Knolselderij. Een bruine knol met een rafelige buitenkant. Rare kronkels zitten er zelfs aan. Ik bedoel maar: het is niet zo dat je oog automatisch trekt naar deze groente in de schappen. Geen kleur of franje. Het is gewoon een onooglijk ding. Toch is het een echte smaakmaker.

Dat ie smaak geeft merkte in deze winter. Bij het bereiden van de erwtensoep voeg ik altijd een stuk toe, gesneden in kleine blokjes. Het geeft de soep echt veel meer pit, naast de kruiden en pepers die ik daar bij doe. Ik vroeg me af wat ik er nog meer mee zou kunnen.

Selleriesalade

Vroeger vond ik selleriesalade uit de winkel heerlijk. De frisse smaak, de sliertjes, als kind vond ik dat lekker op een toastje of op brood. Het was echt een verwennerij in het weekend bij ons thuis. De laatste jaren kocht ik het nauwelijks. Was mijn smaak veranderd? Ik vond hem te zoet, saai ook. Als ik de verpakkingen in de winkel bekeek van welk merk dan ook, werd ik niet  blij van alle toevoegingen en suikers (ik probeer zo puur mogelijk te eten met mijn gezin.). Dus zelf aan de slag!

Het is inderdaad meer werk, maar de smaak maakt dat meer dan goed. Ik vond een recept van Rineke Dijkenga.

Wat heb je nodig?

  • 500 gram selderijknol
  • 150-175 gram eigengemaakte rauw melkse hangop/yoghurt of kefir, anders Demeter, Pure Graze of Rauw Power zure zuivel.
  • 2 flinke theelepels (honing) mosterd
  • 2 eetlepels witte balsamico azijn
  • 1 a 2 eetlepels citroensap of appelazijn
  • 5 a 6 draaien peper uit de molen
  • 4 gram Keltisch zeezout
  • 2 eetlepels walnootolie
  • 1 eetlepel vloeibare biologische honing of een flinke koffielepel kokosbloesemsuiker.
  • Eventueel iets van de volgende ingrediënten: fijngesneden peterselie, een paar walnoten, 1 zeer fijn gesneden Elstar appel, 1 zeer fijn geraspte wortel of wat biologische citroenrasp

Ik raspte de knol en wat wortel met de keukenmachine en maakte de dressing met honing. Het resultaat was verrassend goed! Zo lekker fris, beetje zoet, maar dan natuurlijk en in mooi evenwicht door de citroen, yoghurt en peper. Tip: je kunt de knoldraden even kort koken. Je kunt ze ook invriezen; dan heb je een volgende keer minder werk.

Pompoensoep

Mijn laatste pompoentje van de moestuin maakte ik ook anders dan anders met de knolselderij erbij. Nu vond mijn man hem wel lekker! Hij houdt van pittiger eten en vindt normaalgesproken de pompoen weinig verheffend. Naast de kolselderij deed ik er ook kurkuma en wat cayennepeper bij, en een paar teentjes knoflook. Een pittig en verwarmend soepje. Zo hadden we door die lelijke knol een paar leuke wintergerechten erbij. Maar laat het voorjaar nu maar komen!

 

 

Waarom mensen in India zo’n kleine voetafdruk hebben.

O,o wat hebben we ons vermaakt in India. Ik was daar om blinden te begeleiden. Nu begrijp ik, dat veel lezers vraagtekens zetten. Blinden kunnen toch niets zien? Dan is mijn opmerking direct: “Welke handicap je ook hebt, reizen kan iedereen, op eigen niveau”. Als je een zintuig mist, betekent dat niet dat je als een kluizenaar binnen moet blijven. NEE. Blinden zien meer dan ik als ziende, EN onthouden VEEL beter wat ik hun overdag heb verteld. Mijn dagboek maakte ik meestal s’avonds door de blinde te vragen wat we die dag allemaal hadden meegemaakt. Hij/zij vertelde dan alles, en ik schreef op.

Zomaar het hotel uitlopen en wandelen in New Delhi, gaat eigenlijk niet. Je hebt een deel van de straat waar mensen met auto’s rijden, met brommers, riksjas en fietsen met karren, etc. Lekker kriskras door elkaar. Het deel van de straat waar dat niet gebeurd, is bezaait met groentekarren, stilstaande auto’s, en brommers. Het deel naast de huizen bestaat uit hoge stoepen, of open riolen. Dus echt leuk wandelen, vergeet het maar!

In bijvoorbeeld steden in Thailand, zou je hetzelfde kunnen zien, echter één ding valt heel erg op:  er ligt nergens (bijna nergens) vlees op de karren. Alleen groentes, waar aardappelen ook bij horen, fruit en kruiden, heel veel kruiden. Vlees eten Indiërs niet. Althans de Indiërs die niet door het westen zijn beïnvloed. Ook in de restaurants zien we menukaarten, die voor 80% uit vegetarische menu’s bestaan. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren. Dit is volgens mij de eerste reden waarom Indiërs de kleinste voetafdruk van alle volken op aarde hebben. De koe is heilig voor de hindoes.

De tweede reden is, dat er heel veel Indiërs zijn, die hun eigen producten verbouwen. Dus geen enkel extra vervoer nodig hebben, om aan eten te komen. Hun peulvruchten, graan, groenten en aardappelen groeien het hele jaar door op hun eigen stukje land. De kippen leggen de eieren en eten naast de varkens alles op. Soms loopt er één koe rond, voor de melk, maar de heilige koeien lopen overal, zelfs midden op de snelweg. De koeien blijken zo slim, dat ze ’s avonds gewoon terug komen bij de rechtmatige eigenaar, zonder dat de boer er iets voor hoeft te doen. Al wandelend kwamen we eens bij zo’n boer terecht. We werden direct uitgenodigd, kregen wortels aangeboden en op hun binnenplaats kregen we thee. De volgend morgen waren er onder onze groep wel mensen die last hadden van buikloop. De wortels waren gewassen, met water waar wij Nederlanders dus niet tegen kunnen.

Daarnaast zijn de Indiërs wel bezig met de ‘pollution’, de luchtvervuiling. Hoewel New Delhi één van de meest vervuilende stad is, met veel smog vorming, zie je toch vaak wel dit soort borden hangen, die de aandacht trekken. Als er langs de weg plastic o.i.d. blijft liggen wordt dat ’s avonds bij elkaar geharkt en verbrand. Kortom, India heeft een kleine voetafdruk, maar die wordt eigenlijk alleen bepaald door de eetgewoontes en de hergebruik van vervoersmiddelen en elektronica en niet door verkeer vervoer zelf en omgaan met  (plastic) afval.

De Keuringsdienst van Waarde wijdde er dit jaar een aflevering aan, het hipster voedsel van dit moment: pulled pork. “Uit elkaar getrokken varkensvlees”, of zoals Teun van de Keuken opperde: ouderwets draadjesvlees. Echt draadjesvlees wordt gemaakt van rundvlees dat uren heeft gesudderd op het vuur. Maar daar hebben we tegenwoordig de tijd niet meer voor, dus bestellen we buitenshuis broodjes pulled pork. Maar dit heeft, als we de Keuringsdienst van Waarde moeten geloven, weinig meer te doen met het langzaam garen van vlees. Gekookt varkensvlees, nog even verwarmd op een barbecue, dat is wat je veelal krijgt. Maar wat heeft ‘pulled pork’ met een varkenshoofd te doen? Alles!

In 2014 zat ik in de organisatie van het Damn Food Waste evenement in het Noorderplantsoen in Groningen. Hier kookten wij een gratis lunch van groentes die anders weggegooid waren door de boeren, supermarkten en groothandels. Damn Food Waste was een evenement om voedselverspilling aan het licht te brengen, in al zijn facetten. Dus ook de verspilling van goed vlees, dat of geëxporteerd, of in diervoeder eindigt of vernietigd wordt. Zo kregen wij vijf varkenshoofden van de slager, voor niks. Veel van het hoofd ging normaal gesproken in diervoeding, denk aan de gedroogde varkensoren als kauwspeeltje voor honden. Enkele consumenten kenden de delicatesse die varkenswangetjes heette, heerlijk stoofvlees. Maar de rest van dat hoofd, wat doe je daar mee? Nou, daar kan je dus pulled pork van maken!

Het was best wel confronterend, die varkenshoofden die mij aanstaarden. Ik ging samen met mijn stiefvader die chef-kok was, en een andere chef aan de slag om dit vlees te bereiden voor het festival. Het was toch wel even slikken, je kon er nu echt niet meer omheen dat je een dood dier ging eten. We schroeiden de haren eraf, maakten een heerlijke marinade waar we de hoofden mee inwreven en zetten ze de hele nacht in de oven om te garen. De volgende dag plukte je het vlees zo van het bot, en het was héérlijk! Mensen keken wel verschrikt op toen ze zagen dat we een varkenshoofd aan het plukken waren en niet iedereen wilde proeven. Maar degene die het wel aandurfden zeiden dat ze nog nooit zoiets heerlijk gegeten hadden.

Het heeft nogal wat voeten in de aarde om zelf thuis een varkenshoofd te bereiden. Ten eerste moet je oven groot genoeg zijn, verkijk je niet op de grootte van zo’n varkenshoofd. Mocht je oven groot genoeg blijken, dan is het de uitdaging om aan het hoofd te komen. Hiervoor zou je echt naar kleine slagers moeten en vragen of ze dit voor je kunnen achterhouden. Als deze twee dingen gelukt zijn dan rest je nog maar één ding: geduld, veel geduld. De hoofden moeten langzaam gegaard worden, op een lage temperatuur, uren in de oven. Tot je het vlees zo van het bot kan plukken. Ik kan je nu al beloven, het is het wachten waard.

Zo, de kop is eraf van het van kop-tot-staart eten, letterlijk.


Een duurzaam huis begint met goede isolatie. Want je moet ervoor zorgen dat je de warmte die je met zoveel moeite in je huis pompt, niet direct weer verliest via dak, muren of de vloer. In ons nieuwe huis willen we het liefst isoleren met duurzame materialen. Om te weten of dat haalbaar is, ging ik op onderzoek uit.

Isolatiewaardes

Zoekend naar isolatiematerialen wordt je al snel overrompeld door allerlei isolatiewaardes: De L-, U- R- en K-waarde brachten me even uit mijn evenwicht. Maar gelukkig is het minder ingewikkeld dan het lijkt. Voor de duidelijkheid hier op een rijtje:

  • K-waarde: de globale isolatiewaarde van een huis wordt uitgedrukt in de K-waarde. Je krijgt zo een indruk van het warmteverlies van je huis, door het dak, de vloer, de ramen en de buitenmuren. Hoe lager de K-waarde, hoe minder warmte het huis verliest. Huizen met een zeer lage energievraag, de zogenaamde passiefhuizen, hebben een K-waarde tussen de 10 en 20. Een nieuwbouwwoning heeft een K-waarde van 45.
  • De L-waarde: De L staat voor de isolatiewaarde van het isolatiemateriaal. Hoe goed kan het materiaal, bijvoorbeeld vlas of hennep, isoleren? Een lage L-waarde staat voor een hoge isolatiewaarde. Heeft je materiaal een hoge L-waarde? Dan kan je dat compenseren door bijvoorbeeld de dikte aan te passen.
  • U-waarde: De U staat ook voor isolatiewaarde van een constructiedeel van een huis, zoals ramen. Het vertelt de hoeveelheid warmte die doorgelaten wordt. Hoe lager de waarde, hoe beter geïsoleerd. Zo heeft enkel glas een U waarde van 5.7 en HR glas van 1.1.
  • R-waarde: is de warmteweerstand. De R-waarde wordt bepaald door de dikte en het soort isolatiemateriaal. Je kunt isolatiemateriaal goed vergelijken op R-waarde. Hier geldt: hoe hoger het getal, hoe beter het isoleert. De R-waarde wordt gebruikt als maatstaf voor premies en subsidies.

Waar moet je op letten als je isolatiemateriaal kiest?

  1. Wat is de isolatiewaarde (L-waarde)?
  2. Hoeveel heb je nodig om goed te isoleren?
  3. Wat is de milieubelasting van het isolatiemateriaal? Moesten er bomen voor gekapt worden, grondstoffen uit de grond worden gehaald, enz.?
  4. Kan je het gebruiken voor dat wat je wilt isoleren?
  5. Wat is de prijs?

Op de site van Houhetwarm.nl staan handige schema’s over isolatiewaarden en milieubelasting.

Het dak van ons huis heeft momenteel geen isolatie.

Natuurlijke materialen

Nu ik de isolatiewaarden onder de knie heb, is de volgende stap het ontdekken van soorten isolatiematerialen. De keuze is groot. Ik heb hier negen op een rijtje gezet. Op één na zijn dat duurzame materialen: vlas, gerecycled katoen, hennep, houtvezel, schapenwol, papiervlokken, kurk, leem en stro. Ik eindig met de chemische variant: Pur. Want dit spul is de beste in isolatie. Een duikje in de kenmerken:

Vlas
Vlas wordt gemaakt van het restmateriaal dat ontstaat bij de productie van linnen. Vlasvezels hebben een natuurlijk vochtregulerend vermogen. Het ademt, waardoor schimmels en vochtplekken geen kans krijgen. Vlas is milieuvriendelijk materiaal. Om linnen te laten groeien wordt amper bestrijdingsmiddelen gebruikt. Daarnaast is vlas eenvoudig te recyclen.
Isolatiewaarde (L): 0.041

Gerecycled katoen
Het gerecycled katoen dat wordt gebruikt voor isolatie, is het restafval van tweedehands kleding. De helft van alle ingezamelde kleding wordt als kleding hergebruikt. De rest is vaak onbruikbaar en verdwijnt op de afvalberg. Inmiddels wordt een deel hiervan gebruikt voor de productie van isolatiemateriaal. Katoen heeft een sterk vochtregulerende werking en is daardoor minder geschikt voor vochtige locaties
Isolatiewaarde (L): 0.038

Houtvezel
Houtvezelisolatie wordt vooral gebruik bij daken en muren. De vezels zijn van naaldhout, afkomstig van het dunnen van bossen en onbehandelde stamresten van zagerijen. Het wordt gebonden met het hars dat in het hout zelf zit. Houtvezel heeft niet alleen een goede warmte isolatie, maar houdt ook geluid tegen. Daarnaast reguleert het de vochtigheidsbalans in het huis.
Isolatiewaarde (L): 0.040

Hennep
Omdat hennep van nature resistent is tegen insecten en schimmels, worden er bij de productie geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. Hennep is geschikt voor het isoleren van daken, muren en vloeren en zorgt voor een aangenaam en gezond binnen- en buitenklimaat. Hennepvezel neemt goed vocht op en zorgt voor vochtregulering.
Isolatiewaarde (L): 0.040

Schapenwol
Schapenwol is een vernieuwbare, bio-ecologische en secundaire grondstof.  Het is zeer goed bestand tegen schimmels en water en heeft een goede brandwerende functie. Schapenwol kan goed tegen vocht. Het kan tot 30% van zijn eigen gewicht aan water absorberen. Nadeel van schapenwol isolatie is de prijs. Een wollen spouwmuur is al gauw drie keer zo duur als een muur gevuld met glas- of steenwol.
Isolatiewaarde (L): 0.041

Onder de houten vloer ligt nu … zand.

Cellulose (papiervlokken)
Cellulose wordt verkregen door gerecycled papier (vaak onverkochte kranten) te vermalen en te vermengen met brandwerende zouten. Het resultaat is een duurzame, goedkope en redelijk goed isolerend materiaal. Bij de productie van cellulose isolatie is weinig energie nodig. Cellulose heeft goede vochtbufferende en geluiddempende eigenschappen. Nadeel is dat cellulose isolatie niet langdurig nat mag blijven.
Isolatiewaarde (L): 0.045

Kurk
Kurk heeft goede thermische en akoestische eigenschappen en is 100 % natuurlijk. Kurk is beschikbaar in platen en in korrels. Die laatste zijn handig voor onder de vloer of in de spouw. Dankzij de vochtwerende eigenschappen van kurk, is het ook geschikt in een omgeving waar het risico bestaat dat vocht binnendringt.
Isolatiewaarde (L): 0.038

Leem en stro
Leem bestaat uit de natuurlijke stoffen zand, klei en mogelijk stro. En wat zeker heel belangrijk is, is dat leem een 100% natuurvriendelijk materiaal is zonder chemische toevoegingen. Leem biedt in vele situaties een mogelijkheid om een natuurstenen muur aan de binnenzijde te isoleren met behoud van de natuurlijke eigenschappen.
Isolatiewaarde (L): 0.091

PIR
En dan is er nog PIR, de niet-natuurlijke isolatiematerialen. Waarom neem ik die ook mee? De isolatiewaarde van PIR is heel hoog. Je hebt er weinig van nodig om het beste resultaat te krijgen. Daarnaast is het bestand tegen schimmel en slijtage. Het gaat heel lang mee. Nadeel? PIR is een chemisch product en is slecht afbreekbaar. Lees hier meer over PIR en duurzaamheid.
Isolatiewaarde (L):
 0.025

Meer weten over de verschillende isolatiematerialen? Kijk dan eens op de site van Duurzaamthuis.

 

 

Precies over een week begint de 100-100-100, een landelijke uitdaging om mensen bewust te maken van het afval dat ze produceren én om de hoeveelheid ervan te verminderen. Zelf probeer ik nu sinds vier dagen minder afvalzakken naar de container te brengen en dat lukt al aardig goed, maar het kan altijd beter! (Kijk maar naar Lauren Singers ‘afvalbak’ van de afgelopen vier jaar). Daarom doe ik mee met deze uitdaging om nog minder afval achter te laten.

Lauren Singer van trashisfortossers.com bewaart al haar afval van de afgelopen vier jaar in één glazen potje. Foto: Instagram @trashisfortossers

Wat is de 100-100-100?

De drie honderdtallen staan voor 100 dagen 100 huishoudens 100 procent afvalvrij. Oei, dat klinkt best heftig, dacht ik op het eerste gezicht. Ik heb nauwelijks plastic afval maar helemaal afvalvrij, betekent dat ook zonder papier, glas en aardappelschillen? Gelukkig niet. Als ik de (ietwat onduidelijke) website van de challenge mag geloven, gaat het vooral om geen restafval produceren. Maar wat is restafval dan?

Vóór Groningen hebben andere gemeentes al eens een 100-100-100 georganiseerd. De ervaringsverhalen die ik hier over las maken duidelijkdat het gaat om afval dat niet gescheiden ingeleverd kan worden. Heb je dus een groene en grijze bak, een glasbak, een doos voor oud papier en een aparte plasticcontainer, dan is alles wat je daarin niet kwijt kunt je restafval.

In Groningen zijn helaas geen inleverpunten voor plastic te vinden en in mijn studentenflatje heb ik ook geen groene en grijze containers. Alleen papier en glas kan ik gescheiden inleveren.

Een beetje flauw vond ik zelf. Dan houd ik toch veel meer restafval over dan deelnemers in andere gemeentes? Aan de andere kant: een goede motivatie. Als ik plastic zou kunnen scheiden met het idee dat het toch wel gerecycled wordt, zou ik misschien de neiging krijgen er meer van te kopen. En dat wil ik juist niet. Want niet alleen het verwerken van plastic en ander afval kost veel energie, maar ook het maken van kunststof voorwerpen en verpakkingen leidt tot veel CO2-uitstoot.

Daarom is mijn invulling van de 100-100-100 om zo min mogelijk van alles soorten verpakkingen in huis te halen en om plastic en kunststof helemaal te vermijden. Kunststof is immers, in tegenstelling tot papier en glas, niet volledig recyclebaar én laat microplastics achter in het rioolwater.

 

Hoe ga ik beter recyclen?

Mijn gft-afval verdwijnt nu samen met het restafval van mij en mijn huisgenoot in een ondergrondse container. Omdat ik een groente- en fruitmonster ben heb ik vaak heel veel schillen, klokhuizen en steeltjes. De gemeente Groningen sorteert plantaardig afval bij de afvalverwerking en maakt er biogas van. Hartstikke goed natuurlijk, maar dit kan niet met gft dat is vervuild door andere materialen. Dat gebeurt waarschijnlijk snel als je het mengt met het huisafval, dus het liefst lever ik het gescheiden in. Ik zit er aan te denken om mijn gft in de groene container van vrienden die er wel één hebben te storten. Nog liever composteer ik het zelf voor de moestuin van Frankville, maar omdat we aan het ‘vertuinen’ zijn lukt dat niet op korte termijn.

Voorbereidingen

Voordat de 100-100-100 begint, op 9 februari, probeer ik mezelf alvast klaar te stomen. Het is mijn doel om een zo leeg mogelijke vuilnisbak te hebben, dus ik wil ook geen verpakkingen weggooien die ik nu al in mijn huis heb. Dat betekent alles uit de voorraadkast opmaken dat een plastic verpakking heeft en verloopt tijdens de komende honderd dagen. Dit is niet zo veel meer dankzij al het plastic vermijden de afgelopen maanden.

Verder wil ik me deze week meer verdiepen in het zelf maken van verzorgingsmiddelen en schoonmaakmiddelen. Daarover later nog een blog 🙂

Veel van de te treffen voorbereidingen is mentaal werk. Wat ga ik tijdens deze afvalvrije periode doen in sociale situaties? Ik eet gemiddeld zo’n vier avonden per week niet thuis maar bij vrienden of familie, die natuurlijk wel eten bereiden uit verpakkingen. En wat ga ik doen met andere afvalkanalen, met name al het WC-papier dat we dagelijks gebruiken? (Lilla schreef al eerder een blog over het riool). Kan ik nog wel stofzuigen? (Want wat als mijn stofzuigerzak vol zit?)

Gelukkig zijn er minstens 100 andere huishoudens in Groningen die met me meedenken. Er bestaat een Facebookgroep voor alle deelnemers waarop we straks tips en vragen kunnen gaan uitwisselen. Marin Leus heeft alvast een overzichtskaart gemaakt met alle winkels in Groningen met verpakkingsvrije mogelijkheden en dat ziet er veelbelovend uit. Het wordt vast niet altijd een makkie, maar ik heb zin in deze uitdagingen en ben benieuwd wat me te wachten staat. Volgende maand kunnen jullie mijn eerste update lezen.

Hoe proberen jullie huishoudelijk afval te verminderen?

Een handige overzichtskaart met winkels in Groningen die verpakkingsvrij verkopen, gemaakt door Marin Leus.

De REFRESH Food Waste Solution Contest is een wedstrijd van Europees formaat en heeft als doel om ideeën te verzamelen om de voedselverspilling in Europa aan te pakken. Onze Groene Varkens uit het Drentse Loon zijn één van de finalisten. 

Al eerder interviewde Wianne de initiatiefnemer van de Groene Varkens, Anita Marskamp, voor de Voetspot. Het interview over de Groene Varkens lees je hier.

In totaal zijn er drie winnaars. De jury heeft er inmiddels twee uitgekozen en het publiek is nu aan de beurt om te stemmen op één van de finalisten.Tot 28 februari mag iedereen die wil, iedere dag, een stem uitbrengen en natuurlijk het liefst op de Groene Varkens! Wij vinden dat onze helden, De Groene Varkens, wel een ere plaatsje verdienen! Ze werken keihard om ons afval te verwerken, mede dankzij iedereen die zijn/haar groen- en fruit-afval bij ons inlevert.

Stem je ook? 
http://eu-refresh.org/de-groene-varkens-van-afval-naar-vlees


www.DeGroeneVarkens.nl

Op de agenda van dit jaar staat een middelgrote verbouwing van ons huis. Één van de ruimtes die hierbij grondig op de schop zal gaan is de keuken. Gezien we uiteindelijk af willen van het gebruik van fossiele grondstoffen zoals gas, heb ik onderzocht welke andere mogelijkheden zijn er voor koken in de keuken. In een volgende post zal ik ook nog ingaan op alternatieven voor verwarming en warme water (waarbij vaak standaard gas als grondstof wordt gebruikt).

Maar eerst. Waarom wil ik van gas af? Aardgas is een fossiele brandstof dat bestaat uit methaan. Een brandstof dat steeds meer uitgeput raakt en daarnaast ook niet bepaald milieuvriendelijk is. Als inwoner van provincie Groningen maak ik van dichtbij mee wat de gaswinning in onze provincie voor schade en ellende veroorzaakt. Onze tegenbeweging is het kijken hoe we van het gas net af kunnen.

Vanwege de schaarsheid van gas wordt er de komende jaren een flinke prijs stijging van gas verwacht. Daarentegen wordt elektriciteit veel meer op een duurzame manier verkregen (denk aan windenergie, steeds efficiëntere zonnepanelen, etc) en is de verwachting dat de prijs van elektriciteit juist zal dalen. Een slim idee dus om alvast na te denken over switchen!

Oke, geen gas kookplaat meer dus voor in de keuken. Dan blijven er twee vormen over namelijk keramisch en inductie. Ik dacht eigenlijk dat dit twee benamingen waren voor hetzelfde maar nu weet ik dat dit twee verschillende dingen zijn. Een keramisch kookplaat wordt verwarmd door metalen spiralen welke door elektriciteit worden verwarmd. Als je de kookplaat aanzet zie je spiralen ook gloeien. Bij inductie wordt een andere techniek gebruikt en wordt niet de plaat maar de pan zelf verwarmd. De inductie kookplaat is dan ook “zo” weer afgekoeld.

Voor beide soorten moet een aparte elektriciteitsgroep aangelegd worden in de meterkast om veilig te kunnen koken en dient er in de keuken een Perilex-aansluiting te worden gemonteerd. Dat is een stekkersysteem waar apparaten met een hoog vermogen veilig op aangesloten kunnen worden. Veel dieper dan dit ga ik daar verder niet op in, want natuurkunde was nooit mijn lievelingsvak op school. 😉 Voor de leuk een plaatje hoe deze eruit ziet:

Tot zover had ik nog steeds geen idee wat beter was: keramisch of inductie? Ik vond een filmpje wat heel duidelijk het verschil laat zien tussen alle drie: gas, keramisch en inductie.

De belangrijkste voordelen van inductie ten opzichte van gas en keramisch zijn:

  • het heeft grootste rendement namelijk rond de 80-90%
  • is het snelst op de juiste temperatuur
  • zeer nauw temperatuurbeheersing mogelijk
  • de kookplaat koelt het snelst af
  • verbruikt het minste kW
  • hygiënisch en makkelijk schoon te makenEen puntje van aandacht is natuurlijk de pannen. Deze moeten geschikt zijn voor inductie. Gelukkig heeft manlief eerder in een prima pannenset geïnvesteerd die inderdaad óók op inductie gebruikt kunnen worden. Daarnaast zijn gietijzeren pannen ook geschikt voor inductie! Mooi want daar heb ik een paar van in huis.

Zijn we dan helemaal af van het gebruik van gas? Helaas niet. We hebben nog steeds een auto dat op fossiele brandstoffen rijdt en schaffen regelmatig producten (bijvoorbeeld voedingsmiddelen) aan die vervoerd en geproduceerd worden met behulp van fossiele brandstoffen. Het einde is nog niet in zicht, maar een eerste stap is wel gezet!

Tweedehandskleding.

Misschien denk je nu aan kleine, muffe winkeltjes waar de kleding minstens zo muf ruikt.  Of misschien denk je aan de jurken van je oma. Of aan een afgrijselijk setje theekopjes. Wat je ook denkt, je denkt het fout. Tweedehands is meer dan alleen een muffe geur. Hieronder lees je waarom.

Uniek

Het is een grote prestatie als je in een tweedehandskledingwinkel twee dezelfde dingen tegen komt. Oké, de twee kopjes uit die afgrijselijke set theeservies zijn misschien hetzelfde, maar de rest is allemaal speciaal en uniek.

Het leuke aan tweedehands shoppen vind ik de uniekheid van de dingen. In de Primark hangen al snel tien dezelfde truien aan een rekje. Met als gevolg dat een groot deel van de mensheid er hetzelfde uitziet. Terwijl het juist leuk is om uniek te zijn. Als je tweedehands items scoort kun je je eigen kledingstijl vormen met kledingstukken die niemand anders heeft. Zo zie je er leuk én uniek uit.

 Goed voor de wereld

Als je iets koopt in een tweedehandswinkel ben je eigenlijk aan het recyclen. Je geeft het kledingstuk dat je koopt een tweede leven. Is dat geen mooie gedachte? De productie van kleding is vrij belastend voor de aarde. Op internet zijn veel schokkende artikelen te vinden die je haarfijn uitleggen welke schadelijke stoffen er precies ontstaan bij de productie van kleding. Mocht je interesse hebben, dit artikel van Greenpeace geeft een aantal redenen waarom we een ‘fashion revolution’ zouden moeten starten. Daarnaast stop je met het steunen van kinderarbeid en onderbetaling als je tweedehands koopt. Grote massabedrijven verdienen enorm veel geld, terwijl de makers van de kleding onder slechte omstandigheden moeten werken. Het is dus alleen maar goed als we kledingstukken opnieuw aantrekken en ze niet op de afvalbelt gooien.

Kwaliteit-prijs verhouding in balans

Tweedehandskleding is niet perse heel goedkoop. Zo heb ik eens tweedehands schoenen gekocht voor dertig euro. Bij de Primark zou je daar minstens 4 paar schoenen van kunnen kopen. Maar de kwaliteit van mijn tweedehands schoenen is fantastisch. Ze lopen lekker, slijten niet en ze zien er kwalitatief goed uit. De kwaliteit-prijs verhouding is prima in balans. Je kunt veel zeggen over de Primark, maar de kwaliteit van de producten is en blijft belabberd. Terwijl tweedehandskleding meestal een veel betere kwaliteit heeft.

Dus. Ik hoop dat ik je overtuigd heb dat tweedehandskleding meer is dan een muffe geur. Het is uniek, beter voor het milieu en het heeft een goede kwaliteit-prijs verhouding. Wil je zelf wat meer tweedehands kopen? Zo ja,  dan hier volgen wat tips om je op weg te helpen.

United Wardrobe

Tegenwoordig heb je bijna overal een app voor. Zo ook voor het kopen van tweedehandskleding. ‘United Wardrobe’ is een website/app waar je op een veilige manier kleding kunt kopen en verkopen. Mensen uit heel Nederland kunnen hun eigen kleding op de site zetten en hier kunnen anderen vervolgens op bieden. Ik heb zelf al een aantal dingen via United Wardrobe gekocht en het bevalt me uitstekend.

Letgo

Een andere leuke app is ‘Letgo’. Dit is een app waarin je snel, veilig en lokaal spulletjes kunt kopen en verkopen. Letgo is niet zozeer gericht op kleding, je kunt er van alles en nog wat verkopen. Het leuke aan Letgo vind ik dat het heel lokaal is. De app gebruikt je locatie en geeft vervolgens weer wat voor dingen er in je omgeving worden verkocht. Zo wordt er op dit moment drie straten van mij vandaan een stapel stoeptegels aangeboden.

Marktplaats

Waarschijnlijk kent iedereen hem wel: marktplaats. Op marktplaats wordt ontzettend veel aangeboden. Van puppy’s tot boormachines en dekbedden. Daarnaast vind je er ook vrij veel kleding advertenties. Meestal ook voor een relatief laag prijsje. Zeker een tip als je opzoek bent naar wat leuke tweedehands dingetjes.

Voor degene die zijn kleding liever niet via internet koopt: er zijn natuurlijk ook een boel tweedehandswinkels te vinden. In elke stad zitten er meestal wel een paar. Zo vind je in Groningen bijvoorbeeld Mamimini. Deze winkel heeft een boel tweedehands dingen, of je nou een bank, een jas of een hondenmand zoekt. Verder heb je er Recessie. Deze winkel verkoopt enkel kleding, maar is zeker de moeite waard om even naar toe te gaan.

 

 

Besparen van gas kan op meerdere manieren, alleen welke is het meest passend bij de woonsituatie?

Daarmee ben ik de laatste weken bezig geweest. Door het winterse weer werd het noodzaak het al eerder gewenste gordijn op te hangen om de kou tussen woonkamer en de open keuken terug te dringen.

Een dubbel katoenen gordijn maakt een wereld van verschil tussen de temperatuur in de beide ruimten.

Heerlijk om de warmte in de kamer te houden en om na een bezoek aan de keuken in de warmte terug te kunnen keren.

Koken

Daarnaast heb ik de wonderoven voor meerdere gerechten ingezet.

Een maaltijdsoep, een rijstgerecht, aardappelen in de wonderoven gekookt en met een heerlijke roerbak tot een oesterzwam stamppot gemaakt.

Het bijzondere bij het koken van rijst is dat de rijst meer uitzet door de tijdsduur in de wonderoven. En na 22 uur in de wonderoven kwam de damp er nog af! Een klein beetje bij verwarmen na toevoeging aan de rest van het gerecht was voldoende om het binnen een paar minuten op tafel te kunnen zetten.

Een besparing van gas is daardoor niet het enige. Ook de hoeveelheid (zilvervlies)rijst die in het kokende water gaat kan beperkt worden. Dat is een leuke ontdekking!

Recept

Het recept voor de oesterzwamstamppot:

Voor 2 personen:

Neem voldoende aardappelen om tot puree of stamppot te kunnen verwerken

oesterzwam (ca. 500 gram)

2 paprika’s

een ui

Schil en was de aardappelen, kook ze in voldoende water.

Laat ze vier minuten doorkoken en plaats ze in de wonderoven. Over ca. 3 kwartier zijn ze gaar.

Snijd 20 minuten voor het opdienen van de stamppot de oesterzwammen na het afdeppen met natte keukenrol.

Snijd ook de ui, na het verwijderen van de schil, in ringen.

Was de paprika’s, haal de zaadlijsten eruit en snijd ze in repen.

Roerbak deze groente samen in een koekepan, tot ze gaar is. Dek de pan af met een antispatdeksel, laat het vuur laag staan en stamp de gare aardappelen.

Maak ze met wat melk of kookwater en een snufje zwarte peper op smaak.

Mix de combinatie van aardappelen en groentemix en dien ze op.

Geniet van de heerlijke smaak van deze combinatie met oesterzwam.

Niet schrikken van de titel of het plaatje, lees gerust verder

Bij de Voetspot draait het erom dat we onze uitdagingen met de lezers delen. Hoe wij onze ecologische voetafdruk gaan verkleinen. Onze kleine beslommeringen en onze persoonlijke oplossingen kunnen als inspiratie dienen voor anderen. Niet te zweverige en zeker niet al te agressief. Zo gaan we niet onszelf vastketenen bovenin Sequoia bomen.

Tegeltjeswijsheid

(ten eerste omdat het niet een uitstervend ras is, ten tweede we kunnen geen bomen klimmen, ten derde een Sequoiadendron giganteum wordt gauw zo’n 100 meter hoog en ten vierde, ik woon niet in Californië). We beleven en schrijven juist over kleine projecten waar we direct -en dus niet indirect- een invloed op kunnen uitoefenen.

Druk leven

Jack die schrikt

Soms dan weet ik niet meer zo goed waarom ik het allemaal voor doe. Volgens mij ben ik niet de enige die het zo ervaart. De maatschappij, dus wij, duwen ons in een hele drukke hoek en we hollen halsoverkop door ons leven. Drukte van het gezin en het werk, de verwachtingen die ik wil waarmaken waar ik me verantwoordelijk voor voel, slurpen mijn energie op. Ironisch gezien kom ik gelukkig weer online een artikel tegen, waar ik me helemaal kapot van schrik. Klik hier maar eens op het artikel van de HUMO……

Nieuwswaarde
Dat doet me denken aan een journalistieke formule over nieuwswaarde. Dat is het aantal doden gedeeld door afstand. Of in hoeverre een lange termijn effect invloed heeft op korte termijn acties: Wanneer er op korte termijn een ramp staat te gebeuren, reageren we alert en adequaat. De klimaatverandering is niet een direct voelbaar probleem en dus kabbelen we voort met onze gewoontes. Totdat de urgentie groter wordt en de klimaatsverandering doorslaat naar een klimaatsomslag. Persoonlijk denk ik ook echt dat deze klimaatsveranderingsprobleem vele malen groter is dan de ozonlaag hype van de jaren 90.

Een beter milieu….
En dan weet ik het weer. Hoe noodzakelijk het is om eens goed te kijken naar ons consumptie gedrag. We willen tips geven om deze consumptieverlangens te onderdrukken. Een echte uitdaging.

Immers welk medium je ook bekijkt of beluistert, je wordt doodgegooid met reclame die je verleiden om maar steeds meer te consumeren. Acties van supermarkten die stunten met 2 halen en 1 betalen.

marketing indoctrinatie

Idee gevonden op pinterest

Als tegengas van deze marketing indoctrinatie zullen we blijven schrijven hoe we op een gezonde, verstandige en bewuste manier onze voetafdruk kunnen verkleinen. Blijf wat langer bij de groenteafdeling hangen en neem de (priori)tijd om je voeding zelf te bereiden. Als je je een tomantensoep in blik in de aanbieding ziet staan, loop dan weer terug naar de groenteafdeling en koop zelf de tomaten. Of als je bij de bananen stil staat, bedenk waar ze vandaan komen en loop dan door. Beter nog, kijk of je groenten biologisch zijn geteeld. Of nog veel beter, kweek zelf groenten. Hoe leuk is het om een tomatenplant in je huis te hebben!
Maar ook andere facetten van ons persoonlijke consumptie gedrag passeren de revue. Zo kan in niet in mijn eentje de Golfstroom verwarmen, maar ik kan wel kijken of ik mijn tapwater op een andere wijze kan verwarmen dan via het gas. Pak vaker de fiets en neem dus de tijd om je dingen te doen. Plan en doe niet te veel op een dag, want dan moet je haasten en dan pak je weer die vervuilende auto.

Oproep
Tot slot bij deze dan ook mijn oproep om onze artikelen zoveel mogelijk te delen. Ze staan vol praktische tips. Van baby luiers tot verantwoorde kleding. Op die manier kunnen we het besef van de noodzaak van een goede voetafdruk beïnvloeden. Of reageer via artikels op facebook of deel een artikel op de facebookpagina van je vrienden: “Kijk eens? Dit kun jij ook wel gebruiken :)”