voor het oprapen

De Voetspot, Trijntje
Op vakantie doen we het nog: om ons heen kijken. Alle grote en kleine rijkdommen van de omgeving zien. In ons eigen stek zijn we het verleerd. Nota bene mijn eigen tuin wees me daarop.

Ik was onderweg naar huis. Mijn bloedsuiker was laag, had al een tijd niks gegeten. Is niet erg, dat ken ik van mezelf. Om die reden heb ik meestal een zakje noten of iets bij me. Alleen deze keer niet. In deze toestand liep ik op mijn laatste krachten de tuin in. De fiets tegen het hek. En… ik keek recht in een rijpe pruimenboom.

Stond die er dan nog niet toen ik weg ging? Natuurlijk wel. Die pruim hangt al jaren in mijn tuin, overhangend van de buurvrouw. Ik had het alleen nooit als een optie gezien om de pruimen ook echt op te eten!!!

Vandaag pluk ik voor het eerst een pruim uit eigen tuin. Afwassen hoeft niet, ik stop hem meteen in mijn mond. Voel me een moment bevrijd van alle mitsen en maren – ja maar, spinnenrag, ja maar… neerslagstof, ja maar… Gewoon plukken en eten. Zo moet het in de oertijd geweest zijn, toen we nog jager/verzamelaars waren. Langslopen. Honger. Plukken. Eten. De kortste weg van kweekgrond naar mond.

Ik eet genoeg pruimen om energie te hebben voor het wegzetten van de boodschappen en wat simpels te koken. Ik kom weer bij.

opfleuren van het pad of … parfumeriezaak

 

Dit geval staat niet op zich. Als ik terugdenk, deze zomer gaf de natuur me nog meer, net op het moment dat ik het nodig had.

Die appel. In het gras. Puntgaaf. Toen de weg naar huis nog zo lang leek en ik om me heen keek of iets me kon helpen. Ik at hem op, het trok me erdoor heen, de laatste kilometer tot aan huis.

het parfum pept je meteen op

Die rozen. In de tussenberm van de wijkring. Die geur…. wat dat doet voor je gemoed… Nou ja, voor rozenparfum hoef ik hier geen reclame te maken. Dat doen de parfummerken met hun kostbare reclames al. Een instant oppepper voor onderweg en een week lang heerlijk zoete geur in huis.

bosje -berm- bloemen voor de wijkinloop

Het boeket. In de bermen van de wijk. Eerst zag ik er maar één. Daarna zag ik dat de wijk vol staat met bloemen. Langs de fietspaden, de vijvers, in het park.

tak lindebloesem heerlijk zoete geur

De lindebloesem. In het stadsplantsoen. Die zware, verdragende geur die het hele park vult. Op een terras rook ik het. De geur kwam van een kolossale boom, de takken zwaar van bloesem, hangend tot op de grond. Ik meen het te herkennen van iets dat ik gelezen of gehoord heb, van de kruidenvrouw in onze wijk. Lindebloesemthee.

Een paar takken neem ik mee voor op de vensterbank. Na een weekje, als de geur verdwenen is, en de bloemen ingedroogd, oogst ik de bloesem. De kat komt er bij zitten, als ik de tafel bestempel als plek om het kaf -de takken- te scheiden van het koren -de bloesem-.

lindebloesem

Het smalle blaadje bij de bloemetjes laat ik eraan zitten. Geen idee of dat zo hoort, maar het ziet er erg leuk uit in het theeglas. De geur is heerlijk, de smaak is subtiel. Lijkt me een hippe opvolger van de verse muntthee op al die nieuwetijdse terrasjes. Of op z’n minst een evenwaardig zusje om uit te kiezen op de theekaart.

 

word weer een beetje verzamelaar

Ik was het verleerd om zo naar mijn omgeving te kijken. Zelfs de appelboom in mijn tuin, die tijdens de bezichtiging de doorslag gaf om hier te gaan wonen, zelfs die zag ik vooral als lifestyle-element. Niet om daadwerkelijk van te eten.

in de maak voor snelle trek in september

De zomer is perfect om te beginnen met deze andere manier van kijken. Er is zoveel. Is het nu de bedoeling dat we allemaal op zoek gaan naar lindebloesem, en met z’n allen die boom kaalplukken? Nee. Het gaat erom om je heen te kijken. Om het alternatief te zien, dat wat er al is. Het maakt ons bewust van onze omgeving, we krijgen er contact mee. Letterlijk.

De omgeving voorziet ons in wat we nodig hebben. Het is een utopie te denken dat we weer als verzamelaars alles uit de natuur gaan plukken. Maar het maakt ons wel bewust van wat er op het moment is, en of we ons daar tevreden mee kunnen stellen. Als er even geen aardbeien zijn, omdat het het seizoen niet is, dan nemen we appels.

 

dichtbij

Uiteindelijk is alles onze omgeving. En als we het dichtbij huis houden, scheelt dat. In brandstof, in het najagen, in de rust in je eigen leven.

Bij jou is het anders. Misschien valt jouw oog op de kamille, in plaats van de linde. Misschien liggen er langs het pad hazelnoten, in plaats van wilde pruimen. Het heeft geen zin te zoeken naar iets specifieks. Het heeft wel zin om open de wereld in te gaan, en te zien wat er bij jou voor het oprapen ligt.

Ik beloof je: het zal je verbazen

Trijntje, juli 2017

eten langs de weg

lindebloesemthee

van voortuin naar speeltuin

De Voetspot, Trijntje

Lokaal leven is niet alleen dicht bij huis halen wat je nodig hebt, maar ook in je eigen buurt teruggeven wat je over hebt.

Neem nou de tuin. Toch een beetje een omweg, om je tuinafval in de biobak te doen en het later als compost weer op te halen bij het gemeentedepot. Dat doet Groningen en dat is best sympathiek. Omdat we met zoveel inzet het afval scheiden, mogen we in de lente compost halen bij de gemeentewerken. Ons eigen groenafval, maar dan gerecycled. En zo is de cirkel weer rond.

Toch, als ik met armen vol groen naar de bak loop, denk ik vaak: waarom niet meteen in het gemeentegroen deponeren. Daar gaat het ook op in de natuur. En het scheelt halen en brengen van de bak en van het groen. Zowel voor mij, als voor de ophaalwagen. Zo houden we het wat dichter bij huis.

Ik begrijp het wel: niet netjes, daar is het gemeentegroen niet voor, en wat als iedereen dat zou doen, dat wordt een rommeltje.

Door het groenafval te noemen, zetten we onszelf op het verkeerde been. Voor de natuur bestaat afval niet. Het is ‘plant’, opgebouwd uit natuurlijke bouwstoffen. Het een is voeding voor het ander, een oneindige kringloop.

Eén soort ‘plant’ krijgt al wel een nieuwe bestemming in de buurt. Het olifantengras.

het olifantengras moet nodig gesnoeid

In de zomer groeit dat zo hard dat het een schaduwwand is, vlak voor mijn raam. Eigenlijk precies goed, want het houdt de ergste hitte van de zon tegen. Maar het hangt ook over het pad. Niet fijn voor de postbezorgers.

Na een uurtje snoeien is het bankje weer zichtbaar. Het olifantengras is eigenlijk een schuilhutje waar de kinderen kunnen zitten zonder dat iemand hen ziet.

hut in de voortuin

Het lange gras lijkt wel wat op bamboe. Kan prima mee gebouwd worden.

speeltuin… ook de bosjes zijn om te spelen

Ik sleep het gras naar een bosje in de buurt. Ik weet dat de kinderen daar vaak zijn. Ze hebben daar een hut en een klimboom.  Voor de kinderen om te ontdekken. De vorige keer in de herfst hebben ze het snoeiafval ook ontdekt en er samen iets van gebouwd.

Dit maakten ze ervan:

Als dit kan, laten we dan nog een stapje verder gaan.

In een geschikt bosje in de buurt het tuinafval op een hoop gooien. Een verscholen bultje dat vanzelf composteert. Valt niet eens op. Hoeven die extra kilometers niet afgelegd te worden tussen huis en composteerbedrijf – en weer terug. Misschien nog een brug te ver in een net wijkje. Hoewel, hoe moeilijk kan het zijn. En zoals ik al zei, het valt niet eens op….  dus…

de kat is het er ook helemaal mee eens….

juli 2017

gratis lokale compost in de lente

 

de auto, altijd weer de auto

De Voetspot, Trijntje

 

Je kunt het nog zo mooi voor elkaar hebben, lokaal leven. Alles op fietsafstand. Doen met wat er is. Je weekendje weg doe je om de hoek, je tuinaanleg doe je met wat de volkstuinvereniging laat liggen, je contacten onderweg naar de winkel. Allemaal mooi, mooi. Maar dan blijkt dat je niet op een eiland leeft…

 

kamp

Scoutingkamp. In het lauwersmeergebied. En dochter wil graag dat ik haar  ophaal. Hoe ga ik dat doen? Bus of auto.

Bus valt snel af: de haltes in de buurt van Marnewaard zijn tijdelijk opgeheven, de weg wordt aangepakt. Ok. Met de auto. Maar welke auto. Ik deel met R. in het gebruik van zijn auto. Co-ouderschap over de auto, noemen we dat. Maar hij heeft hem nodig. Lenen van een ander…. dat kan. Maar als er schade is, wat dan?

 

autodelen, mee in de tijdgeest

Vorig jaar leende ik een auto via een autodeelsite. Vriendelijke autodeler, een auto die precies paste bij wat ik zocht: namelijk niet te netjes. Voor een verjaardagsfeest naar het Blotevoetenpad. De auto was van een gezin met kleine kinderen. Al voorgerotzooid, zeg maar. Precies goed. Trouwens nog best lastig wat ik moest invullen bij de evaluatie; hoe schoon is de auto? Beetje rommelig, en dat vond ik nou juist precies top. Daar zijn geen aankruisvakjes voor.

wat je ervoor over moet hebben

De administratieve rompslomp weerhoudt me. Het is nogal een gedoe. Internet op, optie aangeven, beschikbare auto’s bekijken en afwegen. Verzoek uitzetten, wachten of de eigenaar reageert. Bellen of appen: afspraak maken over ophalen sleutel. Internetbankieren: huur definitief maken en voorschot overmaken. Formulieren uitprinten!!! voor verzekering, verhuur. Na de rit: formulieren invullen, km-stand, tijd. Thuis: Internet op: aangeven wanneer je de auto terug hebt gebracht en de kilometers doorgeven. En dus de evaluatie invullen. En aangeven dat je het overige geld terug wilt hebben. In de gaten houden of dat ook gebeurt.

 

de praktijk

Maar goed… het is een sympahtiek initiatief, autodelen. Dus ik begin mijn zoektocht daar. De auto van vorige keer staat er weer op. Deze eigenaar probeer ik als eerste.

Krijg snel respons: even overleggen, bericht je zo terug.

Half uurtje later: sorry, kan niet.

Volgende auto: in mijn eigen wijk. vriendelijke man belt me op. Nee, net op die dag kan het niet. Wellicht een volgende keer.

Nog een auto, een vrouw, ongeveer 3 km afstand. Ze reageert snel. Een zakelijk berichtje via de autodeelsite: A. heeft uw verzoek afgewezen. Dat kan kennelijk ook nog,  … een afwijzing.

Een dagdeel lang in afwachting: gaat het lukken of niet. Dat is toch te veel voor zoiets simpels als vervoer regelen….

Dit werkt niet.

wie wordt hier beter van

Ik vraag me af wie hiermee werkelijk gediend is… We doen zelf de boeking, administratie, printwerk, planning en afstemming. En daarvoor betaal ik bovendien administratiekosten aan de organisatie!!! Terwijl wij als huurder en eigenaar hen het werk uit handen halen. Lokaal is de organisatie zeker niet. De helpdesk zit in Amsterdam, en de bedenkers en eigenaren misschien wel in Sillicon Valey. Dus dat geld verdwijnt deels naar een economie overzee. Kleine kans dat het in de buurt wordt uitgegeven.

Ook is blijft er altijd een onzeker factor: wat als de eigenaar nou op het laatste moment toch niet kan. En hoe goed is die auto eigenlijk onderhouden?

Hele ochtend opties uitzoeken, en nog geen auto.

 

old school autodelen

Dan bedenk ik: toch maar even informeren bij een verhuurbedrijf. De goedkoopste 19,- per dag. Hm… net zo duur als die deelauto. Veel minder rompslomp. Ik bel. Ja hoor, er is dinsdag een auto. Reserveren? Hoeft niet. -Ik doe het liever wel.- Binnen vijf minuten geregeld. De zekerheid dat er een auto staat, en dat de verhuurder er is om de sleutel te geven. En dat de auto in orde is.

Gerust ga ik het weekend in.

 

Op de verhuurdag fiets ik naar het industrieterrein waar het bedrijf staat. Een handtekening, zij printen, zij controleren, zij storten de borg terug. Ineens zie ik het: dit is ook autodelen. Hier staat altijd een auto klaar, onderhouden, afgetankt, APKgekeurd, alles. En je betaalt alleen als je hem nodig hebt. De andere tijd betaalt een ander, iemand die de auto dán nodig heeft. Het lijkt wel autodelen. Dit ís autodelen.

de luxe van een auto

Ik haal mijn dochter van het kamp. Het stortregent onderweg. Extra fijn om dan in een auto te zitten. Op het grote, bijna lege terrein zie ik haar helpen inladen bij de vrachtwagen van hun club. Ze herkent me pas als ik heel dichtbij ben, niet aan de auto natuurlijk, maar omdat ik achter het stuur naar haar zwaai. Slaapspullen achterin, kind voorin. Binnen een kwartier valt ze onderweg in slaap. Het is echt fijn om haar dit comfort te geven. Ook voor mij.

Kind thuis, spullen thuis. De auto hoeft pas morgen terug. Nu eerst de spullen opruimen, kinderen in bad, eten, drinken, pyjama aan.

De volgende dag breng ik de auto terug. Hoef niet af te stemmen of ze er zijn. Ze zijn er immers altijd tijdens openingstijden. Huur en benzine samen toch nog vier tientjes. Het is me het waard. Deze auto kost me morgen geen geld meer. En toch zal hij de volgende keer weer voor me klaar staan.

Ik ben eruit: als ik weer een auto nodig heb, meteen naar het autoverhuurbedrijf, onze lokale autodeler.

juni 2017

last minute

De Voetspot, Trijntje

 

Twee vrije dagen staren ons aan en het is mooi weer. Mijn dochter en ik kijken elkaar aan: zullen we even weg? Ja. Maar waar naar toe? De uitkomst is kamperen in mijn eigen stad. Waarom? Dat antwoord wist ik pas achteraf.

We wonen mooi. Maar onze tuin is te klein om een tent op te zetten. Het veld om ons huis is wel weer groot genoeg. Maar het afwijkende van deze actie houdt ons tegen. Misschien springt er een loslopende hond tegen de tent, of piest een kat tegen het doek. Misschien zegt een buurtgenoot: ‘wat doen jullie hier, daar is dit veld niet voor’.

wat hebben we niet

Geen tijd. We kunnen pas na 5 uur vertrekken. En willen toch rond 8 uur aankomen.

Geen auto. Hoe ver kunnen we komen zonder auto. We hebben keuze uit openbaar vervoer of fiets.

Geen ervaring. We denken aan kamperen en we denken aan bossen. In Groningen denk je dan toch al gauw aan Drenthe. Maar: die spullen. Dat zie ik ons niet doen in de bus. En met de fiets, dat hebben we nog nooit gedaan, zover.

Geen kamer. Omdat kamperen één stap te ver lijkt, zoek ik een alternatief: logeren in het Natuurvriendenhuis in Noordlaren. In de bossen, een uur reizen met de bus en geen gezeul met spullen. Ik bel: ze zijn volgeboekt.

wat hebben we wel

Noordlaren heeft ook een camping. Maar die spullen…

Laten we eens kijken naar wat we wél hebben: Een fietskar, E. heeft een goede fiets, net vandaag gekregen. Jarenlange ervaring met vervoer van kinderen en boodschappen in de fietskar. En we hebben een sterke motivatie: kamperen lijkt ons nog steeds de leukste optie. We hebben reistijd: ongeveer een uur op de fiets. 10 kilometer moet prima lukken. Ineens zie ik het voor me: de Stadscamping. Ligt in het stadspark, prachtig tussen de bomen. De beslissing is snel gemaakt. Ik bel: reserveren hoeft niet. Kom gewoon. Ok, dat doen we.

heen

We pakken de spullen in. Het fietskarretje moet het doen. Het lukt makkelijk, zelfs zonder proppen. Als alles klaar is, stappen we op de fiets. Net alsof we de stad ingaan. Dat doen feitelijk ook. We zijn vrij van bustijden, overstappen, zeulen met spullen. Alles is in eigen hand, en door ons tweeën goed te doen.

17:00 vertrek

20:00 tent staat, matje ligt.

Dat is 3 uren, inclusief het wegbrengen van mijn andere dochter naar haar vriendin voor een logeerweekend. En in alle rust, als een fietstochtje dat we wel vaker doen.

hallo stadsgenoot

Het lijkt een gewoon kampeeruitje. De eerste nacht slaap ik slecht: iets te koud, wennen aan geluiden. Mijn dochter slaapt goed, dat heb ik de hele nacht kunnen zien. Gewoon kamperen, dus. Maar dan begint het: de eerste ochtend drinken we koffie bij vriend S. Hij woont in de buurt. 10 minuten fietsen. Hij hoort ons aan en geeft zijn donzen slaapzak mee. En leeslampjes. En leesvoer voor dochterlief. Die avond lezen we veel en slapen we goed.

De volgende ochtend ontmoeten we onze kampeerburen: ook een moeder en dochter. Ze heeft dezelfde ontdekking gedaan: kamperen in eigen stad. Ze denkt eraan om deze zomer een aantal weken op de camping te staan. Haar dochter zou zelfs vanaf hier naar school kunnen. Terwijl ik naar haar luister zie ik de wereld twee keer zo groot worden. Dat is toch ook de bedoeling van vakantie: dat je wereld wat groter wordt. In gedachten verplaats ik de camping naar een plek op een dagreis afstand. En ik denk: dit is vakantie, hier werkt het ook al.

en terug

We gaan weer. Eerst de geleende spullen terugbrengen. De dochter van S. is thuis. Ze ruimt haar spullen op en legt een stapel boeken voor ons neer. Of er iets voor ons bij zit. Een paar tienerboeken vis ik eruit voor mijn dochters. De andere boeken kunnen mee naar Beijum, in een van de straatbiebjes daar. Nog even een ijsje eten bij de Italiaan aan het meer. Het weer doet precies wat je verwacht bij de combinatie Italiaan – ijs – meer: stralende zon. Meer vakantie dan dit wordt het niet.

Zelfs pech onderweg is anders: op een nauw plekje waar ik uitwijk om ruimte te geven aan een andere fietser, raakt een wiel de stoeprand. De kar kiept om. Een achteropkomende fietser stopt en trekt met één hand de kar weer overeind. We kunnen weer verder. Ik herinner me andere keren: langs de snelweg wachten op de wegenwacht. Reparatie in een lokale garage, misschien zelfs overnachten voor je verder kunt….

thuis

Ik rijd de Korrewegbrug over. Vanaf daar ben ik in mijn stee en kan ik bekenden verwachten. Dat gebeurt meteen: M. fietst me achterop. Zij heeft ook zo’n straatbiebje bij haar stoep gemaakt, mussenbieb noemt ze het. Ik vertel haar van de boeken in mijn fietstas en dat die vanaf nu rouleren in Beijum. Even verderop zet ik de boeken in het geef/neemkastje. Er staat een doosje met fietsroutes in Drenthe. Die neem ik mee.

Vreemde gewaarwording als ik de fiets met kar mijn tuin in schuif. Het verschilt in bijna niets met thuiskomen na het boodschappen boodschappen doen. Het uitladen van de spullen en op zijn plek zetten, geen verschil. Ik kijk nog eens goed: ja, matjes en een tent, in plaats van brood en melk. Maar verder… Geen extra gedoe. En dat is toch ook een beetje de bedoeling van vakantie. In de speeltuin roepen kinderen ons al: mogen we op de trampoline? Ja. We zijn er weer.

in eigen stad op vakantie, want…

– We doen het met wat er al is. En zelfs als we iets missen, blijkt het niet ver te zijn. Een vriend in de buurt, of even terug fietsen naar huis.

– De mensen die ik heb ontmoet, zijn begaan met mijn stad. We versterken elkaars leven! Onze stad wordt er beter van. Mijn leven wordt er rijker van. En je hebt best kans dat je elkaar nog eens tegenkomt.

– Alles is goed te doen. Ook het reizen is relaxed. Mijn dochter heeft een succeservaring. Ik ben uitgerust. Wij kunnen dit. Of zoals mijn yoga-instructeur laatst zei: aan de goede kant van de grens blijven.

– De stadscamping is ‘het veld achter mijn huis’ waar je wél kunt kamperen.

 

en verder

Nu dit kan, is de volgende stap: een cirkel met een straal van 20 kilometer rondom mijn huis. Daarbinnen Kampeerplekken zoeken, en gaan! Ik maak het doosje uit de minibieb open. Er zit een kaartje bij van een fietsroute vanaf het Paterswoldse meer. Mooi begin voor de volgende keer.

hemelvaart 2017

is er ook een minibieb in jou buurt?

stadscamping

duurzame relatie

De Voetspot, Trijntje

Partnerkeuze, internet staat er vol mee. Op de lijstjes en tips staat nooit: waar woont je partner. Zit ik er dan naast, als ik een partner binnen fietsafstand zoek?

duurzame relatie, alles voor de liefde

Hoe ver de liefde ook gaat, we volgen haar. En alles zal ervoor wijken. Als de liefde tweehonderd kilometer verderop woont, dan gaan we daar naartoe. Vraagteken plaatsen bij deze afstand? Welnee, je hebt er wat voor over. Waarom doen we dit?

Het is pas sinds kort dat we de romantisch liefde zo hoog plaatsen dat we alles eraan ondergeschikt maken. Het hoogste doel waaraan geen limiet gesteld mag worden. Op zoek naar de partner van je dromen. Ik zoek eigenlijk meer een partner van mijn leven. Eentje die ook aansluit bij die andere betekenis van duurzaam geluk.

hoe ver is lokaal

Partners worden altijd lokaal gevonden. Dus binnen de actieradius die beide kunnen hanteren. Een eeuw geleden bepaalde de fiets hoe ver je kon komen. En mensen vonden hun partners toen ook. Nu is onze reikwijdte de hele wereld. Wat is dan lokaal? Op de schaal van de wereld bezien is dat misschien wel heel Nederland. Maar voor een levenspartner is één aspect onderscheidend: kunnen aanraken, op zijn tijd. Daarom is de hele wereld, hoe fantastisch ook, voor mij net iets te ruim. Maar hoe ver dan wel?

tijd, afstand en de bereikbare liefde

Wie duurzaam wil leven, komt het dilemma tijd versus afstand vroeg of laat tegen. Met de auto ben je er sneller, met de fiets vervuil je minder. Wat gebeurt er als ik dat omdraai: de afstand is niet bepalend, maar de reistijd. Stel: ik wil er een uur over doen om bij mijn geliefde te komen. En op een duurzame manier. Dan heb ik de keuze uit: lopend 5 kilometer, fietsend 15 kilometer. Openbaar vervoer 45. Ik kan de tijd maar een keer besteden. Besteed ik tijd aan reizen of aan samenzijn bij die ander. Ik kies voor fietsend, dan is mijn reikwijdte 15 kilometer. De grenzen van mijn stad.

Dat er altijd een grens is, merk ik als ik de lijn doortrek: De helicopter, ook een vervoermiddel. Dit lijkt een absurd uiterste, maar is voor sommigen een normale manier van vervoeren. Voor de een ligt de grens bij de auto, voor iemand anders het vliegtuig, voor een ander is dat de fiets. Waar het om gaat, is een bereisbare liefde. Voor mij is dat de stad. Met 150.000 inwoners is die vijver ook groot genoeg, lijkt me.

verrijk elkaars wereld

Jouw stad is mijn stad. Maak het jezelf gemakkelijk. Iemand uit dezelfde omgeving heeft gedeelde en overlappende ervaringen. Overeenkomsten zijn een belangrijke voorwaarde voor relatiegeluk. Tot dezelfde groep behoren is zo’n overeenkomst.

Je verrijkt elkaars leven nog op een andere manier. Als ik kies voor lokaal leven, en de ander doet dat ook, dan maken we deel uit van elkaars omgeving. We kennen misschien dezelfde mensen en plekken. We zijn mogelijk betrokken bij dezelfde zaken die daar gaande zijn. Zonder dat we het nu van elkaar weten, geven we energie, aandacht en tijd aan dezelfde gemeenschap. Dat komt ook ten goede aan jou dierbaren, en dat wat in jou omgeving belangrijk is. Je verrijkt elkaars leven over en weer, ook in een breder verband. Is dat niet mooi? Ik vind hem nu al leuk, nog voordat ik hem heb ontmoet…

 

liever lokaal

Hoe vind je dan die ander, lokaal? Daar voorziet deze blog niet in. Hoewel: de markten, uitstapjes en bijeenkomsten die langskomen op Voetspot, geven wel een kans om iemand tegen te komen met dezelfde interesse. Een klein beetje helpen kan ik wel. Door deze button te printen en te dragen, maak je kenbaar dat je openstaat voor contact. Kijk, zo hou je het dicht bij huis. Succes

Trijntje

 

al die andere aspecten van partnerkeuze

Het juiste moment

De Voetspot, Trijntje

doen met wat er is, op het moment dat het er is

ik wil nu

Wij, de kinderen van koning welvaart, zijn gewend om meteen te krijgen wat we willen. Nu. Dit kun je ons niet kwalijk nemen: sinds we kunnen praten werd ons gevraagd: wat wil je. Ik wil een mooie tuin. Verzorgd en met mooi afdekmateriaal. Ik kijk om me heen, bedenk wat voor materiaal ik daarvoor nodig heb. Ik ga naar de winkel en koop het. Daadkrachtig en meteen klaar. Dat is de kortste klap, toch?

We hechten grote waarde aan de wil. We stellen dan geen vragen meer, en vinden dat genoeg rechtvaardiging om iets dan ook om te zetten in daden. Gek eigenlijk, in de IK WIL fase van een kind, leren ouders hun kinderen dat er grenzen zijn aan willen. Als we de wil als leidraad nemen, zouden we er wel eens naast kunnen zitten. De woorden ‘Ik wil’ in combinatie met ‘nu’ zijn de drie duurste woorden die je in je leven kan hanteren.

een mooie tuin

Mijn tuin was een rommeltje in februari. In mijn ogen dan. Dode takken aan vlinderstruik en treurwilg. De wintersnoei moest nog gebeuren. En de bodem die altijd bedekt was met houtsnippers, was aan een nieuw laagje toe. Wat nu?

Het snoeien kon ik zelf. Dat was nog dezelfde dag klaar. Een fris nieuw laagje zou de tuin nog mooier maken. Dat deed ik altijd met houtsnippers uit de omgeving. De gemeente snoeit rond deze tijd en vermaalt de takken tot snippers. In een berm trof ik dan wel eens zo’n bult houtsnippers. Ik wist nu niet zo’n bult en laat de tuin verder voor wat het is.

snippers

Een week of wat later fiets ik naar huis. Op een grasveld ligt een berg houtsnippers. Dat is voor de volkstuintjes, dat weet ik. Ik herinner me nu dat ik dit een tijd geleden al zag liggen. Er is zelfs een nieuwe bult bijgestort, dat zie ik aan de kleur: de ene bult is roodbruin, de andere wittig. Hier mag ik vast wel wat van nemen. De volgende ochtend haak ik mijn karretje achter de fiets. Schep mee. Vuilniszakken mee. Terwijl ik aan het scheppen ben, komt iemand met haar hond langs. ‘Dat ligt er al weken, ze doen er niks mee,’ zegt ze. ‘De omwoners mogen er ook van nemen. Er is namelijk genoeg.’ Er passen vier volle zakken in mijn karretje. Thuis strooi ik het meteen over mijn tuintje. De roodbruine kleur geeft het effect van een nieuw tapijt. Het wordt mooi. Ik haal nog een kar.

keuze

Er zijn twee kleuren. Er valt dus wat te kiezen. Dan komt meteen de vraag: wat wil ik. Eigenlijk wel jammer dat er niet gewoon één kleur is, dan hoef ik die vraag niet te s tellen. Maar goed, het zijn er wel twee. Dus: kiezen is onvermijdelijk. Wat wil ik….

wil ik de witte…

of toch de bruine..

Ik laat de opties langskomen. In de tuin heb ik een paar plekken afgebakend met stenen. Rond het wilgje, en rond het olifantengras. Als ik daar nu eens wit doe. Ik schep een kar vol en thuis strooi ik het zoals ik had bedacht. Het staat mooi.

Klaar!

Zo wordt lokaal leven, hoe zal ik het zeggen: levendig. Lokaal gesnoeide takken liggen even later in tuintjes in dezelfde wijk. Dat we via die vermalen takken met elkaar en de omgeving te maken hebben, dat raakt me. De vraag ‘Wat is er’ maakt mijn blik ruimer. Ik krijg oog voor mijn omgeving en het ritme dat daar buiten is. En ineens is daar het juiste moment en vind ik wat ik nodig heb. Ja, ik word hier blij van. Omdat we toch meer verbonden zijn met onze omgeving dan we soms denken. En ja, omdat het me elke keer weer verrast dat er al zoveel is.

En die bulten? Die liggen er nu nog, dus als je nog wat nodig hebt…

Trijntje de Haan

maart 2017

Kunstroute

Trijntje

Bijdragen aan de kunst in je eigen stad. Een stille wens of onbereikbare droom? Moet je daarvoor eerst een opleiding doen en naam maken? Misschien. En moet je daarvoor bijzonder materiaal aanslepen van heinde en verre om precies dat voorwerp te maken dat je in je hoofd hebt? Mogelijk.

Maar het kan ook anders. Creatief denken is er altijd. Juist door een beperking op te leggen kunnen ideeën ontstaan. Bijvoorbeeld de beperking dat je het doet met wat er al is.

Onderweg

Dit is hoe het gebeurde. Ik fietste naar mijn lief. Hij woont aan de ene kant van de stad, ik aan de uiterste andere kant van dezelfde stad. Om elkaar te bereiken is de kortste weg dwars door de stad, via het stadsplantsoen. Vlak daarvoor fietste ik door een studentenwijk. Aan de kant van de weg lag een mandje. Zo’n fietsmand van hout en gevlochten biezen. Een typische must-have voor fietsers die hun ecologische leefstijl willen uitdragen. De doorgeknipte tiewraps verrieden dat dit mandje van een fiets was afgesloopt en kennelijk daarna was achtergelaten.

Zal ik het oppakken? Ik keek naar mijn eigen bak bij het stuur. Hoewel groen van kleur, toch vooral heel erg plastic. Het had veel te verduren gehad de laatste jaren. Al die keren dat de fiets omviel met te zware tassen. Of die keren dat de fiets wegzakte tegen de stenen muur van mijn berging. De schade was alleen een enkele scheur in een hoek van de plastic bak. Verder was de bak nog fier rechtop en stevig.

Wat moet ik daarmee?

Maar ja, zo’n gevlochten mandje..  zo voor het oprapen.. Toch maar even kijken.
Ik draai de fiets richting trottoir. Bekijk het mandje. In de hoeken zit beweging. En het vlas -of wat is het- had al weerplekken. Dit zal niet lang houden als laadbakje op de fiets, vrees ik. Toch neem ik het mee. Ik doe het onder de snelbinder en fiets verder. Dit geeft me wat tijd om te kijken wat ik ermee doe.

Het beeld

Ik rij het plantsoen in. Vooraan staat een uitgehakte steen in de vorm van een levensgroot massief harig oerbeest. Een bizon of een wisent, daar wil ik af zijn. Ineens zie ik voor me hoe dit mandje een voederbakje kan worden. Ik stuur de fiets het plantsoen in en zet het mandje mooi recht in het gras, precies onder de neus van het beest. Het werkt: hij kan nu eten. Als een gedomesticeerd beest.

Tevreden over dit beeld, maak ik een foto. En ik vraag me af, hoe zullen voorbijgangers dit opvatten. Zal iemand het mandje opruimen omdat het daar niet hoort, rommel in het plantsoen. Of zullen mensen de grap ervan inzien en het mandje laten staan zodat een ander dit ook kan zien? Misschien doet iemand er wel wat gras in.. Geen idee. Dat is buiten mijn invloed. Maar voor nu ben ik klaar. In mijn eigen stad, interactieve kunst. Zo simpel kan het soms zijn.

Moeiteloos

Al met al was ik een uurtje onderweg. Kunst zien en maken, gewoon onderweg naar iemand toe. Wat een verrijking. Ook leuk voor een ander, trouwens. ‘Kunstroute’ krijgt zo een heel nieuwe betekenis: Een volgende keer dat ik weer deze route fiets, kijk ik wat iemand anders heeft bijgedragen, daarbuiten. Zo wordt elk ritje naar het werk een kunstroute met wisselende collectie.

Blijf opmerken wat daar buiten is, ga ondertussen door met de rest van je leven. En ineens is daar een moment waarop je iets ziet. Vrijwel moeiteloos als ik erop terugkijk.

Hoe gaat deze gesp ons helpen?

Trijntje

Lokaal leven is doen met wat er is, in plaats van kijken wat er nog mist. Sinds we winkelende consumenten zijn, zoeken we. We halen ons iets in het hoofd en gaan op zoek naar dat ene zoals we ons dat voorstellen. Een auto in de juiste stijl, een bank met precies de goede kleur, kopjes die matchen bij de keuken. We zijn bereid om daar ver voor te gaan. Letterlijk en figuurlijk. Vinden is wezenlijk anders dan zoeken.

Wat vind je

Vroeger deed ik het anders. Ik keek om me heen en vond. Dingen op straat of bij het afval. Spullen waar ik de waarde nog wel van inzag. Ik bedacht hoe dat ding me van nut zou kunnen zijn en nam het mee naar huis. Van bouten en moeren tot houten balken. Ik stapelde en sleepte aan. Na een paar verhuizingen bleek dat de gevonden schatten bij mij nog steeds wachtten op nuttig gebruik. Wilde ik een fatsoenlijk burger zijn, met fietsen in de schuur, in plaats van opgepotte straatvondsten dan moest dit stoppen. Dat deed ik.

Tot nu. Voor dit stuk heb ik het toch weer even gedaan: om me heen kijken. Vorige week bedacht ik onderweg dat ik mijn pen thuis had gelaten. Kort daarna vond ik op de stoep een pen. Een met vier kleuren. Die neem ik zelf nooit, maar nu hij daar ligt, pak ik het op. Ik heb het immers nodig. Ik zie ook zakdoekjes, nieuw pakje kauwgom, haarelastiekjes. Lege bierflesjes met statiegeld. Een buitenband van een fiets. Ik laat dat allemaal liggen voor degene die dát nodig heeft. Ik hoef vandaag alleen die pen.

Schoenmaker

Eerder was ik bij de schoenmaker. Nieuwe zolen. De schoen miste ook nog een gespje, en ik vroeg om dat te vervangen. Hij pakte een doos vol metalen gespen. Allemaal enkelen, allemaal wezen. Hij zocht, het juiste kleurtje zat er niet bij. Er kwam Schoenmaker Trijntjenog een doos onder de toonbank vandaan. Ook niets. Hij maakte zelf een riempje. Dat voldeed prachtig. Die twee dozen maakten dat we iets gemeenschappelijks hadden: Hij vindt het kennelijk ook zonde om iets bruikbaars weg te gooien.

Nu ben ik onderweg en zie ik deze gesp op het fietspad. ‘Doe nou niet. Je kunt er niks mee, en als je het ooit nodig hebt, weet je niet meer waar je het hebt gelaten.’ Deze stem heeft gelijk. Tot vandaag. Want ik weet waar ik ermee heen kan: de
schoenmaker. Dat is de plek om een gesp te bewaren tot er een schoen of tas komt die daar om vraagt.

Ik ben oprecht blij: ik kan iets doen met het gevoel dat het zonde is om zoiets op straat te laten liggen. Ik pak het op. De volgende keer dat ik weer in het winkelcentrum ben, lever ik het af bij de schoenmaker. Hij reageert blij: ‘zo kunnen we de wereld toch een beetje beter maken.’ En hij heeft gelijk.

Waarde

Gaat dit nu de wereld redden? Nee. En ja: zo doe ik wat binnen mijn vermogen ligt. Te leven naar wat ik waardevol vind. Zoals spullen gebruiken als ze nog goed zijn. Dit is een opmaat naar het Grote Vinden. Het vinden van wat je nodig hebt binnen de reikwijdte die je jezelf stelt. Hoe ver wil je gaan om te zoeken wat je nodig hebt? 10 kilometer van je huis, 2, 50, 1200? Het kan altijd verder, maar kennelijk ook dichterbij. Door te kijken wat er is, en te doen met wat je vindt. Zo vond ik ooit een plek waar we nu met buren bij elkaar komen. Het lag daar al de hele tijd, te wachten tot iemand het zou zien….

Gesp Trijntje

 

 

Verandering

Trijntje

Het inzicht kwam toen we onze straat uitreden, op weg van Groningen naar Assen voor een speelafspraakje. Een kind uit de buurt zwaaide ons nog uit. Ineens zag ik wat hier gebeurde. We verplaatsten ons van de ene plek naar de andere, om ons leven ook tijdelijk te verplaatsen van de ene naar de andere plek. Het voelde alsof we deze kinderen de rug toekeerden, ons eigen wijkje. Feitelijk verbraken we de verbinding.

Dit was in een tijd waarin we elders wilden wonen. Het liefst zelfvoorzienend. We hadden daarin grote ambities. Met de auto naar Olst, om mee te helpen aan de bouw van een earthship. Dromen over een plek waar de wereld al wél was zoals we hem die voorstelden.

We wilden het gezonder, groener, beter, anders. Er waren twee opties: ons terugtrekken in het kringetje waar iedereen er ook zo over denkt. Of: blijven en daar iets bijdragen. Ik heb gekozen voor dat laatste. Door mijn aandacht te richten op mijn eigen buurt, en met de gedachte in het achterhoofd: wees de verandering die je in de wereld wilt zien.

Lokaal Leven

Hoe lokaal leven bijdraagt aan ons milieu en de natuur, is misschien niet direct zichtbaar. Lokaal leven raakt aan alle leefgebieden: werk, sociale contacten, cultuur, eigen ontwikkeling, kopen van spullen. De opgeknipte delen van ons leven, komen weer met elkaar in verband. Wat we uit elkaar getrokken hebben, schuift weer in elkaar.

Bij een moestuin is dat zichtbaar: verbouwen en eten, simpel. Iedereen weet zo langzamerhand wel dat lokaal verbouwde prei een lagere CO2-uitstoot teweeg brengt dan sperziebonen uit Egypte. Op andere levensgebieden werkt dat ook zo. Lokaal leven versterkt de verbinding tussen mensen. Dat zal ertoe leiden dat je meer deelt, en dus minder koopt. Door lokaal te kijken krijg je oog voor de natuur in de directe omgeving. De omgeving gaat meedoen in ons leven. We ontdekken mogelijkheden die we eerst niet zagen. Misschien hoef je niet zo vaak meer in de auto, omdat wat je nodig hebt -op een andere manier- ook op loopafstand van je huis kan.

Creëren met wat voorhanden is

Lokaal leven is geen zwaktebod. In tegendeel: Het doet een beroep op al mijn talenten, alles wat ik als mens in huis heb. Misschien ook wel letterlijk. Doen met wat er is en toch je ambities waarmaken. Daarin stuit ik op grenzen. Al was het maar dat ik op de fiets nu eenmaal minder ver kom dan met de auto. Wat betreft de kinderen: die bleken uiteraard hier ook speelkameraadjes te vinden. Zo is het met andere zaken ook. De ontdekkingstocht heeft me schatten opgeleverd die ik mijn leven niet meer kwijt raak. De grootste schat bleek te liggen in het veld achter mijn huis (zie foto). Daarover vertel ik de volgende keer graag meer.

verandering