Een maand geleden zat mijn uitdaging om honderd dagen geen restafval te produceren erop. Van 9 februari tot 19 mei heb ik thuis 250 gram restafval overgehouden, voornamelijk bestaande uit kapotte panty’s, lege flessen lenzenvloeistof, inktloze pennen, fruitstickers en een poedersuikerverpakking. In mijn vorige blogs is te lezen hoe ik zo min mogelijk afval gemaakt heb. Tevreden met dit resultaat dacht ik fluitend door te kunnen gaan na deze honderd dagen. Misschien iets soepeler dan eerst en wel af en toe iets in verpakking kopen. Oeps, dat was een iets te optimistische gedagcte…

Nee, ik ben niet opeens weer een grootverbruiker van plastic, en mijn huisgenoot en ik zetten nog veel minder vaak dan een halfjaar geleden het vuilnis aan de straat, maar die 250 gram is na de honderddaagse snel een kilo geworden. Hoe houd je duurzame gewoontes vol na het einde van je uitdaging?

Ik heb heel wat challenges voorbij zien komen. Dertig dagen geen vlees, Plastic Free July, The Footprint Challenge, een maand zonder voedselverspilling en vele meer. Genoeg uitdagingen om nieuwe gewoontes aan te leren en motivatie te krijgen om je steentje bij te dragen aan een groenere wereld. Dat is ook waar de Voetspot om draait! Hartstikke goed allemaal, ik ga ze graag aan. Maar wat ik zelf gemerkt heb is dat het erg moeilijk kan zijn om na een bepaalde tijd je (nieuwe) gewoontes vast te houden.

Na de laatste afvalweegdag van de 100-100-100, de honderd dagen zonder restafval, besloot ik mezelf een bezoekje aan de supermarkt te gunnen zonder na te denken over verpakkingen. Dan ga ik vanaf volgende week weer plasticvrij leven. Een week later begon echter de drukte van het einde van het studiejaar. De hele dag in de bibliotheek zitten studeren werd voor mij het excuus om daarna snel even boodschappen te doen en te kopen waar ik zin in had, in plaats van drie natuurwinkels af te gaan voor verpakkingsvrije producten, alleen groente in te slaan op de marktdagen en zelf in de keuken sojamelk te maken en koekjes te bakken. Plastic kopen bespaart nu eenmaal een hoop tijd en moeite, en dat is behoorlijk verleidelijk in drukke tijden. Opeens snapte ik weer goed waarom we niet allemaal zo groen en duurzaam leven als we zouden willen: Milieubewust, dat is toch ook duur/moeilijk/beperkend/saai/vies/gek? Het is verbazingwekkend hoe snel ik weer in dit gedachtepatroon verviel, terwijl ik net honderd dagen had gehad waarin ik juist minder geld uitgaf, heerlijk at, nieuwe plekken in de stad ontdekte en ontzettend veel leerde over het zelf maken van verzorgingsproducten en schoonmaakmiddelen. Mijn tentamens zijn inmiddels voorbij en de zomervakantie is begonnen. Tijd voor verandering!

Elke uitdaging begint met motivatie. In mijn geval was dat het enthousiasme van een vriendin en een paar aangrijpende artikelen over de hoeveelheid plastic en afval in de wereld en de negatieve gevolgen daarvan voor het milieu. Deze week kwam ik weer een paar van zulke artikelen tegen op mijn Facebook-tijdlijn en heel snel was mijn motivatie weer terug. Maar om jezelf nou te blijven confronteren met verdrietige verhalen en schokkende beelden om je uitdaging maar vol te houden? Daar word je naar een tijdje gek van, lijkt me, en het verliest op den duur zijn effectiviteit. Daarom probeer ik nu vooral terug te denken aan de positieve momenten tijdens mijn honderd dagen zonder restafval. Een groene leefstijl is makkelijker vol te houden als je het omarmt, als je weet dat het je uiteindelijk méér voldoening geeft dan het misschien wel makkelijkere alternatief. Het is een lang proces, veel langer dan honderd dagen, maar als je af en toe terugblikt en ziet wat je hebt bereikt geeft dat vertrouwen om door te gaan. Afgelopen maanden heb ik veel geleerd en die kennis wil ik nu laten groeien en doorgeven. Ik wil opnieuw de uitdaging uitgaan om met zo min mogelijk restafval te leven. Beginnend met de kleine stapjes die ik ook andere mensen aanraad als ze geïnteresseerd zijn in duurzaamheid:

Zorgen dat ik altijd een paar voorwerpen in mijn tas heb; mijn bamboebestek, licht maar herbruikbaar, mijn keepcup en een waterfles, stoffen zakdoeken, een extra stoffen tas. Koken met anderen en laten zien (en proeven!) hoe lekker en makkelijk het is om te koken met verse producten in plaats van met pakjes en zakjes. Een keertje extra naar de markt om fruit en groente in te slaan.

Wie weet resulteert een paar weken afvalvrij wéér in een periode waarin de gemakzucht de overhand neemt, maar in ieder geval weet ik nu hoe ik weer terug kan krabbelen. Het heet niets voor niets een uitdaging. Het hoeft niet altijd makkelijk en leuk te zijn. Maar in mijn ervaring is dat het vaak wél. Dus ik ga door!

Jij ook? Hoe ga jij om als het duurzaam leven allemaal een beetje tegenzit? Heb je tips of heb je tips nodig? Laat het me weten!

 

 

Je kunt het nog zo mooi voor elkaar hebben, lokaal leven. Alles op fietsafstand. Doen met wat er is. Je weekendje weg doe je om de hoek, je tuinaanleg doe je met wat de volkstuinvereniging laat liggen, je contacten onderweg naar de winkel. Allemaal mooi, mooi. Maar dan blijkt dat je niet op een eiland leeft…

 

kamp

Scoutingkamp. In het lauwersmeergebied. En dochter wil graag dat ik haar  ophaal. Hoe ga ik dat doen? Bus of auto.

Bus valt snel af: de haltes in de buurt van Marnewaard zijn tijdelijk opgeheven, de weg wordt aangepakt. Ok. Met de auto. Maar welke auto. Ik deel met R. in het gebruik van zijn auto. Co-ouderschap over de auto, noemen we dat. Maar hij heeft hem nodig. Lenen van een ander…. dat kan. Maar als er schade is, wat dan?

 

autodelen, mee in de tijdgeest

Vorig jaar leende ik een auto via een autodeelsite. Vriendelijke autodeler, een auto die precies paste bij wat ik zocht: namelijk niet te netjes. Voor een verjaardagsfeest naar het Blotevoetenpad. De auto was van een gezin met kleine kinderen. Al voorgerotzooid, zeg maar. Precies goed. Trouwens nog best lastig wat ik moest invullen bij de evaluatie; hoe schoon is de auto? Beetje rommelig, en dat vond ik nou juist precies top. Daar zijn geen aankruisvakjes voor.

wat je ervoor over moet hebben

De administratieve rompslomp weerhoudt me. Het is nogal een gedoe. Internet op, optie aangeven, beschikbare auto’s bekijken en afwegen. Verzoek uitzetten, wachten of de eigenaar reageert. Bellen of appen: afspraak maken over ophalen sleutel. Internetbankieren: huur definitief maken en voorschot overmaken. Formulieren uitprinten!!! voor verzekering, verhuur. Na de rit: formulieren invullen, km-stand, tijd. Thuis: Internet op: aangeven wanneer je de auto terug hebt gebracht en de kilometers doorgeven. En dus de evaluatie invullen. En aangeven dat je het overige geld terug wilt hebben. In de gaten houden of dat ook gebeurt.

 

de praktijk

Maar goed… het is een sympahtiek initiatief, autodelen. Dus ik begin mijn zoektocht daar. De auto van vorige keer staat er weer op. Deze eigenaar probeer ik als eerste.

Krijg snel respons: even overleggen, bericht je zo terug.

Half uurtje later: sorry, kan niet.

Volgende auto: in mijn eigen wijk. vriendelijke man belt me op. Nee, net op die dag kan het niet. Wellicht een volgende keer.

Nog een auto, een vrouw, ongeveer 3 km afstand. Ze reageert snel. Een zakelijk berichtje via de autodeelsite: A. heeft uw verzoek afgewezen. Dat kan kennelijk ook nog,  … een afwijzing.

Een dagdeel lang in afwachting: gaat het lukken of niet. Dat is toch te veel voor zoiets simpels als vervoer regelen….

Dit werkt niet.

wie wordt hier beter van

Ik vraag me af wie hiermee werkelijk gediend is… We doen zelf de boeking, administratie, printwerk, planning en afstemming. En daarvoor betaal ik bovendien administratiekosten aan de organisatie!!! Terwijl wij als huurder en eigenaar hen het werk uit handen halen. Lokaal is de organisatie zeker niet. De helpdesk zit in Amsterdam, en de bedenkers en eigenaren misschien wel in Sillicon Valey. Dus dat geld verdwijnt deels naar een economie overzee. Kleine kans dat het in de buurt wordt uitgegeven.

Ook is blijft er altijd een onzeker factor: wat als de eigenaar nou op het laatste moment toch niet kan. En hoe goed is die auto eigenlijk onderhouden?

Hele ochtend opties uitzoeken, en nog geen auto.

 

old school autodelen

Dan bedenk ik: toch maar even informeren bij een verhuurbedrijf. De goedkoopste 19,- per dag. Hm… net zo duur als die deelauto. Veel minder rompslomp. Ik bel. Ja hoor, er is dinsdag een auto. Reserveren? Hoeft niet. -Ik doe het liever wel.- Binnen vijf minuten geregeld. De zekerheid dat er een auto staat, en dat de verhuurder er is om de sleutel te geven. En dat de auto in orde is.

Gerust ga ik het weekend in.

 

Op de verhuurdag fiets ik naar het industrieterrein waar het bedrijf staat. Een handtekening, zij printen, zij controleren, zij storten de borg terug. Ineens zie ik het: dit is ook autodelen. Hier staat altijd een auto klaar, onderhouden, afgetankt, APKgekeurd, alles. En je betaalt alleen als je hem nodig hebt. De andere tijd betaalt een ander, iemand die de auto dán nodig heeft. Het lijkt wel autodelen. Dit ís autodelen.

de luxe van een auto

Ik haal mijn dochter van het kamp. Het stortregent onderweg. Extra fijn om dan in een auto te zitten. Op het grote, bijna lege terrein zie ik haar helpen inladen bij de vrachtwagen van hun club. Ze herkent me pas als ik heel dichtbij ben, niet aan de auto natuurlijk, maar omdat ik achter het stuur naar haar zwaai. Slaapspullen achterin, kind voorin. Binnen een kwartier valt ze onderweg in slaap. Het is echt fijn om haar dit comfort te geven. Ook voor mij.

Kind thuis, spullen thuis. De auto hoeft pas morgen terug. Nu eerst de spullen opruimen, kinderen in bad, eten, drinken, pyjama aan.

De volgende dag breng ik de auto terug. Hoef niet af te stemmen of ze er zijn. Ze zijn er immers altijd tijdens openingstijden. Huur en benzine samen toch nog vier tientjes. Het is me het waard. Deze auto kost me morgen geen geld meer. En toch zal hij de volgende keer weer voor me klaar staan.

Ik ben eruit: als ik weer een auto nodig heb, meteen naar het autoverhuurbedrijf, onze lokale autodeler.

juni 2017

Aardbeien staan heel hoog in mijn lekkerste-fruit-top 10. En dan vooral aardbeien uit de moestuin. Daar kan gaan winkelaardbei tegenop.

Het beste recept vind ik een door de zon opgewarmde aardbei, direct van de plant in je mond. Heel lekker, gemakkelijk en snel klaar. En… geen voedselkilometers.

Voor een zomers aardbeienrecept gebruik je de bloemen van moerasspirea. Deze zijn eetbaar: heerlijk geurig en smaakvol. Let wel, moerasspirea bevat salycilzuur, net als aspirine. Gebruik het daarom niet in combinatie met bloedverdunners.

Aardbeien met bloemen

Ingredienten:
1 bakje vol aardbeien
1 sinaasappel
paar takjes bloemen van moerasspirea

Bereiding:

moerasspirea

Halveer de aardbeien en doe ze in een kom. Pers de sinaasappel uit en schenk het sap over de aardbeien.

Pluk de bloemen van de moerasspirea en strooi ze over de aardbeien. Meng ze door elkaar en laat een uurtje trekken buiten de koelkast.

Ter variatie kun je een paar stukjes meloen pureren met de staafmixer en door de aardbeien mengen

 

smalle weegbreezalf

Ik heb een trouwe vriend in de badkamer: een potje smalle weegbreezalf. Het is heerlijk zacht en goed voor je huid. Gebruik het bij droge huid, kleine wondjes, brandnetelprikken en insectenbeten.

Je kunt het gemakkelijk zelf maken. Ga op pad om jong en fris uitziende blaadjes van smalle weegbree te plukken. Zorg dat je bijenwas en een goede olie in huis hebt en je kunt aan de slag.

Recept voor smalle weegbreezalf

 

Benodigdheden:

flinke hand vol smalle weegbree blad
olijfolie / zonnebloemolie / jojobaolie
bijenwas
jampotje
steriele potjes, liefst van bruin glas
2 pannen

Was het smalle weegbreeblad, dep ze droog en laat ze even nadrogen.

Snijd ze in grove stukken en doe ze in een jampotje. Zorg dat het potje goed gevuld is. Overgiet de weegbree met de olie, draai het potje dicht en laat het drie tot zes weken op een zonnige plek in de vensterbank staan.

Eventueel kun je na drie weken het weegbreeblad er uit zeven en vervangen door nieuwe blaadjes. Je krijgt dan een sterkere zalf.

Zeef het weegbreeblad er uit, vang de olie op (maceraat heet het nu de olie doortrokken is met de oplosbare stoffen uit de plant).

Gebruik 100 ml olie op 10 gram bijenwas.

Laat de bijenwas au bain-marie smelten, voeg de weegbreeolie toe en verwarm tot het goed gemengd is.

Giet de nog vloeibare zalf in steriele potjes en draai ze dicht.

Ongeopend zijn de potjes een jaar houdbaar.

 

 

 

 

Ik moet nu wel met de billen bloot. Mijn ecologische voetafdruk is weer enorm veel groter geworden. Ja, ik zeg het maar eerlijk. Ik ben naar down-down-under geweest, oftewel: Nieuw Zeeland! Ik heb me wel voorgenomen om een blog te wijden over wat me op duurzaamheidsgebied is opgevallen in Nieuw Zeeland. En ik heb wel een paar leuke dingen ontdekt, die ik graag met jullie wil delen.

Bossen in plaats van schapen

Ook in Nieuw Zeeland wil men ‘terug naar de natuur’. Iedereen weet wel dat er in Nieuw Zeeland meer schapen zijn dan mensen (22 tegen 1 zelfs). Van een vriendin van ons, die tevens docent is aan de universiteit van Palmerston North hoorden we echter dat Nieuw Zeelandse overheid voornemens is om het aantal schapen te halveren. Hun mest zorgt voor verontreiniging van de rivieren! De overheid stelt nu subsidies ter beschikking om boeren aan te moedigen bossen te planten waar eerst schapen liepen.

Windmolens en zonnepanelen

We zijn op zo’n landschap geweest, waar een boer een bos heeft aangeplant. Een boer met 600 ha land, heeft zijn bedrijf omgebouwd voor toeristen. Een paar slaapvertrekken en een gezamenlijk vertrek met keuken, wat vroeger een deel van de boerderij was. Men kan er uren  wandelen op zijn “sound”, een landtong. En boskippen zien. Die heten Kea’s, zeg maar de kiwi van overdag (de nationale dier is de Kiwi, een nachtdier, heet een vogel maar kan niet vliegen.)

Windmolenadviezen
Deze zelfde boer heeft zonnepanelen op de berg staan (zie foto), om zijn internet van stroom te voorzien. Daarnaast had hij een windmolen laten bouwen, die echter door de te vaak te harde wind door te hoge snelheid is “opgeblazen”. Op dit moment heb ik contact met hem, om de nieuwste windturbines aan hem te tonen. Kleine molens die tegen alle windsterktes kunnen, vergelijkbaar met de molens op het plaatje hiernaast. Dat zou voor hem de oplossing zijn! Voor mensen die ver van de bewoonde wereld wonen, zijn dit de beste oplossingen, tenzij je een waterval in de buurt hebt. En die heb je op Nieuw Zeeland heb je die heel veel. Want waterkracht centrale zijn aan de orde van de dag. De meeste stroom wordt dus al opgewekt door waterkracht.

 Geen gemanipuleerd voedsel
Nieuw Zeelanders hechten er erg aan, dat hun voedsel niet genetisch gemanipuleerd is. Je ziet daarom weinig geïmporteerde voedingsmiddelen uit Amerika, waarop die garantie niet kan worden gegeven, en relatief veel uit Nederland en de rest van Europa. Zelfs stroopwafels troffen we aan. Of zou dat met onze emigratiegeschiedenis te maken hebben?

Voetafdrukcompensatiegedrag
We hebben enorm veel gewandeld in die maand (390 km) in de tijd dat we daar waren. Wat vind jij, heb ik door tijdens mijn trip zoveel kilometer te voet af te leggen en door mijn windmolenadviezen aan de boer mijn voetafdruk weer wat naar beneden gebracht? Of telt dat niet? En doe jij, als je je schuldig voelt, ook wel eens aan ‘voetafdrukcompenserend gedrag’?

Een maand geleden was ik in Sillerslev, Denemarken. Sillerslev ligt op het eiland Mors in het Limfjorden. Dit waterrijke gebied, met daarachter het eerste natuurpark van Denemarken (Thy), ligt best noordelijk in Denemarken. Rust en ruimte te over; op sommige dagen zagen we alleen herten, hazen, fazanten en andere vogels als levende wezens. Vakantie vieren op deze rustige plek deed ons goed. Het bood tegelijk ook gelegenheid de duurzame keuzes van ons leven met afstand en andere ogen te bekijken.

Groene belofte

De heuvels lagen er vers geploegd bij. Alles klaar voor een nieuw groei-seizoen! De belofte van groene velden en nieuwe oogst voelde je als het ware in de lucht zweven. Ik keek met bewondering naar de precieze arbeid en voorbereiding van de boeren. Mijn eigen deel van onze buurtmoestuin had ik weliswaar klaargestoomd voor de lente, ontdaan van alle onkruid en omgewerkt, maar door de kou en het slechte weer had ik het inzaaien steeds uitgesteld. Ik nam me voor onmiddellijk te beginnen bij thuiskomst!

Energie

Energie leek er per definitie groen. In Denemarken is windenergie onderdeel van het landschap. Overal. Door het hele land zie je veel windmolens. Hoe het precies zit met eigendom en opbrengst weet ik niet, maar het feit dat windmolens zo wijd verspreid zijn, deed me goed. Het voelde ok, ik vond het niet storend in het beeld.

Thuis hebben we zonnepanelen, dat is anders natuurlijk. We weten ongeveer wat we verbruiken en opwekken per week of per maand. In dit vakantiehuis was echter alles op elektrisch: koken, verwarming (die hadden we nog nodig eind april!), licht, boiler, sauna. Al met al schrokken we best van de 139 kW die we in die week verbruikten! Bijna 3x zoveel dan ‘normaal’ thuis! We moesten dit verbruik ter plekke contant betalen, bovenop de huur. Goed om je te realiseren dat -als je ook kookt en je huis en water verwarmt met elektriciteit- je dan ook meer moet opwekken, als je van het gas af wilt! Eyeopener!

Afval – sorter korrekt

Als je wel eens in een vakantiehuisje bent, weet je hoe lastig het soms is: afval scheiden! Thuis lukt het ons prima: glas, papier, plastic apart, groen en grijs goed scheiden. Op vakantieparken voel ik me structureel schuldig. Ik wil wel, maar ik kan de stromen niet apart aanbieden. Meestal lukt papier en glas nog wel, maar de rest gaat op een grote hoop. Zo niet in Denemarken.

In ons huis troffen we een heel duidelijke folder aan, met iconen en plaatjes, wat in welke bak zou moeten. Een draadmand met papieren zakken voor groenafval. Daarnaast, op de koelkast, wat wanneer opgehaald zou worden. En nu komt het: het wordt het jaar door gewoon opgehaald! We zaten, zoals gezegd , nogal afgelegen. Het park kende zeer verspreide huisjes, maar ze waren buiten de weekenden om, zo goed als onbewoond. Toch, van april tot oktober kwam tweewekelijks de vuilniswagen. In de winter kon je de bakken aan het begin van de weg deponeren.  Dus we konden goed sorteren. In de vuilnisbakken aparte vakken voor groen en grijs, en dan voor papier. Glas en plastic en blik bij elkaar in, maar wel apart. En alles werd meegenomen. Hier kan Nederland echt nog veel van leren!

Hygge

Denemarken vind ik een fijn land. Een rustig en schoon land. Aangenaam qua sfeer en gezelligheid. Aardige mensen. Wonderlijk genoeg kreeg ik onlangs het prachtige boek Hygge, de Deense Kunst van het Leven van Meik Wiking. Daarin gaat het over de Deense mentaliteit (Denemarken is het gelukkigste land ter wereld), over cocoonen 2.0. Denen focussen op de dingen die er echt toe doen, zoals qualitytime met vrienden en familie, samen genieten van de goede dingen van het leven, zowel buitenshuis als thuis. Het boek geeft veel sfeervolle warme foto’s en veel praktische tips over hoe je dat kunt bereiken.

Voor mij werd helder dat we als gezin goede duurzame stappen zetten, dat het altijd beter kan, maar dat het ook goed is met elkaar te genieten van een puzzel of een spelletje, bij het vuurtje of een kaars, in je huis.

 

Een paar weken geleden ging het dak eraf. Letterlijk. Geen spant, geen plaat, geen pan zat er meer op. De schoorsteen werd ontmanteld, evenals de dakgoten. Het was een vreemd gezicht: een huis zonder dak.

We zijn een paar weken verder. Het dak zat er al snel weer op, met pannen en al. Maar toen kwam een klein probleempje: we hadden niet genoeg dakpannen. Koop je toch nieuwe, zou je denken.

50 soorten Friese golfjes

Maar in de wereld van tweedehands dakpannen is het niet zo makkelijk om exact dezelfde pannen op de kop te tikken. Friese golfjes, geglazuurd. Die zochten we. Maar daar bestaan wel 50 verschillende soorten van. De een wat breder, de ander wat langer, enz. Het werd het begin van een zoektocht langs tweedehands dakpanboeren in Noord Nederland.
Exact dezelfde vonden we niet. Dus ligt er nu voor op het huis een iets ander soort. Nou ja, niemand die het ziet. Alleen de werklui hoor ik vloeken zo nu en dan. Want geen enkele pan blijkt helemaal recht. Het is niet zomaar een standaard dakpanlegklusje.

2e hands schoorsteentje

Ooit verbouwden we ons vorige (redelijk nieuwbouw) huis. De meeste tijd van de verbouwing slokte het toilet op. Dat zo’n kleine ruimte zoveel tijd kan kosten. Hetzelfde is nu het geval: de schoorsteen. Een paar stenen op elkaar, zou je zeggen. Maar het komt redelijk secuur. Een schoorsteen moet goed geïsoleerd zijn, niet lek en moet uiteraard recht staan. En ja, ook hier gebruiken we tweedehands stenen. Na een kleine week pronkte dan eindelijk de schoorsteen op het dak.

We zijn een paar weken verder. Het dak heeft ondertussen ook een dakraampje, maar klaar is het nog steeds niet. Ook het aanleggen van een dakgoot gaat niet vanzelf aan een huis dat geen muur recht heeft staan. Soms vragen we onszelf af: was een nieuw huis bouwen niet veel makkelijker geweest? Vast en zeker. Maar ik hoef alleen maar naar ons huis nu te kijken om te beseffen dat we dan nooit zo’n bijzonder optrekje zouden hebben gehad.

 

Twee vrije dagen staren ons aan en het is mooi weer. Mijn dochter en ik kijken elkaar aan: zullen we even weg? Ja. Maar waar naar toe? De uitkomst is kamperen in mijn eigen stad. Waarom? Dat antwoord wist ik pas achteraf.

We wonen mooi. Maar onze tuin is te klein om een tent op te zetten. Het veld om ons huis is wel weer groot genoeg. Maar het afwijkende van deze actie houdt ons tegen. Misschien springt er een loslopende hond tegen de tent, of piest een kat tegen het doek. Misschien zegt een buurtgenoot: ‘wat doen jullie hier, daar is dit veld niet voor’.

wat hebben we niet

Geen tijd. We kunnen pas na 5 uur vertrekken. En willen toch rond 8 uur aankomen.

Geen auto. Hoe ver kunnen we komen zonder auto. We hebben keuze uit openbaar vervoer of fiets.

Geen ervaring. We denken aan kamperen en we denken aan bossen. In Groningen denk je dan toch al gauw aan Drenthe. Maar: die spullen. Dat zie ik ons niet doen in de bus. En met de fiets, dat hebben we nog nooit gedaan, zover.

Geen kamer. Omdat kamperen één stap te ver lijkt, zoek ik een alternatief: logeren in het Natuurvriendenhuis in Noordlaren. In de bossen, een uur reizen met de bus en geen gezeul met spullen. Ik bel: ze zijn volgeboekt.

wat hebben we wel

Noordlaren heeft ook een camping. Maar die spullen…

Laten we eens kijken naar wat we wél hebben: Een fietskar, E. heeft een goede fiets, net vandaag gekregen. Jarenlange ervaring met vervoer van kinderen en boodschappen in de fietskar. En we hebben een sterke motivatie: kamperen lijkt ons nog steeds de leukste optie. We hebben reistijd: ongeveer een uur op de fiets. 10 kilometer moet prima lukken. Ineens zie ik het voor me: de Stadscamping. Ligt in het stadspark, prachtig tussen de bomen. De beslissing is snel gemaakt. Ik bel: reserveren hoeft niet. Kom gewoon. Ok, dat doen we.

heen

We pakken de spullen in. Het fietskarretje moet het doen. Het lukt makkelijk, zelfs zonder proppen. Als alles klaar is, stappen we op de fiets. Net alsof we de stad ingaan. Dat doen feitelijk ook. We zijn vrij van bustijden, overstappen, zeulen met spullen. Alles is in eigen hand, en door ons tweeën goed te doen.

17:00 vertrek

20:00 tent staat, matje ligt.

Dat is 3 uren, inclusief het wegbrengen van mijn andere dochter naar haar vriendin voor een logeerweekend. En in alle rust, als een fietstochtje dat we wel vaker doen.

hallo stadsgenoot

Het lijkt een gewoon kampeeruitje. De eerste nacht slaap ik slecht: iets te koud, wennen aan geluiden. Mijn dochter slaapt goed, dat heb ik de hele nacht kunnen zien. Gewoon kamperen, dus. Maar dan begint het: de eerste ochtend drinken we koffie bij vriend S. Hij woont in de buurt. 10 minuten fietsen. Hij hoort ons aan en geeft zijn donzen slaapzak mee. En leeslampjes. En leesvoer voor dochterlief. Die avond lezen we veel en slapen we goed.

De volgende ochtend ontmoeten we onze kampeerburen: ook een moeder en dochter. Ze heeft dezelfde ontdekking gedaan: kamperen in eigen stad. Ze denkt eraan om deze zomer een aantal weken op de camping te staan. Haar dochter zou zelfs vanaf hier naar school kunnen. Terwijl ik naar haar luister zie ik de wereld twee keer zo groot worden. Dat is toch ook de bedoeling van vakantie: dat je wereld wat groter wordt. In gedachten verplaats ik de camping naar een plek op een dagreis afstand. En ik denk: dit is vakantie, hier werkt het ook al.

en terug

We gaan weer. Eerst de geleende spullen terugbrengen. De dochter van S. is thuis. Ze ruimt haar spullen op en legt een stapel boeken voor ons neer. Of er iets voor ons bij zit. Een paar tienerboeken vis ik eruit voor mijn dochters. De andere boeken kunnen mee naar Beijum, in een van de straatbiebjes daar. Nog even een ijsje eten bij de Italiaan aan het meer. Het weer doet precies wat je verwacht bij de combinatie Italiaan – ijs – meer: stralende zon. Meer vakantie dan dit wordt het niet.

Zelfs pech onderweg is anders: op een nauw plekje waar ik uitwijk om ruimte te geven aan een andere fietser, raakt een wiel de stoeprand. De kar kiept om. Een achteropkomende fietser stopt en trekt met één hand de kar weer overeind. We kunnen weer verder. Ik herinner me andere keren: langs de snelweg wachten op de wegenwacht. Reparatie in een lokale garage, misschien zelfs overnachten voor je verder kunt….

thuis

Ik rijd de Korrewegbrug over. Vanaf daar ben ik in mijn stee en kan ik bekenden verwachten. Dat gebeurt meteen: M. fietst me achterop. Zij heeft ook zo’n straatbiebje bij haar stoep gemaakt, mussenbieb noemt ze het. Ik vertel haar van de boeken in mijn fietstas en dat die vanaf nu rouleren in Beijum. Even verderop zet ik de boeken in het geef/neemkastje. Er staat een doosje met fietsroutes in Drenthe. Die neem ik mee.

Vreemde gewaarwording als ik de fiets met kar mijn tuin in schuif. Het verschilt in bijna niets met thuiskomen na het boodschappen boodschappen doen. Het uitladen van de spullen en op zijn plek zetten, geen verschil. Ik kijk nog eens goed: ja, matjes en een tent, in plaats van brood en melk. Maar verder… Geen extra gedoe. En dat is toch ook een beetje de bedoeling van vakantie. In de speeltuin roepen kinderen ons al: mogen we op de trampoline? Ja. We zijn er weer.

in eigen stad op vakantie, want…

– We doen het met wat er al is. En zelfs als we iets missen, blijkt het niet ver te zijn. Een vriend in de buurt, of even terug fietsen naar huis.

– De mensen die ik heb ontmoet, zijn begaan met mijn stad. We versterken elkaars leven! Onze stad wordt er beter van. Mijn leven wordt er rijker van. En je hebt best kans dat je elkaar nog eens tegenkomt.

– Alles is goed te doen. Ook het reizen is relaxed. Mijn dochter heeft een succeservaring. Ik ben uitgerust. Wij kunnen dit. Of zoals mijn yoga-instructeur laatst zei: aan de goede kant van de grens blijven.

– De stadscamping is ‘het veld achter mijn huis’ waar je wél kunt kamperen.

 

en verder

Nu dit kan, is de volgende stap: een cirkel met een straal van 20 kilometer rondom mijn huis. Daarbinnen Kampeerplekken zoeken, en gaan! Ik maak het doosje uit de minibieb open. Er zit een kaartje bij van een fietsroute vanaf het Paterswoldse meer. Mooi begin voor de volgende keer.

hemelvaart 2017

is er ook een minibieb in jou buurt?

stadscamping

Soms is het lastig om inspiratie te vinden voor een blog. Of zelfs voor een recept.

Sinds jaar en dag trek ik graag de natuur in. Met enige regelmaat op Schiermonnikoog.

Vanaf dat ik 9 jaar was, werd ik vergezeld door mijn camera. Een tweedehandsje dat mij veel plezier bezorgde tijdens de fietstochten. Natuur en fotografie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden voor mij.

Planten plukken

In mijn jeugd mocht je nog wel bloemen plukken, zodat je ze kon drogen om een herbarium aan te leggen. Een hobby die mijn tante in haar jeugd had.

Dat veranderde in 1989 toen Schiermonnikoog Nationaal Park werd. Het plukken van bloemen en planten kan nu een boete opleveren.

Ik pluk nog steeds graag bloemen en planten die ik tegenkom tijdens mijn fiets- en wandeltochten. Echter met mijn camera.

Lamsoor

Lamsoor is voor mij een heel bekende plant. Ze behoort tot de strandkruidfamilie en staat in grote getale aan de waddenzee-zijde van Schiermonnikoog. Vanaf de Bank van Banck heb je er een schitterend uitzicht. Zowel over het wad als op een groot veld met lamsoor.

Jaren geleden vond ik zelfs een eenzame lamsoor op het Noordzeestrand. Een geweldig leuke ontdekking. Mooi in bloei heb ik haar vastgelegd.

In de keuken

Koken met lamsoor is iets dat ik niet ken. Juist omdat ik weet dat ik ze, daar waar ik ze tegenkom, niet mag plukken. Laat staan oogsten om er iets mee te bereiden.

Vandaar de titel van dit blog: Mosterd na de maaltijd?

Na het thema krijg ik de inspiratie voor dit blog, maar kookinspiratie moet ik u schuldig blijven.

Wat voor uw kookinspiratie van belang is om te weten, als u lamsoor wilt verwerken in een gerecht:

Extra weetje

De bladeren van de échte lamsoor zijn niet eetbaar, die van de zeeaster zijn wel eetbaar en worden met dat doel verkocht en gegeten onder de naam ‘Lamsoren’. U kunt ze onder andere vinden in supermarkten.

Ik hoop dat u net zo kunt genieten van de foto van een groot veld lamsoor als ik dat tijdens het fotograferen heb gedaan.

De zilte lucht mag u er zelf bij denken om de ervaring compleet te maken.

Brandnetel

Brandnetel groeit nu volop en is inmiddels (weer) een bekende voorjaarsgroente. We kennen het als brandnetelthee of brandnetelsoep en maken er zelfs pesto van. Maar brandnetels voor je haar? Dat is minder bekend. Toch is het de moeite waard om het uit te proberen. Brandnetels doen je haar glanzen, zijn goed tegen haaruitval en verminderen roos. Er wordt zelfs gezegd dat je haar er sneller van gaat groeien als je je haar regelmatig spoelt met brandnetelhaarwater.

Ik gebruik vaak brandnetelazijn voor na het wassen van mijn haar. Het bevalt erg goed. Geen synthetische stoffen, minder belastend voor het milieu en een stuk goedkoper dan de conditioners uit de drogist.

Het is gemakkelijk te maken, je kunt dit op twee manieren doen.

Manier 1:

Pluk een glazen pot vol brandneteltopjes, vul het voor 2/3 met azijn en 1/3 met water. Laat 3 dagen staan in de vensterbank. Zeef daarna de brandnetels er uit en klaar is je brandnetel haarwater. Wrijf het in na het wassen van je haar, masseer in en spoel het goed uit.

Brandnetelazijn

Manier 2:

Pluk een pannetje vol brandneteltopjes. Overgiet ze met 2/3 deel azijn en 1/3 deel water. Breng aan de kook en laat 5 minuten zachtjes pruttelen. Laat het afkoelen en zeef de brandnetel er uit.

Brandnetelthee voor je haar

Wil je nog sneller klaar zijn? Zet dan sterke brandnetelthee (versgeplukte topjes of van een zakje), laat het afkoelen en spoel hier je haar mee na het wassen. Wel naspoelen met water.