Ik moet nu wel met de billen bloot. Mijn ecologische voetafdruk is weer enorm veel groter geworden. Ja, ik zeg het maar eerlijk. Ik ben naar down-down-under geweest, oftewel: Nieuw Zeeland! Ik heb me wel voorgenomen om een blog te wijden over wat me op duurzaamheidsgebied is opgevallen in Nieuw Zeeland. En ik heb wel een paar leuke dingen ontdekt, die ik graag met jullie wil delen.

Bossen in plaats van schapen

Ook in Nieuw Zeeland wil men ‘terug naar de natuur’. Iedereen weet wel dat er in Nieuw Zeeland meer schapen zijn dan mensen (22 tegen 1 zelfs). Van een vriendin van ons, die tevens docent is aan de universiteit van Palmerston North hoorden we echter dat Nieuw Zeelandse overheid voornemens is om het aantal schapen te halveren. Hun mest zorgt voor verontreiniging van de rivieren! De overheid stelt nu subsidies ter beschikking om boeren aan te moedigen bossen te planten waar eerst schapen liepen.

Windmolens en zonnepanelen

We zijn op zo’n landschap geweest, waar een boer een bos heeft aangeplant. Een boer met 600 ha land, heeft zijn bedrijf omgebouwd voor toeristen. Een paar slaapvertrekken en een gezamenlijk vertrek met keuken, wat vroeger een deel van de boerderij was. Men kan er uren  wandelen op zijn “sound”, een landtong. En boskippen zien. Die heten Kea’s, zeg maar de kiwi van overdag (de nationale dier is de Kiwi, een nachtdier, heet een vogel maar kan niet vliegen.)

Windmolenadviezen
Deze zelfde boer heeft zonnepanelen op de berg staan (zie foto), om zijn internet van stroom te voorzien. Daarnaast had hij een windmolen laten bouwen, die echter door de te vaak te harde wind door te hoge snelheid is “opgeblazen”. Op dit moment heb ik contact met hem, om de nieuwste windturbines aan hem te tonen. Kleine molens die tegen alle windsterktes kunnen, vergelijkbaar met de molens op het plaatje hiernaast. Dat zou voor hem de oplossing zijn! Voor mensen die ver van de bewoonde wereld wonen, zijn dit de beste oplossingen, tenzij je een waterval in de buurt hebt. En die heb je op Nieuw Zeeland heb je die heel veel. Want waterkracht centrale zijn aan de orde van de dag. De meeste stroom wordt dus al opgewekt door waterkracht.

 Geen gemanipuleerd voedsel
Nieuw Zeelanders hechten er erg aan, dat hun voedsel niet genetisch gemanipuleerd is. Je ziet daarom weinig geïmporteerde voedingsmiddelen uit Amerika, waarop die garantie niet kan worden gegeven, en relatief veel uit Nederland en de rest van Europa. Zelfs stroopwafels troffen we aan. Of zou dat met onze emigratiegeschiedenis te maken hebben?

Voetafdrukcompensatiegedrag
We hebben enorm veel gewandeld in die maand (390 km) in de tijd dat we daar waren. Wat vind jij, heb ik door tijdens mijn trip zoveel kilometer te voet af te leggen en door mijn windmolenadviezen aan de boer mijn voetafdruk weer wat naar beneden gebracht? Of telt dat niet? En doe jij, als je je schuldig voelt, ook wel eens aan ‘voetafdrukcompenserend gedrag’?

Een maand geleden was ik in Sillerslev, Denemarken. Sillerslev ligt op het eiland Mors in het Limfjorden. Dit waterrijke gebied, met daarachter het eerste natuurpark van Denemarken (Thy), ligt best noordelijk in Denemarken. Rust en ruimte te over; op sommige dagen zagen we alleen herten, hazen, fazanten en andere vogels als levende wezens. Vakantie vieren op deze rustige plek deed ons goed. Het bood tegelijk ook gelegenheid de duurzame keuzes van ons leven met afstand en andere ogen te bekijken.

Groene belofte

De heuvels lagen er vers geploegd bij. Alles klaar voor een nieuw groei-seizoen! De belofte van groene velden en nieuwe oogst voelde je als het ware in de lucht zweven. Ik keek met bewondering naar de precieze arbeid en voorbereiding van de boeren. Mijn eigen deel van onze buurtmoestuin had ik weliswaar klaargestoomd voor de lente, ontdaan van alle onkruid en omgewerkt, maar door de kou en het slechte weer had ik het inzaaien steeds uitgesteld. Ik nam me voor onmiddellijk te beginnen bij thuiskomst!

Energie

Energie leek er per definitie groen. In Denemarken is windenergie onderdeel van het landschap. Overal. Door het hele land zie je veel windmolens. Hoe het precies zit met eigendom en opbrengst weet ik niet, maar het feit dat windmolens zo wijd verspreid zijn, deed me goed. Het voelde ok, ik vond het niet storend in het beeld.

Thuis hebben we zonnepanelen, dat is anders natuurlijk. We weten ongeveer wat we verbruiken en opwekken per week of per maand. In dit vakantiehuis was echter alles op elektrisch: koken, verwarming (die hadden we nog nodig eind april!), licht, boiler, sauna. Al met al schrokken we best van de 139 kW die we in die week verbruikten! Bijna 3x zoveel dan ‘normaal’ thuis! We moesten dit verbruik ter plekke contant betalen, bovenop de huur. Goed om je te realiseren dat -als je ook kookt en je huis en water verwarmt met elektriciteit- je dan ook meer moet opwekken, als je van het gas af wilt! Eyeopener!

Afval – sorter korrekt

Als je wel eens in een vakantiehuisje bent, weet je hoe lastig het soms is: afval scheiden! Thuis lukt het ons prima: glas, papier, plastic apart, groen en grijs goed scheiden. Op vakantieparken voel ik me structureel schuldig. Ik wil wel, maar ik kan de stromen niet apart aanbieden. Meestal lukt papier en glas nog wel, maar de rest gaat op een grote hoop. Zo niet in Denemarken.

In ons huis troffen we een heel duidelijke folder aan, met iconen en plaatjes, wat in welke bak zou moeten. Een draadmand met papieren zakken voor groenafval. Daarnaast, op de koelkast, wat wanneer opgehaald zou worden. En nu komt het: het wordt het jaar door gewoon opgehaald! We zaten, zoals gezegd , nogal afgelegen. Het park kende zeer verspreide huisjes, maar ze waren buiten de weekenden om, zo goed als onbewoond. Toch, van april tot oktober kwam tweewekelijks de vuilniswagen. In de winter kon je de bakken aan het begin van de weg deponeren.  Dus we konden goed sorteren. In de vuilnisbakken aparte vakken voor groen en grijs, en dan voor papier. Glas en plastic en blik bij elkaar in, maar wel apart. En alles werd meegenomen. Hier kan Nederland echt nog veel van leren!

Hygge

Denemarken vind ik een fijn land. Een rustig en schoon land. Aangenaam qua sfeer en gezelligheid. Aardige mensen. Wonderlijk genoeg kreeg ik onlangs het prachtige boek Hygge, de Deense Kunst van het Leven van Meik Wiking. Daarin gaat het over de Deense mentaliteit (Denemarken is het gelukkigste land ter wereld), over cocoonen 2.0. Denen focussen op de dingen die er echt toe doen, zoals qualitytime met vrienden en familie, samen genieten van de goede dingen van het leven, zowel buitenshuis als thuis. Het boek geeft veel sfeervolle warme foto’s en veel praktische tips over hoe je dat kunt bereiken.

Voor mij werd helder dat we als gezin goede duurzame stappen zetten, dat het altijd beter kan, maar dat het ook goed is met elkaar te genieten van een puzzel of een spelletje, bij het vuurtje of een kaars, in je huis.

 

Een paar weken geleden ging het dak eraf. Letterlijk. Geen spant, geen plaat, geen pan zat er meer op. De schoorsteen werd ontmanteld, evenals de dakgoten. Het was een vreemd gezicht: een huis zonder dak.

We zijn een paar weken verder. Het dak zat er al snel weer op, met pannen en al. Maar toen kwam een klein probleempje: we hadden niet genoeg dakpannen. Koop je toch nieuwe, zou je denken.

50 soorten Friese golfjes

Maar in de wereld van tweedehands dakpannen is het niet zo makkelijk om exact dezelfde pannen op de kop te tikken. Friese golfjes, geglazuurd. Die zochten we. Maar daar bestaan wel 50 verschillende soorten van. De een wat breder, de ander wat langer, enz. Het werd het begin van een zoektocht langs tweedehands dakpanboeren in Noord Nederland.
Exact dezelfde vonden we niet. Dus ligt er nu voor op het huis een iets ander soort. Nou ja, niemand die het ziet. Alleen de werklui hoor ik vloeken zo nu en dan. Want geen enkele pan blijkt helemaal recht. Het is niet zomaar een standaard dakpanlegklusje.

2e hands schoorsteentje

Ooit verbouwden we ons vorige (redelijk nieuwbouw) huis. De meeste tijd van de verbouwing slokte het toilet op. Dat zo’n kleine ruimte zoveel tijd kan kosten. Hetzelfde is nu het geval: de schoorsteen. Een paar stenen op elkaar, zou je zeggen. Maar het komt redelijk secuur. Een schoorsteen moet goed geïsoleerd zijn, niet lek en moet uiteraard recht staan. En ja, ook hier gebruiken we tweedehands stenen. Na een kleine week pronkte dan eindelijk de schoorsteen op het dak.

We zijn een paar weken verder. Het dak heeft ondertussen ook een dakraampje, maar klaar is het nog steeds niet. Ook het aanleggen van een dakgoot gaat niet vanzelf aan een huis dat geen muur recht heeft staan. Soms vragen we onszelf af: was een nieuw huis bouwen niet veel makkelijker geweest? Vast en zeker. Maar ik hoef alleen maar naar ons huis nu te kijken om te beseffen dat we dan nooit zo’n bijzonder optrekje zouden hebben gehad.

 

Twee vrije dagen staren ons aan en het is mooi weer. Mijn dochter en ik kijken elkaar aan: zullen we even weg? Ja. Maar waar naar toe? De uitkomst is kamperen in mijn eigen stad. Waarom? Dat antwoord wist ik pas achteraf.

We wonen mooi. Maar onze tuin is te klein om een tent op te zetten. Het veld om ons huis is wel weer groot genoeg. Maar het afwijkende van deze actie houdt ons tegen. Misschien springt er een loslopende hond tegen de tent, of piest een kat tegen het doek. Misschien zegt een buurtgenoot: ‘wat doen jullie hier, daar is dit veld niet voor’.

wat hebben we niet

Geen tijd. We kunnen pas na 5 uur vertrekken. En willen toch rond 8 uur aankomen.

Geen auto. Hoe ver kunnen we komen zonder auto. We hebben keuze uit openbaar vervoer of fiets.

Geen ervaring. We denken aan kamperen en we denken aan bossen. In Groningen denk je dan toch al gauw aan Drenthe. Maar: die spullen. Dat zie ik ons niet doen in de bus. En met de fiets, dat hebben we nog nooit gedaan, zover.

Geen kamer. Omdat kamperen één stap te ver lijkt, zoek ik een alternatief: logeren in het Natuurvriendenhuis in Noordlaren. In de bossen, een uur reizen met de bus en geen gezeul met spullen. Ik bel: ze zijn volgeboekt.

wat hebben we wel

Noordlaren heeft ook een camping. Maar die spullen…

Laten we eens kijken naar wat we wél hebben: Een fietskar, E. heeft een goede fiets, net vandaag gekregen. Jarenlange ervaring met vervoer van kinderen en boodschappen in de fietskar. En we hebben een sterke motivatie: kamperen lijkt ons nog steeds de leukste optie. We hebben reistijd: ongeveer een uur op de fiets. 10 kilometer moet prima lukken. Ineens zie ik het voor me: de Stadscamping. Ligt in het stadspark, prachtig tussen de bomen. De beslissing is snel gemaakt. Ik bel: reserveren hoeft niet. Kom gewoon. Ok, dat doen we.

heen

We pakken de spullen in. Het fietskarretje moet het doen. Het lukt makkelijk, zelfs zonder proppen. Als alles klaar is, stappen we op de fiets. Net alsof we de stad ingaan. Dat doen feitelijk ook. We zijn vrij van bustijden, overstappen, zeulen met spullen. Alles is in eigen hand, en door ons tweeën goed te doen.

17:00 vertrek

20:00 tent staat, matje ligt.

Dat is 3 uren, inclusief het wegbrengen van mijn andere dochter naar haar vriendin voor een logeerweekend. En in alle rust, als een fietstochtje dat we wel vaker doen.

hallo stadsgenoot

Het lijkt een gewoon kampeeruitje. De eerste nacht slaap ik slecht: iets te koud, wennen aan geluiden. Mijn dochter slaapt goed, dat heb ik de hele nacht kunnen zien. Gewoon kamperen, dus. Maar dan begint het: de eerste ochtend drinken we koffie bij vriend S. Hij woont in de buurt. 10 minuten fietsen. Hij hoort ons aan en geeft zijn donzen slaapzak mee. En leeslampjes. En leesvoer voor dochterlief. Die avond lezen we veel en slapen we goed.

De volgende ochtend ontmoeten we onze kampeerburen: ook een moeder en dochter. Ze heeft dezelfde ontdekking gedaan: kamperen in eigen stad. Ze denkt eraan om deze zomer een aantal weken op de camping te staan. Haar dochter zou zelfs vanaf hier naar school kunnen. Terwijl ik naar haar luister zie ik de wereld twee keer zo groot worden. Dat is toch ook de bedoeling van vakantie: dat je wereld wat groter wordt. In gedachten verplaats ik de camping naar een plek op een dagreis afstand. En ik denk: dit is vakantie, hier werkt het ook al.

en terug

We gaan weer. Eerst de geleende spullen terugbrengen. De dochter van S. is thuis. Ze ruimt haar spullen op en legt een stapel boeken voor ons neer. Of er iets voor ons bij zit. Een paar tienerboeken vis ik eruit voor mijn dochters. De andere boeken kunnen mee naar Beijum, in een van de straatbiebjes daar. Nog even een ijsje eten bij de Italiaan aan het meer. Het weer doet precies wat je verwacht bij de combinatie Italiaan – ijs – meer: stralende zon. Meer vakantie dan dit wordt het niet.

Zelfs pech onderweg is anders: op een nauw plekje waar ik uitwijk om ruimte te geven aan een andere fietser, raakt een wiel de stoeprand. De kar kiept om. Een achteropkomende fietser stopt en trekt met één hand de kar weer overeind. We kunnen weer verder. Ik herinner me andere keren: langs de snelweg wachten op de wegenwacht. Reparatie in een lokale garage, misschien zelfs overnachten voor je verder kunt….

thuis

Ik rijd de Korrewegbrug over. Vanaf daar ben ik in mijn stee en kan ik bekenden verwachten. Dat gebeurt meteen: M. fietst me achterop. Zij heeft ook zo’n straatbiebje bij haar stoep gemaakt, mussenbieb noemt ze het. Ik vertel haar van de boeken in mijn fietstas en dat die vanaf nu rouleren in Beijum. Even verderop zet ik de boeken in het geef/neemkastje. Er staat een doosje met fietsroutes in Drenthe. Die neem ik mee.

Vreemde gewaarwording als ik de fiets met kar mijn tuin in schuif. Het verschilt in bijna niets met thuiskomen na het boodschappen boodschappen doen. Het uitladen van de spullen en op zijn plek zetten, geen verschil. Ik kijk nog eens goed: ja, matjes en een tent, in plaats van brood en melk. Maar verder… Geen extra gedoe. En dat is toch ook een beetje de bedoeling van vakantie. In de speeltuin roepen kinderen ons al: mogen we op de trampoline? Ja. We zijn er weer.

in eigen stad op vakantie, want…

– We doen het met wat er al is. En zelfs als we iets missen, blijkt het niet ver te zijn. Een vriend in de buurt, of even terug fietsen naar huis.

– De mensen die ik heb ontmoet, zijn begaan met mijn stad. We versterken elkaars leven! Onze stad wordt er beter van. Mijn leven wordt er rijker van. En je hebt best kans dat je elkaar nog eens tegenkomt.

– Alles is goed te doen. Ook het reizen is relaxed. Mijn dochter heeft een succeservaring. Ik ben uitgerust. Wij kunnen dit. Of zoals mijn yoga-instructeur laatst zei: aan de goede kant van de grens blijven.

– De stadscamping is ‘het veld achter mijn huis’ waar je wél kunt kamperen.

 

en verder

Nu dit kan, is de volgende stap: een cirkel met een straal van 20 kilometer rondom mijn huis. Daarbinnen Kampeerplekken zoeken, en gaan! Ik maak het doosje uit de minibieb open. Er zit een kaartje bij van een fietsroute vanaf het Paterswoldse meer. Mooi begin voor de volgende keer.

hemelvaart 2017

is er ook een minibieb in jou buurt?

stadscamping

Soms is het lastig om inspiratie te vinden voor een blog. Of zelfs voor een recept.

Sinds jaar en dag trek ik graag de natuur in. Met enige regelmaat op Schiermonnikoog.

Vanaf dat ik 9 jaar was, werd ik vergezeld door mijn camera. Een tweedehandsje dat mij veel plezier bezorgde tijdens de fietstochten. Natuur en fotografie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden voor mij.

Planten plukken

In mijn jeugd mocht je nog wel bloemen plukken, zodat je ze kon drogen om een herbarium aan te leggen. Een hobby die mijn tante in haar jeugd had.

Dat veranderde in 1989 toen Schiermonnikoog Nationaal Park werd. Het plukken van bloemen en planten kan nu een boete opleveren.

Ik pluk nog steeds graag bloemen en planten die ik tegenkom tijdens mijn fiets- en wandeltochten. Echter met mijn camera.

Lamsoor

Lamsoor is voor mij een heel bekende plant. Ze behoort tot de strandkruidfamilie en staat in grote getale aan de waddenzee-zijde van Schiermonnikoog. Vanaf de Bank van Banck heb je er een schitterend uitzicht. Zowel over het wad als op een groot veld met lamsoor.

Jaren geleden vond ik zelfs een eenzame lamsoor op het Noordzeestrand. Een geweldig leuke ontdekking. Mooi in bloei heb ik haar vastgelegd.

In de keuken

Koken met lamsoor is iets dat ik niet ken. Juist omdat ik weet dat ik ze, daar waar ik ze tegenkom, niet mag plukken. Laat staan oogsten om er iets mee te bereiden.

Vandaar de titel van dit blog: Mosterd na de maaltijd?

Na het thema krijg ik de inspiratie voor dit blog, maar kookinspiratie moet ik u schuldig blijven.

Wat voor uw kookinspiratie van belang is om te weten, als u lamsoor wilt verwerken in een gerecht:

Extra weetje

De bladeren van de échte lamsoor zijn niet eetbaar, die van de zeeaster zijn wel eetbaar en worden met dat doel verkocht en gegeten onder de naam ‘Lamsoren’. U kunt ze onder andere vinden in supermarkten.

Ik hoop dat u net zo kunt genieten van de foto van een groot veld lamsoor als ik dat tijdens het fotograferen heb gedaan.

De zilte lucht mag u er zelf bij denken om de ervaring compleet te maken.

Brandnetel

Brandnetel groeit nu volop en is inmiddels (weer) een bekende voorjaarsgroente. We kennen het als brandnetelthee of brandnetelsoep en maken er zelfs pesto van. Maar brandnetels voor je haar? Dat is minder bekend. Toch is het de moeite waard om het uit te proberen. Brandnetels doen je haar glanzen, zijn goed tegen haaruitval en verminderen roos. Er wordt zelfs gezegd dat je haar er sneller van gaat groeien als je je haar regelmatig spoelt met brandnetelhaarwater.

Ik gebruik vaak brandnetelazijn voor na het wassen van mijn haar. Het bevalt erg goed. Geen synthetische stoffen, minder belastend voor het milieu en een stuk goedkoper dan de conditioners uit de drogist.

Het is gemakkelijk te maken, je kunt dit op twee manieren doen.

Manier 1:

Pluk een glazen pot vol brandneteltopjes, vul het voor 2/3 met azijn en 1/3 met water. Laat 3 dagen staan in de vensterbank. Zeef daarna de brandnetels er uit en klaar is je brandnetel haarwater. Wrijf het in na het wassen van je haar, masseer in en spoel het goed uit.

Brandnetelazijn

Manier 2:

Pluk een pannetje vol brandneteltopjes. Overgiet ze met 2/3 deel azijn en 1/3 deel water. Breng aan de kook en laat 5 minuten zachtjes pruttelen. Laat het afkoelen en zeef de brandnetel er uit.

Brandnetelthee voor je haar

Wil je nog sneller klaar zijn? Zet dan sterke brandnetelthee (versgeplukte topjes of van een zakje), laat het afkoelen en spoel hier je haar mee na het wassen. Wel naspoelen met water.

 

Partnerkeuze, internet staat er vol mee. Op de lijstjes en tips staat nooit: waar woont je partner. Zit ik er dan naast, als ik een partner binnen fietsafstand zoek?

duurzame relatie, alles voor de liefde

Hoe ver de liefde ook gaat, we volgen haar. En alles zal ervoor wijken. Als de liefde tweehonderd kilometer verderop woont, dan gaan we daar naartoe. Vraagteken plaatsen bij deze afstand? Welnee, je hebt er wat voor over. Waarom doen we dit?

Het is pas sinds kort dat we de romantisch liefde zo hoog plaatsen dat we alles eraan ondergeschikt maken. Het hoogste doel waaraan geen limiet gesteld mag worden. Op zoek naar de partner van je dromen. Ik zoek eigenlijk meer een partner van mijn leven. Eentje die ook aansluit bij die andere betekenis van duurzaam geluk.

hoe ver is lokaal

Partners worden altijd lokaal gevonden. Dus binnen de actieradius die beide kunnen hanteren. Een eeuw geleden bepaalde de fiets hoe ver je kon komen. En mensen vonden hun partners toen ook. Nu is onze reikwijdte de hele wereld. Wat is dan lokaal? Op de schaal van de wereld bezien is dat misschien wel heel Nederland. Maar voor een levenspartner is één aspect onderscheidend: kunnen aanraken, op zijn tijd. Daarom is de hele wereld, hoe fantastisch ook, voor mij net iets te ruim. Maar hoe ver dan wel?

tijd, afstand en de bereikbare liefde

Wie duurzaam wil leven, komt het dilemma tijd versus afstand vroeg of laat tegen. Met de auto ben je er sneller, met de fiets vervuil je minder. Wat gebeurt er als ik dat omdraai: de afstand is niet bepalend, maar de reistijd. Stel: ik wil er een uur over doen om bij mijn geliefde te komen. En op een duurzame manier. Dan heb ik de keuze uit: lopend 5 kilometer, fietsend 15 kilometer. Openbaar vervoer 45. Ik kan de tijd maar een keer besteden. Besteed ik tijd aan reizen of aan samenzijn bij die ander. Ik kies voor fietsend, dan is mijn reikwijdte 15 kilometer. De grenzen van mijn stad.

Dat er altijd een grens is, merk ik als ik de lijn doortrek: De helicopter, ook een vervoermiddel. Dit lijkt een absurd uiterste, maar is voor sommigen een normale manier van vervoeren. Voor de een ligt de grens bij de auto, voor iemand anders het vliegtuig, voor een ander is dat de fiets. Waar het om gaat, is een bereisbare liefde. Voor mij is dat de stad. Met 150.000 inwoners is die vijver ook groot genoeg, lijkt me.

verrijk elkaars wereld

Jouw stad is mijn stad. Maak het jezelf gemakkelijk. Iemand uit dezelfde omgeving heeft gedeelde en overlappende ervaringen. Overeenkomsten zijn een belangrijke voorwaarde voor relatiegeluk. Tot dezelfde groep behoren is zo’n overeenkomst.

Je verrijkt elkaars leven nog op een andere manier. Als ik kies voor lokaal leven, en de ander doet dat ook, dan maken we deel uit van elkaars omgeving. We kennen misschien dezelfde mensen en plekken. We zijn mogelijk betrokken bij dezelfde zaken die daar gaande zijn. Zonder dat we het nu van elkaar weten, geven we energie, aandacht en tijd aan dezelfde gemeenschap. Dat komt ook ten goede aan jou dierbaren, en dat wat in jou omgeving belangrijk is. Je verrijkt elkaars leven over en weer, ook in een breder verband. Is dat niet mooi? Ik vind hem nu al leuk, nog voordat ik hem heb ontmoet…

 

liever lokaal

Hoe vind je dan die ander, lokaal? Daar voorziet deze blog niet in. Hoewel: de markten, uitstapjes en bijeenkomsten die langskomen op Voetspot, geven wel een kans om iemand tegen te komen met dezelfde interesse. Een klein beetje helpen kan ik wel. Door deze button te printen en te dragen, maak je kenbaar dat je openstaat voor contact. Kijk, zo hou je het dicht bij huis. Succes

Trijntje

 

al die andere aspecten van partnerkeuze

Creatief bezig zijn is mijn hobby. Door de aanwezige materialen in mijn voorraad te gebruiken, maak ik mijn creativiteit groter. Alleen datgene wat echt niet meer aanwezig is, mag ik bijkopen als het echt niet anders kan.

Technieken

Wil ik een cadeautje geven in mijn vriendenkring, dan kan ik zelf iets leuks maken.

Door de jaren heen heb ik allerlei technieken aangeleerd: naaien, breien, haken, borduren. Ik kan kiezen uit deze vaardigheden.

Daarnaast is jam en siroop maken ook nog steeds een leuke hobby in het zomerseizoen.

Diversiteit

Soms is het lastig kiezen en maak ik verschillende dingen. De huidige projecten zijn extra leuk : handgebreid, dus geen extra stroom- of gasverbruik. Ik werk er nu het langer licht is nog een deel in de avond aan of in het weekend.

Op dit moment twijfel ik tussen een bijzondere shawl (in wording) en een paar sokken “op de groei” om te geven.

Uniek

Ik combineer in de shawl een patroon dat ik voor mijn eigen winterset heb gekozen, met een vrije interpretatie om tot een waardevol cadeau te komen.

Dat cadeau is tevens een mooie test voor mijn eigen winterset. Zo kan ik zien hoeveel wol het neemt. Of dat ik in mijn eigen shawl dan nog weer veranderingen wil aanbrengen.Het mes snijdt zo aan twee kanten.

Het paar sokken zal hoe dan ook een schot in de roos zijn als het om de kleur gaat.

Beiden vergen nog wel de nodige tijd om het te maken, gelukkig ben ik mooi op tijd met mijn plan.

Red ik het niet om tijdig mijn project af te krijgen, dan kan ik altijd nog een leuk cadeau aanschaffen dat verantwoord is gemaakt. Of dat zelfs letterlijk en figuurlijk in de smaak valt.

Daarvoor ga ik dan gericht op zoek. Zo heb ik intussen allerlei leuke adressen gevonden.

Als je met het OV reist moet je vindingrijk zijn in wat makkelijk mee op reis kan.

Of als de tijd ervoor is, ter plekke op zoek gaan naar een leuke winkel die dát geschikte geschenk kan bieden.

Heb jij inspiratie nodig voor een leuk cadeau dat ook verantwoord is gemaakt of smaakvol en bewust is gekweekt? Kijk dan ook eens hier

Afgelopen weekend vroeg ik bij een koffietent met papieren bekers of ik mijn koffie mee kon nemen in mijn eigen beker. ‘Je bent de eerste die dat hier vraagt! Wat goed! Leef je zero waste? Zelf een koffiebeker kopen staat eigenlijk ook op mijn lijstje wereldverbeterende plannen…’

Zulke reacties zijn het allerleukste aan mijn honderd afvalvrije dagen, waarmee ik me nu al twee maanden mee bezighoud. Ik voel me nog steeds een groentje op dit gebied, maar wat een energie geeft het om alsnog andere mensen te inspireren!

Het inkopen van eten gaat me inmiddels gemakkelijk af, maar een plasticvrij huishouden heb ik nog lang niet. Grootste obstakels? De grote hoeveelheid schoonmaakmiddelen en verzorgingsproducten die ik nog op voorraad heb staan. Langzaam maar zeker komt er gelukkig verandering in.

  • In plaats van een kunststof tandenborstel poets ik met een bamboe exemplaar. Alleen de haren van de borstel zijn synthetisch, de houder kun je als hij aan vervanging toe is begraven in de grond (Hydrophil, gekocht bij Vegansuper, €3,90)
  • Make-up verwijder ik met vloeibare kokosolie en een washandje in plaats van wattenschijfjes. Een zachtere doek om mijn ogen mee af te nemen staat nog op mijn verlanglijstje. Op internet zijn ook herbruikbare watenschijfjes te vinden.
  • Dag- en nachtcrème heb ik vervangen met zoete amandelolie uit een glazen fles (helaas nog wel met een plastic dopje)
  • Deodorant maak ik zelf, goedkoop, simpel en het gaat al maanden mee. Het recept heb ik gevonden op http://www.degroenemeisjes.nl/diy-deodorant/
  • Ouderwetsche zeep in plaats van douchegel uit een fles. Wel probeer ik er goed op te letten dat de zeep ook zonder dierlijke producten is gemaakt.
  • Ook voor mijn haar heb ik zeepjes, die een vriendin voor me heeft meegenomen uit Duitsland. In Groningen heb ik ze ook te koop gezien bij Kokotoko (Oosterstraat).
  • Ik had nooit gedacht dat ik ooit cacao en maïzena in mijn haar zou smeren, maar het werkt perfect als droogshampoo!

Toch staan er nog wat plastic verpakkingen in de badkamer: zonnebrandcrème, lenzenvloeistof, tandpasta en scheerschuim. De laatste twee zijn gemakkelijk te vervangen als ze eenmaal op zijn, over de eerste twee moet ik nog meer onderzoek doen. Hetzelfde geldt voor make-up. Tips zijn welkom J

Door naar het beroemde keukenkastje onder de kraan. Volgens mij heeft iedereen daar wel een afwasteiltje en een hoop plastic flessen staan. Al is schoonmaken als student niet mijn grootste prioriteit (oké, ik overdrijf, mijn huis is in prima staat voor een studentenflat), ook bij ons staan er meer middeltjes dan ik in werkelijkeid gebruik. Mijn doel is om ook deze te gaan vervangen. Afwasmiddel is al gelukt: bij sommige natuurwinkels kun je ecologisch afwasmiddel bijvullen. Daarnaast heb ik ook een zeepklopper met een vast blok zeep erin om door het afwaswater te slaan. Niet schuimig, wel schoon. Dille & Kamille, in de Groningse binnenstad, is een goed begin om het schoonmaakkastje te verduurzamen. Hier verkopen ze houten (afwas)borstels en huishoudzeep zonder verpakking. Zeep en water blenden schijnt de werken als goed schoonmaakmiddel en kan ook in de wasmachine. Ook over baking soda heb ik goede dingen gehoord en ga ik zeker snel uitproberen. Soms is afvalvrij leven weer een beetje terug in de tijd gaan.

Als al die verpakkingen van verzorgingsproducten en schoonmaakmiddelen tegelijk leeg zouden zijn, heb ik zo een vuilniszak vol. Voor het laatst, hopelijk. Vandaag, op dag 63 van de 100, heb ik nog geen kwart vuilniszak vol. Mijn restafval tot nu toe weegt 166 gram, precies één ons erbij deze maand. De boosdoeners: een lege fles lenzenvloeistof en twee kapotte panty’s.

Schoonmaakmiddelen en cosmetica waren niet de eerste producten waar ik aan dacht toen ik de afvalvrije uitdaging aanging. Hoe ziet jouw badkamerkastje eruit? Vol met verpakkingen of maak je ook wel eens iets zelf? Een aanrader om eens te kijken hoe je hier een groener verschil kunt maken!

Terwijl ons nieuwe huis wacht op een mooi dak, ben ik alvast begonnen met het ‘ontdekken’ van de tuin. Nu in het voorjaar wordt duidelijk wat er allemaal groeit en bloeit. Eén plant neemt bij ons wel een erg grote plek in: brandnetels.

En terwijl ik ze hardop aan het verfoeien ben, wordt collega-blogger Leah met de minuut enthousiaster als ze de tuin inloopt. ‘Wauw’, roept ze. ‘Wat heb jij veel brandnetels! Lekker!’

Ok, die had ik niet verwacht. Brandnetels associeer ik met ‘au’. Met witte jeukende bultjes op handen en enkels. Dat brandnetels ook nuttig kunnen zijn, dáár had ik nog nooit bij stilgestaan.

Vier keer ‘lekkere’ brandnetels

Brandnetels zijn gezond. Ze zijn in de eerste plaats een goede bron van vitamine C en andere mineralen zoals ijzer en calcium. Let wel op bij het plukken van brandnetels: pluk brandneteltopjes (voor in de recepten), pluk brandnetels op een schone plek (dus niet langs een drukke weg of een plek waar honden uitgelaten worden) en draag handschoenen!

  1. Brandnetelsoep Fruit een uitje en knoflook, bak kort prei en wortel mee (of welke groente je ook hebt liggen, een aardappel is ook lekker), en voeg 1 liter bouillon toe. Laat 15 minuten koken en voeg vervolgens zo’n 40 brandneteltoppen toe. Mix het tot slot met de staafmixer fijn.
  2. Brandnetelthee Doe een handjevol (handschoen vol) brandneteltoppen in kokend water en laat het een paar minuutjes trekken. Brandnetelthee is erg gezond. Maar vind je de smaak niet zo lekker, voeg dan wat andere kruiden erbij, zoals munt.
  3. Brandnetelomelet Maak een omelet zoals je gewend bent en voeg er wat topjes brandnetel aan toe.
  4. Brandnetelgier Tot slot een ‘recept’ dat je níet kunt eten. Brandnetelgier is een goede meststof voor je bomen en struiken. En simpel te maken: doe een emmer vol brandnetels (de hele plant) en vul hem met water. Laat de emmer afgedekt tien dagen staan. Roer regelmatig. Haal er na tien dagen een liter water uit en voeg hier tien liter water bij. Geef dit aan je plantjes. Ze zullen je zeer waarderen.

Nu ik dit weet, koester ik de groene blaadjes. Maar ik zorg er wel voor dat ze straks niet in het zaad schieten. Want dan staat straks de hele tuin vol.

Toch geprikt?

Kneus het blad van de Weegbree en wrijf het over de jeukende plek. Mooie bijkomstigheid: Weegbree groeit altijd in de buurt van brandnetel, dus heb je je anti-jeuk altijd bij de hand.