Van zwerfafval naar zaaibak

Ageda

Op weg van huis naar de winkel kom ik het meer dan genoeg tegen: zwerfafval. Plastic flesjes, blikjes, tasjes, onbestendige doekjes, lege pakjes shag, noem maar op. In de berm ligt genoeg. Helaas verdwijnt binnen no time het zwerfafval dat hier in de berm belandt, in het kanaal en dan is het wachten op een acrobaat om het uit het water te halen. Volgens MilieuCentraal wordt er naar schatting 50 miljoen kilo afval op straat gegooid. En NederlandSchoon zegt dat het voorkomen, opruimen en verwerken van zwerfafval Nederland jaarlijks zo’n 250 miljoen euro kost. Zonde! Als iedereen zijn troep gewoon zelf opruimt, kunnen we dat geld toch veel beter besteden!

Vandaag was ik lopend naar de winkel en nam ik op de terugweg het nodige mee en gooide het thuis in de container. Behalve het lege flesje: daar maakte ik handig een zaaibakje van.

7 redenen om geen vlees te eten

Ageda

In voorbereiding op de Nationale Week zonder Vlees probeer ik alvast mijn gezin te motiveren om mee te doen. Dat gaat helaas niet vanzelf, dus trek ik alvast alle argumenten uit de kast waarom het eten van geen vlees een goed idee is.

7 redenen om geen vlees te eten

1 Het is goed voor je gezondheid. Waarom? Wie geen vlees eet heeft minder kans op hoge bloeddruk, diabetes type B en bepaalde vormen van kanker. Een vegetarisch dieet is vaak meer in balans als je kijkt naar de hoeveelheden eiwitten, koolhydraten en vetten.

2 Je loopt minder risico om ziek te worden door ziekteverwekkers uit bedorven eten, zoals E-coli, salmonella en listeria. We kennen allemaal de voedselschandalen: vogelpest, varkenspest, q-koorts. Er wordt ontzettend veel zooi in vlees gespoten. Ook Vis bevat tal van giftige stoffen zoals zware metalen en resten bestrijdingsmiddelen. Dit geldt evengoed voor kweekvis dat gevoed wordt met vismeel of visolie.

3 Het is goed voor het milieu. Voor de veeteelt is ontzettend veel schoon water nodig. Het gaat hier niet alleen om wat het vee te eten en drinken krijgt, maar vooral om wat nodig is om het veevoer te telen. Een kilo vlees produceren kost 100 keer zoveel water als het produceren van een kilo tarwe. Om nog maar niet te spreken van het verdwijnen van het tropisch oerwoud, dat plaats moet maken voor sojaplantages die aangelegd worden voor het verbouwen van dit veevoer. Wist je dat: Wanneer jij een week lang geen vlees eet, je zeven maanden douchewater bespaart? (bron: weekzondervlees)

4 Met onze huidige vleesconsumptie kunnen we niet de hele wereldbevolking voeden. Steeds meer voedselvoorraden, zoals tarwe, worden gebruikt voor de veeteelt. Alleen al het vee consumeert dagelijks een hoeveelheid voedsel dat gelijk staat aan wat alle mensen op de wereld nodig hebben.

5 Het is beter voor je portemonnee. Wij eten thuis alleen biologisch vlees, en daar hangt een hoger prijskaartje aan dan aan kiloknallers van de supermarkt. Vegetarische alternatieven zijn tegenwoordig volop verkrijgbaar en betaalbaar.

6 Je voorkomt onnodig dierenleed. In veel gevallen worden dieren respectloos behandeld: als ze worden grootgebracht, als ze worden vervoerd naar het slachthuis en als ze worden geslacht. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor het welzijn van het slachtvee. Helaas is dit maar het topje van de ijsberg in de hele vleesindustrie.

7 Tot slot: Als vegetariër ontdek je veel interessante gerechten die je anders niet had geproefd. Vegetarisch eten is super lekker. De komende tijd zullen we verschillende van onze favoriete vegetarische recepten posten.

 

Spullen zijn de grootste vervuilers

Ageda

‘Spullen’ staan bovenaan de lijst van de tien ergste vervuilers. Waarom? Spullen, zoals iPads, telefoons, speelgoed, meubels en gadgets, worden meestal geïmporteerd en moeten een afstand overbruggen van duizenden kilometers per vrachtschip of vliegtuig voordat het bij ons thuis is. Daarnaast zijn bij de productie ervan veel grondstoffen nodig.  In haar boek ‘De verborgen Impact’ heeft Babette Porcelijn een top tien opgesteld van de allergrootste vervuilers.

DE TIEN ERGSTE VERVUILERS VOLGENS BABETTE PORCELIJN:

1 Spullen
2 Vlees
3 Wonen
4 Auto
5 Voedsel (plantaardig, vis) en drinken
6 Vliegen
7 Kleding en textiel
8 Zuivel en eieren
9 Badkamer
10 Openbaar vervoer

Meer weten? Lees hier het interview met Babette in het NRC.

Leven zonder afval, hoe doe je dat ook al weer?

Ageda

Onlangs sprak ik met iemand over een afvalvrij leven. En toen voelde ik me schuldig. Want hoe leuk ik er ook over kan praten en precies weet hoe het moet, de realiteit is dat ik het aardig heb laten verslonzen. Een blik in de containers zegt genoeg: dit heeft weinig meer te maken met afvalvrij boodschappen doen. Deze blog is dus voor mezelf. Ik heb behoefte aan een opfrisbeurtje.

Waar ging het fout?

Dat is helder: in de supermarkt. Wie afvalvrij wil shoppen, komt in de supermarkt van een koude kermis thuis. De appels neem ik nog wel zonder zakje mee, of de broccoli. Maar is sta er altijd in dubio, want de onverpakte producten zijn nooit biologisch. De biologische producten in de supermarkt zijn standaard verpakt, om ervoor te zorgen dat ze niet gemixt worden met niet-biologisch groente en fruit. Oh, wat zou ik dit graag omgekeerd willen zien.

Hoe los ik dit op?

Ik moet dus weer iets meer moeite gaan doen voor de boodschappen. Vaker naar de markt met mijn bakjes en zakjes. Naar de zorgboerderij verderop voor melk en yoghurt in statiegeldflessen. Gezellig met de trein naar de koffie- en theewinkel in Groningen om er gelijk een grote voorraad koffie en thee in te slaan. Naar de kaasboer om de hoek, zodat hij een mooi stuk in mijn bakje kan doen en gelijk m’n bakje laten volgooien met ongebrande noten.

Heb ik het dan helemaal laten verslonzen?

Nee, het is niet allemaal kommer en kwel hoor. Want in de afgelopen jaren ben ik veel zelf gaan maken: schoonmaakproducten, wasmiddel, brood en beleg, shampoo en deodorant. Ik struin internet af op zoek naar nieuwe recepten. Daarnaast koop ik nog altijd niet veel. Na een jaar niks kopen is dat goed blijven hangen.

Voor mezelf dus, nog even wat tips op een rij:

  • Neem eigen verpakking mee: grote tassen en kleine zakjes en bakjes en potjes
  • Neem een broodtrommel mee voor lunch. Je hebt tegenwoordig van die leuke katoenen broodzakken.
  • Neem altijd een waterfles mee voor onderweg.
  • Maak een lijst van winkels waarvan je weet dat je daar je je spullen onverpakt kunt kopen. Zoals de
    kaasboer, de biologische slager en groenteboer, de eco-supermarkt en de markt.
  • Maak het, als het maar even kan, zelf.
  • Toch verpakt? Kies voor een grote verpakking. Waarom 400 gram rijst kopen, als de 1000 gram verpakking ernaast staat. Dat scheelt minstens weer een verpakking.

En o ja, doe het stapje voor stapje. Het roer hoeft niet in een keer om. Begin met brood, of kaas, of groente. Maak het je eigen, en ga dan door naar de volgende stap. Zo maak je het je eigen en hou je het beter vol.

Aaaaah!!!! Spinnen!

Ageda


Net terug van vakantie slaakt dochterlief een gil. Het zal de eerste zijn van een hele reeks deze week. En bij elke gil voel ik een rilling door mijn lichaam gaan. Want dochterlief en ik hebben dezelfde angst: spinnen.

Die eerste gil kwam bij de voordeur van onze stacaravan vandaan. Enthousiast had dochterlief de sleutel in het slot gestoken, toen ze zich bewust werd van de verandering die de deur in een week had ondergaan. Spinnen, ze zaten overal en kwamen, gestoord door de beweging aan de deur, massaal in beweging. Vier dagen later vangen we nog steeds spinnen in huis. Manlief pakt ze met een zakdoekje en knijpt ze dood. Ik vang ze met een theedoek en gooi ze, met theedoek en al, naar buiten. Elke keer voel ik een rilling over mijn rug.

Omdat ik de jacht op spinnen alles behalve prettig vind, maar het ook niet aan manlief wil overlaten omdat ik er ook niet gelukkig van word wanneer ze worden doodgedrukt in een zakdoekje, heb ik me verdiept in een ‘natuurlijke’ bestrijding. En de uitkomst bleek super simpel: zorg dat spinnen niks te zoeken hebben in je huis.

Spinnen ‘bestrijden’

Spinnen voelen als ‘de vijand’, toch zouden ze onze ‘bondgenoot’ moeten zijn. Want spinnen jagen op insecten. Eigenlijk zouden we dus heel blij met ze moeten zijn, want dankzij deze potige beesten hebben we amper meer irritante muggen in huis. Maar een irritante mug is toch minder erg dan een griezelige spin. Dus staat mij een ding te doen: ervoor zorgen dat we geen insecten in huis krijgen.

  1. Doe ramen en deuren dicht zodra het licht binnen aangaat. Of plaats een hor voor de ramen.
  2. Fruitvliegjes: spinnen zijn er dol op. Dus zorg ervoor dat er geen rottend fruit op de fruitschaal ligt.
  3. En gooi je gft-bakje vaker leeg. En neem dan ook gelijk de vuilnisemmer mee.
  4. Stofzuig regelmatig. En dan ook achter de plintjes boven en beneden. In een schoon huis valt voor een spin weinig te halen.
  5. Het schijnt dat ze niet tegen de geur van azijn kunnen, dus zet een bakje water met azijn in een hoekje waar de spinnen graag verblijven.
  6. Zet je kat aan het werk. Die zijn dol op spinnen.

De grootste spinnenheld is overigens mijn vader. Hij pakt ze gewoon bij een pootje beet en brengt ze naar buiten. Diepe respect! Helaas woont hij iets te ver om zijn hulp voor elk spinnetje in te roepen, dus ga ik rap voor de variant van een proper huis.

Foto’s: Pixabay.com

Het is weer bramenseizoen!

Ageda

Elke dag eten we wel een bakje bramen uit de tuin. We plukken ze pas als ze makkelijk los laten. Dan pas zijn ze echt zoet. Heerlijk door de yoghurt of gewoon om tussendoor van te snoepen zoals dochterlief doet.

 

Fruit uit eigen tuin, ik vind het zalig. In onze tuin hebben we rode bessen, blauwe bessen, kruisbessen en frambozen. Maar de oogst van deze planten hield op bij een enkele bes. Het is het eerste jaar van onze tuin, en we waren rijkelijke te laat met het planten van de struiken. De rode bes die de vorige bewoners in de tuin hadden gepland deed het wel goed, maar de bessen waren al weg voordat ik het door het. Geeft niet, de vogels moeten ook eten.

Wilde bramen

Onze bramenstruiken hebben wij ook niet gepland. Het zijn wilde bramen, die hun wortels in onze tuin hebben gezet. Een hele rij lang langs de rand. De vorige bewoners hadden schapen, en ik vermoed dat ze de bramenrij als natuurlijke afscheiding hadden. Want geen schaap die zich door die stekels heen durft. Het zijn diezelfde stekels die je manen tot voorzichtigheid bij het plukken. Zowel de takken als de bladeren hebben kleine doorns. Daarom laat ik die ene braam ver wegverstopt tussen takken ook maar lekker zitten. Vogels hebben volgens mij minder moeite met de stekels.

Wildplukken

Overal zie je nu de bramenstruiken volhangen met vruchten in de kleuren rood en zwart en alles wat ertussen in zit. Van augustus tot oktober is het ‘bramentijd’. Afgelopen weken was het wildplukken van bramen in het nieuws. Want zomaar plukken in bijvoorbeeld het bos mag niet. Er staat zelfs een flinke boete op, tot wel 4100 euro! Maar… gelukkig wordt plukken voor eigen gebruik, dus een klein bakje vol, gedoogd. En zolang je maar op de paden blijft in bossen waar je niet buiten de paden mag komen, is er niet veel aan de hand.

Ook thuis pluk ik alleen voor eigen gebruik, want ik weet dat de dieren er dol op zijn. Behalve door de yoghurt vind ik het wel leuk om er iets mee te maken. Dit jaar ga ik niet voor bramenjam, maar voor bramenlikeur. Voor mij een experiment, dus pas over 4 maanden weet ik of het heeft gesmaakt.

Bramenlikeur

Ingrediënten

  • 250 g bramen
  • 200 g suiker
  • 1 vanillestok
  • 0,5 l wodka (of andere sterke drank)

Doe de bramen, vanillestok en de suiker in een schone pot (met deksel) en giet de wodka eroverheen. Sluit goed af en plaats hem op een koele plaats.

Laat het mengsel trekken gedurende 6 weken. Zeef het, en giet het over in een fles. Deze bramenlikeur kan zeker 4 maanden bewaard worden.

 

Kippen voor beginners

Ageda

Twee weken geleden kreeg ik voor mijn verjaardag van een vriendin 2 kippen. Ik mag ze ophalen bij een boerderij in de buurt. We zijn helemaal blij, want kippen staan momenteel bovenaan op ons zelfvoorzienend lijstje. En nu zijn we dus druk in de weer: hoe komen we aan een kippenhok, wat eten kippen, hebben we ook een haantje nodig, waar moeten ze straks gaan scharrelen, en hoe doen we dat met de roofdieren in de buurt, zoals de steenmarter die laatst alle kippen bij de buren heeft opgegeten?

In de bibliotheek vind ik bij de boekenuitverkoop een goed gedocumenteerd boek over kippen voor beginners. Met info over rassen, broeden, verzorging, en uiteraard eieren en vlees: het handboek voor de aspirantkippenhouder. Hard nodig, want we hebben werkelijk nul verstand van kippen.

Kippen voor beginnersOver pikordes en stofbaden

Alleen al bij het lezen sta ik versteld van de dieren. Ik leer over de pikorde, de maatschappelijke rangorde onder kippen, over stof- en zandbaden die ze nodig hebben om zichzelf te ‘verschonen’. En over de taal van de dieren, het kukelen en het kakelen. Als ik goed luister, zou ik ze zelfs kunnen verstaan! Maar ook dat ik op mijn hoede moet zijn voor virussen, parasieten en bacteriën, voor bloedluizen en kalkpoten.

Ok, ik duik eerst de studieboeken in voordat we de kippetjes gaan halen. En we gaan op zoek naar een degelijk hok: makkelijk schoon te houden en roofdier-bestendig. Zodat we straks een gezond en veilig huis kunnen bieden aan onze nieuwe medebewoners.

Het dak zit er op!

Ageda

Een paar weken geleden ging het dak eraf. Letterlijk. Geen spant, geen plaat, geen pan zat er meer op. De schoorsteen werd ontmanteld, evenals de dakgoten. Het was een vreemd gezicht: een huis zonder dak.

We zijn een paar weken verder. Het dak zat er al snel weer op, met pannen en al. Maar toen kwam een klein probleempje: we hadden niet genoeg dakpannen. Koop je toch nieuwe, zou je denken.

50 soorten Friese golfjes

Maar in de wereld van tweedehands dakpannen is het niet zo makkelijk om exact dezelfde pannen op de kop te tikken. Friese golfjes, geglazuurd. Die zochten we. Maar daar bestaan wel 50 verschillende soorten van. De een wat breder, de ander wat langer, enz. Het werd het begin van een zoektocht langs tweedehands dakpanboeren in Noord Nederland.
Exact dezelfde vonden we niet. Dus ligt er nu voor op het huis een iets ander soort. Nou ja, niemand die het ziet. Alleen de werklui hoor ik vloeken zo nu en dan. Want geen enkele pan blijkt helemaal recht. Het is niet zomaar een standaard dakpanlegklusje.

2e hands schoorsteentje

Ooit verbouwden we ons vorige (redelijk nieuwbouw) huis. De meeste tijd van de verbouwing slokte het toilet op. Dat zo’n kleine ruimte zoveel tijd kan kosten. Hetzelfde is nu het geval: de schoorsteen. Een paar stenen op elkaar, zou je zeggen. Maar het komt redelijk secuur. Een schoorsteen moet goed geïsoleerd zijn, niet lek en moet uiteraard recht staan. En ja, ook hier gebruiken we tweedehands stenen. Na een kleine week pronkte dan eindelijk de schoorsteen op het dak.

We zijn een paar weken verder. Het dak heeft ondertussen ook een dakraampje, maar klaar is het nog steeds niet. Ook het aanleggen van een dakgoot gaat niet vanzelf aan een huis dat geen muur recht heeft staan. Soms vragen we onszelf af: was een nieuw huis bouwen niet veel makkelijker geweest? Vast en zeker. Maar ik hoef alleen maar naar ons huis nu te kijken om te beseffen dat we dan nooit zo’n bijzonder optrekje zouden hebben gehad.

Brandnetels: geen au maar WAUW!

Ageda

Terwijl ons nieuwe huis wacht op een mooi dak, ben ik alvast begonnen met het ‘ontdekken’ van de tuin. Nu in het voorjaar wordt duidelijk wat er allemaal groeit en bloeit. Eén plant neemt bij ons wel een erg grote plek in: brandnetels.

En terwijl ik ze hardop aan het verfoeien ben, wordt collega-blogger Leah met de minuut enthousiaster als ze de tuin inloopt. ‘Wauw’, roept ze. ‘Wat heb jij veel brandnetels! Lekker!’

Ok, die had ik niet verwacht. Brandnetels associeer ik met ‘au’. Met witte jeukende bultjes op handen en enkels. Dat brandnetels ook nuttig kunnen zijn, dáár had ik nog nooit bij stilgestaan.

Vier keer ‘lekkere’ brandnetels

Brandnetels zijn gezond. Ze zijn in de eerste plaats een goede bron van vitamine C en andere mineralen zoals ijzer en calcium. Let wel op bij het plukken van brandnetels: pluk brandneteltopjes (voor in de recepten), pluk brandnetels op een schone plek (dus niet langs een drukke weg of een plek waar honden uitgelaten worden) en draag handschoenen!

  1. Brandnetelsoep Fruit een uitje en knoflook, bak kort prei en wortel mee (of welke groente je ook hebt liggen, een aardappel is ook lekker), en voeg 1 liter bouillon toe. Laat 15 minuten koken en voeg vervolgens zo’n 40 brandneteltoppen toe. Mix het tot slot met de staafmixer fijn.
  2. Brandnetelthee Doe een handjevol (handschoen vol) brandneteltoppen in kokend water en laat het een paar minuutjes trekken. Brandnetelthee is erg gezond. Maar vind je de smaak niet zo lekker, voeg dan wat andere kruiden erbij, zoals munt.
  3. Brandnetelomelet Maak een omelet zoals je gewend bent en voeg er wat topjes brandnetel aan toe.
  4. Brandnetelgier Tot slot een ‘recept’ dat je níet kunt eten. Brandnetelgier is een goede meststof voor je bomen en struiken. En simpel te maken: doe een emmer vol brandnetels (de hele plant) en vul hem met water. Laat de emmer afgedekt tien dagen staan. Roer regelmatig. Haal er na tien dagen een liter water uit en voeg hier tien liter water bij. Geef dit aan je plantjes. Ze zullen je zeer waarderen.

Nu ik dit weet, koester ik de groene blaadjes. Maar ik zorg er wel voor dat ze straks niet in het zaad schieten. Want dan staat straks de hele tuin vol.

Toch geprikt?

Kneus het blad van de Weegbree en wrijf het over de jeukende plek. Mooie bijkomstigheid: Weegbree groeit altijd in de buurt van brandnetel, dus heb je je anti-jeuk altijd bij de hand.

Het tocht achter de keukendeurtjes

Ageda

Ons nieuwe huis laat nog wel even op zich wachten. Het is volledig gestript, geen binnenmuur staat meer overeind, geen vloerplank ligt er meer in. We blijven dus nog wel even in stacaravan wonen. Knus en gezellig, dat wel. Maar ook koud. Hier ondervinden we aan den lijve wat het is om te wonen in een pand dat niet goed geïsoleerd is. Of zeg maar rustig: dat níet geïsoleerd is.

Alles is hard en koud

Enkelglas ramen, dunne vloer, dunne wandjes en een dak. Daar bestaat onze caravan uit. Als het te hard waait gaan de roosters dicht, anders tocht het. Als het heel koud is, houden we zelfs de keukendeurtjes dicht, want daarachter komt kou vandaan. De zonnebloem- en olijfolie zijn deze maanden standaard niet vloeibaar. De pindakaas is hard. Een voordeel: het eten in de kasten kan amper bederven.

Een niet geïsoleerd huis kost veel geld

Alle energie die je erin stopt, verdwijnt direct door vloer, muur, raam en dak weer naar buiten. Het is water naar de zee dragen. We merken het nog het beste aan onze gasfles. In onze caravan gebruiken we propaangas van 33 kilo. De eerste fles gebruikten we 2 maanden, nu doen we maximaal een maand met een fles.

 

Bij ons is dan ook oprecht de vraag:

Hoe krijgen we het warm zonder dat we ons suf stoken?

  1. Trek een trui aan
  2. Doe iets warms aan je voeten.
  3. Kom in beweging, laat het bloed lekker rondstromen
  4. Drink thee, verwarm je van binnen.
  5. Wen eraan

Echt waar, je went aan een paar graden kouder

Dat laatste klinkt misschien stom, maar je went aan de temperatuur. Ik praat uit eigen ervaring. Wie het thuis standaard 21 graden heeft, zal rillen bij 19 graden. Wij hebben het nu standaard 18 graden in de caravan, en overdag gaat de kachel vaak nog iets lager. De eerste week had ik het altijd koud, nu ben ik eraan gewend en verbaas ik me er soms over dat het binnen net 16 graden is. Bij binnenkomst trek ik mijn warme trui aan, stap in mijn sloffen en zet een pot thee. Maar hoe behaaglijk ik het mezelf ook maak, het blijft natuurlijk dweilen met de kraan open. Daarom wachten we met smart op wat hogere temperaturen buiten, én op een goed geïsoleerd huis.