuwe huurders de keuze gegeven om onze laminaatvloer (die nog in perfecte staat verkeert) over te nemen en anders wilden we de vloer hergebruiken in het nieuwe huis. Ergens was ik dan ook teleurgesteld toen ze akkoord ging met de overname, maar ik bekijk het maar zo dat de vloer nu alsnog een tweede ronde krijgt (alleen bij iemand anders). We hebben zelfs alle schroefjes en spijkers die we uit de muur hebben getrokken bewaard omdat we die mogelijk in het nieuwe huis weer kunnen gebruiken.

youdont

Tijdens het inpakken waren we ook fanatiek aan het selecteren. Een heleboel kleding, boeken, accessoires en keukengereedschap belandde op de ruilhoek bij ons in het dorp. Dat is een groep op facebook waar je in ruil voor bijvoorbeeld boodschappen spulletjes kan “ruilen”. Er doen aardig wat mensen actief mee waardoor we al voor de verhuizing aardig wat spulletjes kwijt waren. Daarnaast hebben we de laatste twee weken ons best gedaan om de koelkast, diepvries en de voorraadkast zo veel mogelijk leeg te maken (lees = alles op te eten). Zo kwam ik er ook achter dat er nog her en der wat voedingsmiddelen lagen die eigenlijk over datum waren (en realiseerde ik mij weer dat wat vaak impulsieve aankopen waren bijvoorbeeld kokosmeel of rauwe cacao nibs en die fout wil ik niet weer maken), maar het meeste hebben we aardig kunnen opmaken in de laatste twee weken.

Persoonlijk vind ik dat we vrij goed geminimaliseerd zijn, maar toch bewaren we nog het een en ander als we het idee hebben dat we het in de toekomst nog heel goed kunnen gebruiken. In dit geval gold dan ook “wie bewaart, heeft wat” want ik had nog een pak met plastic bekers en bordjes bewaard van de vorige keer dat we verhuisd waren. Dat kwam nu heel goed van pas! Uiteraard belanden deze spullen na gebruik in de plastic verzamelzak. Maar ook andere spullen zoals verfrolhouders en bakken hebben we van de vorige keer bewaard. Dat zijn prima spullen om voor een tweede ronde te worden gebruikt.

Tijdens de verhuizing en de eerste opknapbeurt van het huis hebben we goed nagedacht over hoe we het afval gingen hergebruiken, verzamelen en inleveren. In het vorige huis had ik een nee/nee sticker op de voordeur, maar dat heb ik hier bewust eerst niet gedaan. We konden namelijk de folders heel goed gebruiken als afdekmiddel tijdens het sauzen. Verder hebben we vanaf het begin af aan de diverse afval soorten apart bij elkaar gelegd. De volgende groepjes ontstonden: papier/karton, textiel, hout, metaal, glas, plastic en restafval. Dat was best wat werk, maar aan de andere kant was al het afval gelijk netjes gesorteerd. Voor zover het mogelijk was hebben we het afval bij het wekelijkse ophaalmoment van de milieuboer aangeboden. De rest hebben we in 1 rit (met een grote wagen) gesorteerd naar het vuilstort gebracht. Trouwens.. bij sommige vuilstorten krijg je zelfs geld terug als je metaal inlevert!

Het was dus nogal een onderneming om milieubewust, minimalistisch en afvalbesparend te verhuizen en toch is het vrij goed gelukt. Als je maar een beetje vooruit denkt en creatief omgaat met wat je al in huis hebt, dan kun je een heel eind komen!

opruimen

Het bewijs van succesvol afval verminderen

Lilla

Met gepaste trots las ik mijn artikel in het tijdschrift Wonen en leven in Drenthe over mijn deelname aan de Voetspot. Het is toch heel bijzonder om je eigen verhaal gedrukt in een tijdschrift terug te lezen, ik ben dankbaar voor deze kans. 🙂

foto 2 tijdschrift foto 1 tijdschrift kopie

Vorig jaar in mei las ik voor het eerst over de Voetspot en het sprak mij meteen aan om te schrijven over het verkleinen van mijn voetafdruk. Ik zag mijzelf vooral als een beginner op dit gebied en door mee te doen vond ik het een stok achter de deur om hier serieus mee bezig te gaan en me verder te verdiepen in verschillende thema’s. Inmiddels vind ik toch wel dat ik bij de gevorderde groep hoor, maar er valt nog steeds heel veel te leren en te ontdekken.

Het jaar 2015 stond voor mij in het teken van zo weinig mogelijk afval produceren. Om dit te bereiken heb ik mij verdiept in en geschreven over hoe je bewust met je garderobe om kunt gaan, over het nut en tips bij omgekeerd inzamelen, over hoe je het riool schoon zou moeten houden, over de eerste stappen naar een afvalarme leefstijl en over het houden van een succesvolle nieuwjaarsschoonmaak. En het heeft zeker zin gehad om hier meer aandacht aan te besteden binnen ons huishouden, de cijfers liegen er niet om. 😉

1647-ill-afvalscheiding-feb2016-hires

De gemiddelde Nederlander produceert 489 kg afval per jaar. Ik was benieuwd hoe wij het deden. Als nul-punt heb ik vorig jaar het aanslagbiljet van de gemeentelijke belastingen over 2014 gebruikt. Mijn man en ik hebben in dat jaar op papier 238 kg GFT-afval en 330 kg restafval geproduceerd. Een jaar later kan ik met trots zeggen dat we ons afval nog drastisch hebben kunnen verminderen. In 2015 hebben we namelijk 78 kg GFT-afval en 171 kg restafval geproduceerd! Het is verslavend om te zien hoe goed we het hebben gedaan en het wordt nu pas echt dé uitdaging om de cijfers volgend jaar nog meer naar beneden te krijgen.

Krijg je ook gelijk de kriebels om je afval te verminderen? Hierbij 10 tips zodat je direct kan starten!

1. Haal geen afval in huis! Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar als je er een tijdje op gaat letten zul je zien dat je snel vooruitgang boekt. Een makkelijke eerste stap is om groente en fruit te kopen die niet in plastic zit en geen gebruik te maken van de wegwerp plastic zakjes in de supermarkt. Neem een mand mee en leg daar het groente en fruit in dat je nodig hebt. Of maak gebruiken van papieren zakken als deze in de winkel liggen (soms bijvoobeeld bij de broodafdeling). Of maak zelf katoenen tasjes en netjes (zie voorbeelden hier en hier) als je het groente en fruit apart wil vervoeren of moet afwegen. Ben je echt geen DIY dan kun je ze in diverse webshops kopen.

2. Net genoemde papieren zakken of katoenen tasjes kun je ook gebruiken om producten in te bewaren of om lunch mee te nemen naar het werk. Zo gebruik ik papieren zakken echt totdat ze uit elkaar beginnen te vallen. Het verdwijnt pas in de afvalbak als ik het niet meer kan gebruiken.

3. Leg linnen tassen, plastic tassen / bigshoppers die je nog thuis heb liggen, klapkratten en manden in de auto zodat je altijd wat bij je hebt als je gaat boodschappen doen. Ben je ze toch nog vergeten kijk altijd in de winkel of er een lege doos ligt om je boodschappen in te vervoeren, deze kun je thuis gemakkelijk gebruiken als papier afvalbak.IMG_0008_3

4. Koop in bulk in. Dit kan bijvoorbeeld met pasta, rijst, peulvruchten en muesli via webshops of als je toegang hebt tot de groothandel dan daar. Maar denk ook aan andere producten zoals bijvoorbeeld shampoo, verzorgingsproducten en schoonmaakmiddelen. Koop liever een grotere verpakking zodat je minder afval in huis haalt.

5. Kies voor glazen potten in plaats van plastic bakjes. Een groot voordeel is dat je de glazen potten kunt hergebruiken, bij plastic is dat minder gezond en onhandig om te doen. Ik gebruik de glazen potten van bonen bijvoorbeeld om nootjes in te bewaren of zelfgemaakte quacamole mee te nemen naar het werk. En glas wordt overal wel apart ingezameld waardoor je deze niet bij het restafval hoeft te gooien.

6. Gebruik een keukendoek in plaats van keukenpapier. Bij ons ging er veel keukenpapier doorheen, terwijl als we een keukendoek gebruiken wij daar veel zuiniger op zijn.

7. Neem naar je werk een eigen kop, boord en bestek mee. Ik erger mij best wel aan de hoeveelheid plastic bordjes, bekertjes en roerstaafjes die per dag bij mijn werkgever op kantoor wordt weggegooid. Het is wel even wennen om je kop, boord en bestek elke dag af te wassen op het werk, maar het scheelt zo veel afval.

8. Voordat je spullen weggooit vraag in je omgeving of iemand er belang bij heeft of zet het op een ruilsite voor iets kleins. Zo heb ik mijn dorpsgenoten met de meest gekke dingen blij kunnen maken (en andersom is dit ook waar!) waar ik graag vanaf wilde zonder deze weg te moeten gooien. Scheelt weer afval voor mij en een ander is er blij mee.

9. Scheid je afval serieus en consequent! Ik weet dat niet in alle gemeentes het afval gescheiden wordt ingezameld (daar heb ik dus best wel geluk mee) maar papier, glas en GFT afval kun je over het algemeen toch wel apart inleveren. Zorg ervoor dat deze materialen niet in het restafval terecht komen als dat niet nodig is.

10. Doe vooral wat bij je past en stap voor stap. Je hoeft niet in een keer je hele levenstijl over de kop te gooien. Probeer eerst een of twee dingen te veranderen en als dat al goed gaat kun je naar de volgende stap. 🙂

Welke vervoersmiddel pak jij morgen naar je werk?

Lilla

Ik woon op 47 km enkele rit (met de auto) van mijn werk. Dit maakt dat een auto in mijn leven eigenlijk niet kan ontbreken. Dat zit mij enerzijds dwars, maar aan de andere kant maak ik daarom ook een bewuste keuze voor de auto die voor mijn huis staat. In de perfecte wereld zou ik van de auto af willen om het milieu te sparen. Waarom lees je hieronder.

De keuze voor een auto

Door gebruik te maken van de auto dragen we bij aan de milieubelasting door de uitstoot van luchtvervuilende stoffen CO2 en fijnstof. Daarnaast geeft autoverkeer geluids- en geuroverlast. De meeste Nederlanders (zo’n 97%) maken gebruik van auto’s die als brandstof benzine of diesel nodig hebbenEen groot deel hiervan heeft een benzine auto (80%) en een kleinere groep rijdt diesel. Daarnaast is nog een veel kleinere groep die gebruik maakt van elektrischhybride- of LPG auto’s. 

Eigenlijk gebruiken we voor alle auto’s fossiele brandstoffen. Zelfs voor elektrische auto’s want de elektriciteit komt in Nederland van aardgascentrales. Groene stroom is in de meeste gevallen ook niet 100% duurzaam, maar hier ga ik een andere keer op in. De enige manier om klimaatneutraal te rijden is door 16 zonnepanelen op de juiste plek op het dak van jouw huis plaatsen waarmee je zoveel stroom zelf kan opwekken dat je 13.300 km per jaar met je elektrische auto kan rijden.

Fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die uit de natuur worden gehaald en uitputbaar zijn. Afhankelijk van het soort brandstof schatten bepaalde organisaties in dat we nog 40 tot 100 jaar te gaan hebben voordat deze brandstoffen op raken. Dat is op zeer korte termijn en wellicht zal dit niet alleen onze kinderen maar zelfs onszelf nog raken. 

Bepaalde nieuwe auto’s kunnen al op groengas, bio-ethanol of bio-diesel rijden. Dit heeft een aantal voordelen: minder CO2 uitstoot en luchtvervuiling, een oplossing om afgedankte biomassa te verwerken en is genoeg op voorraad. Er kleven echter ook grote nadelen aan zoals concurrentie met de voedselproductie en natuurgebieden (om biomassa te kunnen produceren) en een gebrek aan transparantie over de herkomst van biomassa (het ene gewas als grondstof is milieuvriendelijker dan het andere). Nog een ander dingetje is dan ook dat je maar een tankstation moet zien te vinden bij jou in de buurt die het verkoopt en je moet er meestal iets meer geld voor over hebben. In de provincie Groningen, Friesland en Drenthe zitten drie tankstations waar ik met mijn auto biodiesel zou kunnen tanken maar het is een beetje om naar Emmen, Sneek of Pesse. Had ik een benzine auto gehad,(wat niet uit kan in onze situatie) dan had ik in de stad Groningen of in Pesse bij twee tankstations terecht gekund voor bio-ethanol.

Tips voor een milieubewuste auto keuze

• Bij het kiezen voor een auto loont het om op zoek te gaan naar een auto met energielabel A of B omdat deze minder brandstof gebruikt dan een vergelijkbare auto zonder deze labels. Let wel op, in de praktijk is het niet echt mogelijk om de door de fabriek opgegeven verbruik te halen. 

• Auto’s die na 2001 gebouwd zijn, zijn minder vervuilend mede doordat vanaf toen striktere Europese normen zijn geïntroduceerd om de uitstoot van vervuilende stoffen per gereden kilometer te verminderen. Dit geldt met name voor dieselauto’s omdat deze geen roetfilter hebben voor dit bouwjaar.

• Veel mensen rijden in een auto die eigenlijk te groot is voor hun gezinssamenstelling. Door een kleinere en lichtere auto te nemen verbruikt de auto minder brandstof en is de wegenbelasting ook lager.  

• Stel dat je trouwens in de provincie Groningen woont dan kun je eenmalig € 2000 subsidie krijgen voor de aanschaf van een nieuw voertuig dat rijdt op groen gas of om de motor van je bestaande auto om te bouwen. Voor subsidie voor een elektrische auto kun je zowel in de provincie Groningen als in de provincie Drenthe aanspraak maken op € 2000 tot € 3500 subsidie per een bepaalde voertuig. Je moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen (zie www.energyexpo.nl of www.fuelswitch.nl )

• Bekijk of je wellicht een andere vervoersmiddel kan kiezen. De trein is het meest zuinige vervoersmiddel, na fietsen en lopen. Zie de CO2 uitstoot van verschillende vervoersmiddelen per persoon die door milieucentraal is samengesteld.
klimaatklappers-grafiek-vervoer-654x395
Trein versus auto
Met de trein zorgen we volgens milieucentraal per persoon voor 95% minder CO2 uitstoot dan als we een gemiddelde auto pakken. Als ik mijn werkadres en huisadres intoets op 9292ov.nl kan ik direct een vergelijking zien in CO2 uitstoot van verschillende vervoerders (overigens niet allemaal te gebruiken op mijn route). Ik maak gebruik van een kleine auto waardoor de CO2 uitstoot van een enkele rit naar mijn werk 3,6kg CO2 is. Zou ik deze rit met de trein maken dan zit ik slechts op 1,0kg CO2. Dat klinkt behoorlijk aantrekkelijk.
trein of auto

Maar waarom doe ik het dan niet? 

Dat ik toch voor de auto blijf kiezen heeft meerdere redenen. De belangrijkste reden is dat mijn reiskostenvergoeding bij lange na niet genoeg is om de trein te pakken in plaats van de auto. Met een voordeelabonnement zou mij dit maandelijks € 280 kosten terwijl mijn reiskostenvergoeding nog niet eens de helft is. Voor mijn man geldt hetzelfde. Ondanks dat het een winst voor het milieu zou zijn, zou ik qua kosten erop achteruit gaan. Als dit nu een paar tientjes had gescheeld had ik het nog willen overwegen..
De tweede reden is dat zowel mijn man als ik dan langer onderweg zijn, afhankelijk zijn van overstappen en in de spits moeten reizen. Al met al niet een heel handige combinatie.
Ten derde durf ik toe te geven dat ik niet zonder de auto kan. Een deel van onze familie woont op “trein” afstand en een deel woont zo ver dat ik daar het vliegtuig voor moet pakken. Voor beide heb ik niet persé een auto nodig, maar het is wel fijn om flexibel te kunnen zijn door het hebben van een autoWe proberen wel zo veel mogelijk ritjes te combineren zodat extra ritjes niet nodig zijn.

Hoe sluit ik hier een compromis in, waar ik dan wel mee kan leven? 

Op dit moment rijden wij in een Nissan Micra diesel uit 1996. Het is totaal geen moderne auto, maar in de afgelopen anderhalf jaar hebben wij dan ook geen problemen of gedoe met de auto gehad dus onderhoudstechnisch een heel voordelige keuze. 
Het is een kleine auto waardoor het zuinig en goedkoop is. We zijn nu nog maar met z’n tweetjes, dus het nut van een grotere auto zagen we niet. De enkele keren dat er twee extra personen bij ons in de auto zitten kunnen we op onze handen tellen dus daarvoor is het totaal niet nodig om een grotere auto aan te schaffen. 
Wij rijden gemiddeld 480 km per week en dat redden we meestal net op 1 tank (van 30 liter diesel), waardoor we op een verbruik van 1 op 16 uitkomen. Eerder reden we trouwens over de 500 km’s, maar dat hebben we inmiddels kunnen beperken doordat manlief nu een deel van de reis met een collega mee kan rijden. 
Ondanks dat het niet een luxe auto is en we creatief moeten omgaan met het gebruik omdat we maar één auto hebben met z’n tweeën heb ik toch wel het gevoel dat ik een goede, bewuste keuze maak wat betreft vervoer.

Duurzame initiatief in Drenthe: Green Planet van Edward Doorten

Green Planet is gevestigd aan de Bultinge 2 in Pesse. Initiatiefnemers Edward Doorten beseft dat hoewel mobiliteit nu al een hot item is, in de toekomst zal de wens van de consument nog meer verschuiven naar duurzame mobiliteit. Green Planet is koploper in de transitie van fossiele naar meer duurzame en klimaatneutrale brandstoffen door educatie, bewustzijn creëren en duurzame alternatieven voor iedereen toegankelijk te maken. Green Planet neemt daarin een voorbeeldfunctie aan en is inmiddels een gecertificeerd Lean & Green bedrijf. Dat houdt in dat zij kunnen aantonen 20% CO2-reductie in vijf jaar tijd te kunnen realiseren. Ook helpen ze andere bedrijven die willen groeien naar een hoger duurzaamheidsniveau door hen te begeleiden in het Lean & Green traject. Bovendien zijn de bio brandstoffen voorzien van een ISCC keurmerk, dat houdt in dat tijdens de keten (van productie tot levering aan consument) de uitstoot van broeikasgassen worden verminderd, dat mensen, arbeids- en langrechten gerespecteerd worden, dat biomassa niet wordt geproduceerd op landen waar een grote biodiversiteit aanwezig is en dat de langbouwpraktijken deugen en bodem, water en lucht worden beschermd.

Op greenplanet.nl kun je de kentekencheck uitvoeren en bekijken welke alternatieve brandstoffen geschikt zijn voor je auto of welke aanpassingen eventueel nodig zijn aan de motor om groen te kunnen rijden (inclusief prijsindicatie). Voor een klein prijsje per jaar kun je ook een garantiecertificaat krijgen waarmee wordt gegarandeerd dat je probleemloos kan rijden op de groene brandstoffen. De alternatieven worden voor dezelfde literprijs aangeboden als de fossiele brandstoffen, waardoor het niet aan het prijsverschil hoeft te liggen om voor duurzaam te gaan. Tijdens de zogenaamde “Groene weken” worden de duurzame brandstoffen zelfs goedkoper aangeboden dan de gewone benzine en diesel.

greenplanet

Mijn autotje kan volgens de kentekencheck probleemloos op duurzame brandstoffen rijden. Het is jammer dat ik niet in de buurt van Pesse woon want anders wist ik het wel!

Opruimtips voor het nieuwe jaar

Lilla

Allereerst wil ik jullie een fantastisch nieuwjaar wensen met lekker veel minimaliseren, consuminderen en gelukkig & gezond zijn!

Hoe zijn mijn feestdagen verlopen? Mijn overtuigingen wat betreft minimaliseren en consuminderen zijn behoorlijk op de proef gesteld, gezien dat we tijdens de kerstdagen familie op visite hadden. Ik merk dat ik me dan toch eerder aanpas aan mijn gasten, maar gelukkig heb ik ze ook het een en ander kunnen leren over hoe wij in het huishouden bijvoorbeeld afval scheiden. Als cadeau kregen we veel voornamelijk biologische lekkernijen uit het buitenland. Daar waren we erg blij mee, maar het was wel een behoorlijke hoeveelheid! Ik heb nu wat nog over is netjes opgeborgen in een doos als voorraadje waar we de komende tijden mee vooruit kunnen. Helaas heb ik ook wel wat voeding weg moeten gooien tijdens de feestdagen omdat de vriezer of al te vol zat (en het blijkt toch moeilijk in te schatten hoeveel je van te voren moet hebben voor zoveel mensen) of we gingen uit eten waardoor de restjes niet opgemaakt werden. Ik besloot om hier niet over te gaan zitten stressen, de rest van het jaar doen we het immers heel goed. Voor volgend jaar zal ik beter van te voren bedenken hoe we voor zoveel mensen kunnen koken en tegelijkertijd zo min mogelijk afval maken.

Tegen het einde van elk jaar sta ik even stil bij wat ik in dat jaar heb bereikt, waar kan ik trots op zijn, welke keuzes heb ik gemaakt en welke richting ik het volgende jaar op wil (en welke vooral niet).

Ik houd van verrassingen en neem nooit geen “moeten” voornemens voor het nieuwe jaar. Ik ruim wel elk jaar op: ik bedenk welke zaken mij veel energie/tijd hebben gekost, waar ik ongelukkig mee ben, wat voelt te veel als “moeten” en daar neem ik dan stappen in. Dit loopt dan uit in een flinke nieuwjaarsschoonmaak. We leven slechts één keer en ik wil ervoor zorgen dat ik wel gelukkig ben met de mensen om mij heen, de dingen die ik doe en de spullen die ik heb.

De keuzes die ik in 2015 gemaakt heb waar ik bijzonder blij mee ben zijn de geboorte van mijn bedrijf Praktijk Bewust en mijn vrijwilligerswerk bij de Voetspot. In 2016 wil ik nog meer bezig zijn met mijn passies: gezondheid, voeding, minimaliseren, consuminderen, ecologische voetafdruk, zero-waste, recyclen, upcyclen en gelukkig zijn. Afgelopen tijd heb ik veel leuke reacties gekregen op mijn blogs en daar krijg ik zoveel energie van! Al dat enthousiasme steekt mij nog meer aan…

Nieuwjaars schoonmaak

Wat ik altijd aan het begin van het nieuwe jaar doe is een nieuwjaarsschoonmaak. Het idee daarachter is vooral om het oude jaar af te sluiten en ruimte te maken voor het nieuwe jaar. Hier volgen drie tips.

1. Sluit 2015 administratief af.
Wij hebben per jaar een map voor het huishouden met alle facturen, contracten, etc. Ik vind het altijd prettig om het nieuwe jaar in een nieuwe map te beginnen. Tegelijkertijd betekent dit ook dat oude administratie weg kan. Gooi administratie van voorgaande jaren weg waar je niks meer aan hebt, je hoeft namelijk niet alles voor altijd met je mee te sleuren. Sommige zaken kunnen wel handig zijn zoals wachtwoorden, getekende contracten en facturen van dure aankopen (ivm garantie bewijs). Gooi reclame, afgelopen contracten, onbelangrijke facturen en brieven bij het oud papier. Particulier zijn we trouwens niet verplicht om überhaupt een administratie bij te houden, maar de belastingdienst kan tot 5 jaar terug belasting navorderen waardoor het handig kan zijn om toch wat loonstrookjes te bewaren. Voor bankafschriften geldt dat je bij de meeste banken tot 15 maanden terug je afschriften kan bekijken. Bankafschriften van eerder kun je bij je bank wel opvragen maar moet je vaak wel extra voor betalen. Begin het nieuwe jaar goed, pak een nieuwe map en maak alvast de categorieën aan (huur/hypotheek, tv/telefoon/internet, belastingdienst, bank, ziektekosten, verzekeringen, auto gerelateerd, contributies, overige facturen, etc..). Wil je echt helemaal voor het afvalarme archief gaan (doen!), kies dan voor digitaal facturen en bewaar je administratie op je computer. Vergeet trouwens niet om regelmatig een backup te maken!

2. Ruim je keuken op.
Na de feestdagen wil het wel eens zo zijn dat je kasten stampvol zitten met etenswaren die in je kerstpakket zaten maar die je waarschijnlijk niet gaat eten. Geef deze weg aan mensen in je omgeving die er wel van houden (dus niet mensen ermee opzadelen als ze het niet eten, want dan is het alleen afvalverplaatsing 😉 ) of doneer het aan de voedselbank bij jou in de buurt of bij een lokale voedselkast.

En nu je er toch mee bezig bent, bekijk of er nog producten in de kast staan die hun einddatum naderen. Is het echt over datum, gooi het dan weg maar sorteer wel op soort afval. Nadert het zijn einddatum, zet het dan op het aanrecht neer en maak het op korte termijn op. Overigens maken mensen nog wel eens fouten over deze datum. Je hebt twee soorten: “tenminste houdbaar tot” (THT) en “te gebruiken tot” (TGT). Het lijkt simpel, maar sommige mensen verwarren het toch. De THT datum betekent dat je het product in ieder geval tot die datum kan gebruiken. Is deze datum al verstreken proef/ruik dan even of het nog goed is. Vaak is dat nog wel het geval, want producenten bouwen altijd een veiligheidsmarge in. Neem de TGT datum wel strenger. Over het algemeen zit hier ook nog een veiligheidsmarge van een paar dagen op, maar gebruik het zeker niet als het niet goed ruikt/uitziet. Pas zeker op met voedingsmiddelen zoals vlees, vis, kip en melkproducten!

Vergeet ook niet om je diepvries eens onder de loep te nemen. Misschien kun je de komende tijd nog wat restjes opmaken. Kom je erachter dat ze te lang in de diepvries hebben gelegen, gooi het dan weg. Weet je het niet meer zeker? Begin dan te werken met stickers zodat je altijd weet hoelang producten in de diepvries hebben gelegen. Deze stickers zijn goedkoop te krijgen bij de action. Over het algemeen kun je voedingsmiddelen tot 3 maanden in de diepvries te bewaren. Houd daar dus rekening mee.

3. Fris je kledingkast op.
Nu de winter officieel zijn intrede heeft gemaakt kun je de zomerse kleding echt wel even in een doos wegzetten voor over een paar maanden. Ik merk dat het bij mij rust creëert als ik mijn kast niet propvol heb staan met allerlei kleding waarvan ik de helft niet kan gebruiken omdat ze niet bij het seizoen passen. Bovendien als je nu alleen je winterkleding in de kast hebt, zie je ook beter wat je hebt en kun je leuke nieuwe combinaties maken! Zelf heb ik wel het een en ander nog nodig voor het winterseizoen en de afgelopen weken had ik daarom al een paar keer via een ruilsite op Facebook zakken vol winterkleding van andere dames opgehaald. Er zaten best wel leuke stukken tussen! Wat mij niet paste of echt niet mijn smaak was staat alweer klaar om naar de kledingbank te gaan (inmiddels heb ik 3 dozen vol voor ze).
Ga gelijk je garderobe bij langs en verzamel wat je niet meer gebruikt. Je kan hier de kledingbank, daklozenopvang, noodopvang asielzoekers of vrouwenopvang bij jou in de buurt heel blij mee maken.

Let op: wellicht heb je de smaak nu helemaal te pakken en wil je het hele huis onder handen nemen. Op zich is dat heel goed! Maar het is beter om het in kleine projecten op te delen bijvoorbeeld deze week de keuken, volgende week de studiekamer, etc. Opruimen zorgt namelijk eerst voor troep en als je dan halverwege stopt (omdat bijvoorbeeld simpelweg het weekend om is :-D) dan zit je nog meer tussen de rommel dan eerder. Pak het dus handig aan, stapje voor stapje! Heel veel succes in het nieuwe jaar!

De eerste stappen naar een afvalarme leefstijl

Lilla

Ongeveer twee jaar geleden heb ik een artikel gelezen over Green Evelien. Daarin vertelde ze dat ze samen met haar man slechts twee dagen per week per persoon hoeven te werken om toch nog rond te kunnen komen en zelfs wat kunnen sparen. Dat vond ik meteen heel boeiend. In mijn wereld was het op dat moment “normaal” om fulltime te moeten werken. Immers er moet van alles betaald worden: het huis, de auto, nieuwe kleren, nieuwe meubels, biologische voeding, vakanties, uit eten, stappen, cadeautjes en dan ook nog proberen te sparen voor later. Dat er blijkbaar mensen zijn die dat kunnen doen met maar twee dagen per week per persoon te werken (en dan hebben ze ook nog eens drie kinderen) vond ik onvoorstelbaar! Ik wilde hier meer over weten en in mijn enthousiasme heb ik zo ongeveer haar hele blog in één avond uitgelezen. De reden achter de leefstijl van Green Evelien is het energiezuinig willen leven. Lees hier het stuk dat ik voor het eerst over haar las. 

Ze gaat daarin ver, bijvoorbeeld door haast geen elektrische apparaten meer in huis te hebben (lees = ook geen koelkast), een composttoilet te gebruiken en zichzelf alleen nog maar te wassen met koud regenwater aan de wastafel. Het lijkt op het eerste gezicht onrealistisch, armoedig en sober maar in werkelijkheid pakt ze het heel creatief aan en dat inspireert mij. Ik zal zeker niet alles in de praktijk brengen maar het zet mij toch wel aan het denken in hoeverre in een luxe leven nodig heb. Luxe betekent voor iedereen wat anders. Voor de één is dat een succesvolle cariere, sociale status en materiele bezittingen. Voor de ander betekent luxe vrijheid krijgen, bewust met milieu, natuur en dier om te kunnen gaan, tijd kunnen doorbrengen met geliefden en simpelweg het kunnen doen wat jij maar wil. Ieders waarheid ligt ergens tussen deze twee uiteinden. Geïnspireerd door de leefstijl van Green Evelien begon bij mij een kanteling in denkwijze plaats te vinden en begon ik de definitie van luxe voor mijzelf te herformuleren.

Wat Green Evelien doet, wil ik tot een zeker punt ook in de praktijk gaan brengen. Iging bij mezelf na hoe ik eigenlijk op dat moment in het leven stond en hoe het kon dat ik mij niet kon veroorloven om slechts twee dagen per week te werken. 
Ik vroeg mezelf de volgende dingen af:

– Wat is daadwerkelijk nodig om te kunnen leven?
– Wat is mijn definitie van luxe?
– Waar besteed ik mijn geld aan?
– Welke spullen bepalen mijn geluk en waarom?
– Hoelang moet ik werken voor deze spullen? En is dat het dan waard?

Ik realiseerde mij dat een simpeler en bewuster leven een verrijking van het leven kan zijn. Alle spullen en zaken om mij heen slokten mijn aandacht op terwijl ik door die spullen eigenlijk niet gelukkiger werd. Ik kan namelijk niet goed functioneren als ik te veel dingen om mij heen heb. Op de één of andere manier heb ik dan niet genoeg “ruimte” voor mijn gedachten, inspiratie en creativiteit. Ik geloof dat ik de beste werknemer ben in het opzicht dat mijn bureau altijd leeg is en mijn lades netjes geordend. Een opgeruimd huis staat daarom hoog op mijn lijstje, maar dat is niet altijd haalbaar met een drukke baan en een steeds ophopende en om aandacht schreeuwende berg spullen. En dan ook nog proberen een leefstijl aan te houden die mij via de maatschappij wordt aangepraat.. Mijn kleine Nissan Micra uit 1995 is vaak onderwerp van grappen (onterecht overigens want dat ding is ijzersterk, super zuinig en ongelovelijk goedkoop!). Mijn man en ik willen graag een huis kopen en ook daar merken we dat we steeds tegen de gedachte aan lopen dat het groter, beter, mooier, slimmer moet. Dat veroorzaakt dagelijks een ontzettend lastig interne conflict in mij. Want ga ik voor groot, mooi en duur, of voor klein, uniek en goedkoop. Dus ga ik werken voor mijn leefstijl, of pas ik mijn leefstijl aan zodat ik minder hoef te werken? 

Ik zag steeds meer in dat ik juist veel moet inleveren van mijn vrijheid om een bepaalde leefstijl aan te kunnen houden. Maar welke onderdelen van die leefstijl kosten mij vrijheid en hoeveel? Ik begon met het maken van een maandelijkse overzicht zodat ik in kaart kon brengen waar mijn geld maandelijks naartoe gaat en nog belangrijker: hoeveel. Had ik al deze dingen eigenlijk wel nodig? Ik begon steeds meer te balen als ik geld uitgaf aan aankopen die ik achteraf gezien eigenlijk niet persé nodig had.

Consuminderen…

Een belangrijk onderdeel van het proces was om te leren dat ik niet elke keer iets moest kopen als ik een winkel binnenkwam. Dat voelde voorheen normaal (sterker nog ik baalde ontzettend als ik niets kon vinden om te kopen) waardoor ik dus elke keer met onzinnige aankopen thuis kwam. Je kent vast wel het welbekende Action fenomeen: je gaat voor een ovenschaal naar deze winkel en vervolgens kom je met drie tassen vol spullen thuis. Dat dus, maar dat wilde ik veranderen.
De eerste paar keren was een teleurstelling om met lege handen thuis te komen na een dagje shoppen. Maar al gauw begon ik toch trots op mezelf te worden en het als een uitdaging te zien om de verleiding te weerstaan. Het gaf een kick als het mij lukte om in de winkel de beslissing te kunnen maken dat ik niet nog meer spul nodig had

Ik kwam in aanraking met een winkel waar ze tweedehands kleding en kleding dat in winkels achterbleef verkopen per kilo. Dit is een winkel in mijn geboorteland (dus in die zin geen goed verhaal voor de Nederlandse lezers), maar ik zal in mijn volgende blog op zoek gaan naar leuke tweedehands winkeltjes in het Noorden van het land!
In ieder geval, ik was in eerste instantie sceptisch over de tweedehandswinkel maar dat veranderde heel snel. Eerlijk is eerlijk, je komt ook onbruikbare spullen tegen. Ik zie het als een uitdaging om op zoek te gaan naar de pareltjesDe hoeveelheid kleding die ik kon kopen voor de prijs waarvoor ik in een doorsnee kledingwinkel hooguit een truitje kocht was onvoorstelbaar. Toen realiseerde ik het opeens: ik was aan het hergebruiken! Hoe cool is dat? Bovendien word ik minder gestrest van tweedehands kleding. Ken je dat gevoel van ontzettend balen als je per ongeluk met een net nieuw kledingstuk ergens achter blijft haken of op de verkeerde stand in de wasmachine doet? Dat heb ik nu niet meer. Gaat mijn kleding nu stuk dan doet het mij niet meer zeer om deze voor hergebruik in de textielcontainer te doen.

Voor het geld dat ik niet meer uitgaf aan onnodige spullen en nieuwe kleding kon ik de keuze maken voor volledig biologische voeding. Doordat ik online bestel kom ik bovendien niet in de verleiding om troep in huis te halen. Dit systeem kwam bovendien met een enorm voordeel: weinig verpakking! Ik zag ineens de plastic vuilnisbak niet meer zo snel uitpuilen als voorheen (die in de reguliere supermarkt vaak wel worden gebruikt voor biologische voeding om kruisbesmetting met niet-biologische voeding te voorkomen). En de papieren zakjes die voor het hoogst nodige gebruikt worden door dit bedrijf (want wees nou eerlijk een kilo snoeptomaten zo los tussen 1 kilo andere groente en fruit is hoe je het ook bekijkt toch niet handig) bewaar ik in de la om zelf lunch in mee te nemen naar mijn werk. Kortom we hergebruiken het verpakkingsmateriaal zo lang mogelijk voordat het officieel als afval in de papier doos belandt. In de supermarkt word ik doodmoe van alle reclame waarmee ik wordt verleid om van alles te kopen dat ik helemaal niet nodig heb. Door het online bestellen kom ik steeds minder vaak in de winkel. Ik kijk bovendien nu met andere ogen rond dan eerder. Als ik een winkel of supermarkt binnenkom zie ik vooral heel veel afval, veel onnodige verpakkingen en nutteloze spullen. Ik word niet meer vrolijk van winkelen.

Minimaliseren…

Ik meldde mij aan bij twee groepen op Facebook waar we ideeën, inspiratie en tips uitwisselen met betrekking tot minimaliseren (“minimaliseren kun je leren” en “minimaliseren voor gevorderden”). Doordat ik inmiddels aan consuminderen deed, begon ik ook anders te kijken naar de spullen die ik al in huis had. Ik zag ineens kasten vol met troep dat ik al jarenlang met mij heb meegesleurd terwijl ik er niets meer aan heb. Sterker nog veel spullen zou ik niet eens missen als ze “verdwenen” waren. Dus waarom bewaar ik het dan nog? Met die gedachten ben ik als een gek te keer gegaan in mijn kantoorkamertje. Mappen vol met administratie van heel wat jaren terug, halve aantekeningen van presentaties waar ik niks meer van kan maken, foldertjes van bedrijven waar ik ooit nog eens naar zou gaan kijken, tijdschriften die ik nog zou lezen, visitekaartjes van mensen die ik mij niet meer kan herinneren, oude cd’s met computer back ups en heel veel readers van mijn opleiding nog. Een groot deel ben ik (in stappen) bij langs gegaan en bij elk stuk dat in mijn handen heeft gezeten heb ik mij afgevraagd of ik er het komende half jaar nog iets mee zou doen. Was het antwoord nee dan ging het linea recta de papier doos in. Een berg aan afval heb ik weggegooid. Het voelde heel raar om ineens zo veel afval te creëren, terwijl ik juist afval wil minderen. Toch voelt dit deel van minimaliseren behoorlijk opluchtend en ik moet er niet meer aan denken om “afval” terug in huis te halen. Het begint een verslaving te worden om zo min mogelijk in huis te hebben. 

We hebben een klein badkamertje en dat werd het volgende project. Mandjes vol met haar- , hand- en huid crèmes, make-up, nagellak, douchespul, maskertjes en andere smeersels die eigenlijk alleen maar staan te vergaan. De meeste spullen waren bovendien over datum dus deze konden gelijk weg. Ik heb natuurlijk wel alles uitgesplitst in plastic en grijs afval. Lees voor tips over afval scheiden mijn vorige blog “omgekeerd inzamelen”. Ook apparaten (krultang, hair straightener, etc) konden weg of op de Facebook-ruilsite bij mij in het dorp. Alle spullen voor de “minder-leuke-dames-dagen” gingen in een mandje naar de beneden wc voor gasten. Ik heb het niet meer nodig sinds ik wasbaar maandverband gebruik (lees in mijn blog “Het riool: wat zit daarin?” waarom). Na het minimaliseren in de badkamer is het gelijk een stuk opgeruimder, overzichtelijker en een prettigere ruimte geworden.

Na de badkamer was mijn kledingkast aan de beurtOndanks dat ik niet altijd iets leuks kan vinden om aan te trekken puilt het toch wel uit van kleding. Er is te veel keuze waardoor ik niet kan kiezen. Daarnaast staan op zolder ook meerdere dozen met nog uit te zoeken kleding die ik of nog voor later wilde bewaren, nog wilde repareren/iets van wilde knutselen, of nog wilde verkopen. Ook ben ik al een tijd tweedehands baby/kinderkleding aan het verzamelen als een soort van “uitzet”.
Het voordeel van tweedehands kleding is ook gelijk een groot nadeel: doordat het goedkoop is heb ik er veels te veel van in huis. Daar wilde ik vanaf en dus stelde ik twee maanden geleden een systeem in:

– één doos met kleding/tassen als herinnering aan vroeger (wij vonden het vroeger namelijk erg leuk om met de kleding uit de “oude-kleding-doos” van mijn moeder te spelen),
– één doos met kleding/schoenen die naar vrienden of familie kunnen (zo gaf ik laatst schaatsen die mij toch niet meer passen door aan een vriendin die het wel past en kleding die mij te groot of te klein is aan vrienden/familie die het wel past),
– één doos met kleding/schoenen/tassen die ik nog wil verkopen/ruilen op kleding(ruil)beurzen, swaps of volgend jaar met koningsdag markt (nette kleding die leuk genoeg zijn om eerlijk te kunnen ruilen of geld voor te vragen),
– één doos met kleding/schoenen/textiel/tassen die naar de kledingbank kan (kleding, schoenen, textiel (gordijnen) en tassen die ik niet wil bewaren als herinnering en ook niet meer verkoopbaar is),
– één doos met kleding/textiel die naar de textielcontainer kunnen (kleding en textiel die geen tweede ronde meer meekunnen, bijvoorbeeld sponsjes en kapotte keukendoeken)
– één doos met kinderkleding (die zit inmiddels vol, dus ik mag van mijzelf niet meer erbij verzamelen tot het babyproject echt gaat beginnen 😉 ).

Helaas lukt het niet om in één dag het hele huis geminimaliseerd te hebben. Bovenstaande projecten ben ik meerdere dagen per ruimte mee bezig geweest. Er valt nog zo veel in mijn huis te minimaliseren, zoals in de keuken (te veel keukengereedschap, vormpjes, schaaltjes, spul in de voorraadkast die ik helemaal niet gebruik), in het schuurtje (eigenlijk een klus voor mijn man; het staat nu vol met dozen schroefjes, moertjes, gereedschap etc. die we ook lang niet allemaal nodig hebben) en het kantoorkamertje is ook nog lang niet klaar!

Stappenplan

Stap 1 = Consuminderen. Afval verminderen begint in mijn ogen met zo min mogelijk afval in huis halen en te maken. Denk tijdens het winkelen na of je iets écht nodig hebt. Heb je het het afgelopen half jaar regelmatig nodig gehad? Ga je het de komende zes maanden regelmatig gebruiken? Kun je het niet lenen van iemand of tweedehands krijgen (= hergebruiken bespaart productie- en transportafval)? Als na bovenstaande vragen toch de conclusie getrokken kan worden dat het echt nodig is om iets aan te schaffen kies dan voor een duurzaam product dat lang meegaat, van goede kwaliteit is en zo min mogelijk afval met zich meebrengt. Neem daarnaast een tas mee als je gaat winkelen zodat je die niet meer hoeft te kopen. Bekijk maar eens hoeveel je kan besparen qua geld en tijd als niet constant spullen blijft kopen!

Stap 2 = Minimaliseren. Als je eenmaal gevorderd bent geworden in consuminderen zul je zien dat je steeds meer afval in huis begint te zien. Ga bij jezelf na welke spullen je nog met je mee wilt blijven sleuren. Heb je het het afgelopen half jaar regelmatig nodig gehad? Ga je het de komende zes maanden regelmatig gebruiken? Wil je persé deze fysieke herinneringen bewaren? Neemt het ruimte in beslag die je beter anders kan gebruiken (grote spullen)? Zijn het spullen waarvan je eigenlijk vergeten was dat je ze had en die je dus eigenlijk ook niet miste? Als je tot de conclusie komt dat je eigenlijk wel zonder kan, vraag dan bij vrienden/familie rond of ze het willen hebben/ruilen/kopen. Daarnaast kun je het ook aanbieden op Marktplaats of ruil- of weggeef sites op Facebook. Wie weet maak je een ander blij mee. Doneer speelgoed aan basisscholen of kinderspeelzalen en lever je tijdschriften in bij huisartsenpraktijken of ziekenhuizen (in het Martini ziekenhuis in Groningen is hier een speciale verzamelbak voor). Kan het echt weg, bekijk wat voor afval het is en hoe je dit het beste kan laten verwerken. Zie hiervoor mijn eerdere blog “omgekeerd inzamelen”.

Wat zijn jullie ervaringen met consuminderen en minimaliseren? Hoe is het bij jullie begonnen? En hoe hou je het vol?

Het riool: wat zit daarin?

Lilla

Bij het verminderen van ons afval denken de meeste mensen in eerste instantie aan wat ze in de prullenbak gooien. We maken echter ook afval dat niet via de prullenbak verdwijnt, maar via het riool! Gemiddeld spoelt elke Nederlander jaarlijks 3,5 kilo afval door het riool. Niet een van de meest smakelijke onderwerpen, maar zeker één waar nog veel winst op valt te behalen en dus de moeite waard om het te bespreken! Hoe wordt ons afvalwater gezuiverd en hoe kun je jouw rioolafval verminderen?waterzuivering

Rioolwaterzuivering: hoe gaat dat?

In Nederland hebben we 400 rioolwaterzuiveringsinstallaties die het afvalwater van woningen, bedrijven en regenwater zuiveren. Alle afvalwater uit huis wordt via afvoerbuizen opgevangen en geleid naar het riool onder je huis. De buizen lopen schuin en naar beneden om de doorstroom mogelijk te maken. Bij veel gemeentes wordt het afval- en regenwater apart ingezameld.

Aangekomen bij de zuiveringsinstallatie wordt het afvalwater eerst door grofvuilroosters geleid om de grote stukken afval (bijvoorbeeld plastic, hout en papier) te verwijderen. Deze stoffen worden verzameld en afgevoerd naar een stortplaats waar ze verbrand worden. In sommige rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt vervolgens het zand dat in het afvalwater zit opgevangen in de zandvanger. Het zand kan dan worden hergebruikt. Het afvalwater stroomt hierna door naar grote ronde voorbezinktanks. Hier zakt het slib naar de bodem en lichte deeltjes vet gaat bovenop het water drijven. Beide worden afgevangen en naar de slibgisting gebracht. Vervolgens wordt het afvalwater biologisch gezuiverd door bacteriën. Ongewenste geurtjes worden afgezogen en over biofilters geleid om ook door bacteriën afgebroken te worden.

Het afvalwater is uiteindelijk zodanig gezuiverd van bijna alle organische vervuiling dat het terug kan naar de natuur als oppervlaktewater. Het nog aanwezige restvuil wordt door de natuur verder afgebroken. Door dit schone oppervlaktewater kunnen we veilig zwemmen en de natuur leefbaar houden voor vogels, vissen en andere dieren die rond of in het water leven. Dit gezuiverde water wordt overigens niet gebruikt als drinkwater. Dat gebeurt pas als het grond- of oppervlaktewater weer verder door de waterleidingsmaatschappij gereed is gemaakt voor menselijk consumptie.

Tips om het riool schoner te houdenNiet_in_het_riool

De gekste spullen kun je terug vinden in het riool: portefeuilles, mobiele telefoons, valse gebitten, kattenbakkorrels, peuken van sigaretten en textiel. Aan de hand van wat er in het riool terechtkomt kunnen we duidelijk zien in welke buurt we zijn. In wijken met jonge mensen worden er vaker vochtige doekjes en luiers door het wc gespoeld. In armere buurten wordt meer (frituur)olie in het riool gegooid. In een studentenwijk vindt men een hogere hoeveelheid condooms terug in het rioolwater dan in doorsnee woonwijken. Het riool is echter alleen bedoeld voor menselijke uitwerpselen, wc-papier en (afwas)water. Lees hieronder de tips hoe jij kan bijdragen aan een schoner riool.

– Spoel nooit maandverband, tampons, vochtige schoonmaakdoekjes en condooms door het toilet, maar gooi dit in de vuilnisbak. Al deze producten veroorzaken gemakkelijk verstoppingen en zijn ze niet afbreekbaar in water. Dit kan na verloop van tijd voor serieuze problemen gaan zorgen, zeker bij mensen met een septische put. Zet dus een prullenbakje naast de wc om deze zaken in te kunnen gooien. Om nare luchtjes te voorkomen zijn kleine zakjes te koop bij de drogist om maandverband en tampon in te doen voordat je het in het prullenbakje gooit. We kunnen ook leren van vroeger: wasbare maandverbanden voor dames en wasbare luiers voor kinderen zijn weer helemaal in! Ik ben zelf super tevreden met de wasbare maandverbanden van Mam ecofit!

mestruatie pads                        wasbare luiers

Babydoekjes, keukenpapier, swifferdoeken, reinigingsdoeken (voor brillen, meubels en sanitair) en make-updoekjes horen niet in de wc. Ook al staat op de verpakking dat ze wel door de wc kunnen, kunnen deze producten toch beter in de prullenbak. Door hun vezelstructuur breken deze niet af in water, integendeel. Door hun sterkte kunnen ze heuse verstoppingen veroorzaken. Gebruik liever wasbare doeken en pads.

– Breng chemisch afval zoals verfresten, terpentine, ammoniak, chloor, (motor)olie en medicijnen naar het chemisch afvaldepot (chemobak). Medicijnen kun je eventueel ook bij de apotheek inleveren. Verfresten en chemicaliën verstoren het waterzuiveringsproces en kunnen voor verstoppingen zorgen. Maak kwasten en rollers niet schoon onder de kraan, maar bewaar ze in een plastic zak in de vriezer. Als je ze niet meer nodig hebt, laat ze dan drogen en gooi het in de grijze container. Vuurwerk-, cement-, gipsresten en ander afval na het klussen horen ook niet in het riool thuis.

Haren, afgeknipte nagels en kattenbakkorrels horen niet in het riool en kunnen verstoppingen veroorzaken. Gooi deze afval in de grijze container.

Textiel wordt ook regelmatig gevonden als probleem van verstoppingen. Breng textiel naar de textielcontainer of als deze erg vervuild zijn in de grijze container.

compost– Gooi etensresten en koffiedik in de gft-bak of op de composthoop. Giet (frituur)vet terug in een plastic fles of een leeg melkpak en lever het in bij een vetrecyclecontainer (vaak in supermarkten aanwezig). Vet stolt namelijk in de riolering en leidingen waardoor ernstige verstoppingen kunnen worden veroorzaakt en ongezuiverd afvalwater onbedoeld gaat overstorten in de natuur. Gaat het maar om klein restje vet in de pan? Veeg dit dan weg met keukenpapier en gooi deze in de prullenbak.

– Pas op met het gebruik van kunstmest. Bij overbemesting stromen meststoffen naar de riolering en open water. Indien je de mogelijkheid hebt is het aan te bevelen om een eigen composthoop aan te leggen en daar het groen in je tuin mee te bemesten.

– Maak gebruik van was- en reinigingsmiddelen op zeepbasis (fosfaatvrij) en gebruik niet meer dan nodig is. Restanten van huishoudelijke reinigingsmiddelen mag je door de afvoer spoelen, zolang dit geen bijtende stoffen zijn.

– Gebruik de stopknop op het toilet en zet de kraan uit tijdens het tandenpoetsen, om onnodig waterverspilling tegen te gaan.

– Pas ook op met verkeerde afvalwateraansluitingen. Zorg ervoor dat de afvoerbuizen voor bijvoorbeeld een extra toilet of wasmachine niet op de afvoerbuis voor regenwater aangesloten is. Het vieze, vervuilde water komt dan namelijk direct in een vijver of sloot terecht en dat is schadelijk voor het milieu.

– Was je auto op een speciale autowasplaats of in de wasstraat omdat daar het water wordt hergebruikt en het straatvuil eruit wordt gefilterd. Was je de auto aan huis, gebruik dan een emmer water in plaats van de tuinslang. Gebruik een fosfaatvrije reinigingsmiddel en wees zuinig in het gebruik hiervan. Als het kan gebruik dan regenwater voor het schoonmaken.

– Gebruik regenwater voor het besproeien van de tuin in plaats van kraanwater, bijvoorbeeld met behulp van een regenton.

– Gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen in de tuin of over de bestrating. Veeg met zand of heet water en soda over de tegels om algen- en mosgroei tegen te gaan. Wil je echt persé bestrijdingsmiddelen gebruiken, kies dan voor de biologische variant en gebruik niet meer dan nodig. Veeg geen bladeren of takken in de goot omdat deze voor verstopping zorgen.

– Bepaalde bouwmaterialen kunnen het regenwater verontreinigen zoals dak- en gevelbedekking van zink, koper en lood. Deze geven elke keer af bij contact met regenwater. Dat is ook het geval met meubels, erfafscheiden en vlonders van geïmpregneerd hout, herkenbaar aan de groene kleur. Kies bij voorkeur niet voor deze materialen.

Onthoud dus dat alleen menselijke uitwerpselen, wc-papier en (afwas)water in het riool horen. Voorkom vervuiling van het riool door enerzijds je afval goed te scheiden en anderzijds natuurlijk door minder afval te maken. Dat geldt dus ook voor het riool!