Elke dag eten we wel een bakje bramen uit de tuin. We plukken ze pas als ze makkelijk los laten. Dan pas zijn ze echt zoet. Heerlijk door de yoghurt of gewoon om tussendoor van te snoepen zoals dochterlief doet.

 

Fruit uit eigen tuin, ik vind het zalig. In onze tuin hebben we rode bessen, blauwe bessen, kruisbessen en frambozen. Maar de oogst van deze planten hield op bij een enkele bes. Het is het eerste jaar van onze tuin, en we waren rijkelijke te laat met het planten van de struiken. De rode bes die de vorige bewoners in de tuin hadden gepland deed het wel goed, maar de bessen waren al weg voordat ik het door het. Geeft niet, de vogels moeten ook eten.

Wilde bramen

Onze bramenstruiken hebben wij ook niet gepland. Het zijn wilde bramen, die hun wortels in onze tuin hebben gezet. Een hele rij lang langs de rand. De vorige bewoners hadden schapen, en ik vermoed dat ze de bramenrij als natuurlijke afscheiding hadden. Want geen schaap die zich door die stekels heen durft. Het zijn diezelfde stekels die je manen tot voorzichtigheid bij het plukken. Zowel de takken als de bladeren hebben kleine doorns. Daarom laat ik die ene braam ver wegverstopt tussen takken ook maar lekker zitten. Vogels hebben volgens mij minder moeite met de stekels.

Wildplukken

Overal zie je nu de bramenstruiken volhangen met vruchten in de kleuren rood en zwart en alles wat ertussen in zit. Van augustus tot oktober is het ‘bramentijd’. Afgelopen weken was het wildplukken van bramen in het nieuws. Want zomaar plukken in bijvoorbeeld het bos mag niet. Er staat zelfs een flinke boete op, tot wel 4100 euro! Maar… gelukkig wordt plukken voor eigen gebruik, dus een klein bakje vol, gedoogd. En zolang je maar op de paden blijft in bossen waar je niet buiten de paden mag komen, is er niet veel aan de hand.

Ook thuis pluk ik alleen voor eigen gebruik, want ik weet dat de dieren er dol op zijn. Behalve door de yoghurt vind ik het wel leuk om er iets mee te maken. Dit jaar ga ik niet voor bramenjam, maar voor bramenlikeur. Voor mij een experiment, dus pas over 4 maanden weet ik of het heeft gesmaakt.

Bramenlikeur

Ingrediënten

  • 250 g bramen
  • 200 g suiker
  • 1 vanillestok
  • 0,5 l wodka (of andere sterke drank)

Doe de bramen, vanillestok en de suiker in een schone pot (met deksel) en giet de wodka eroverheen. Sluit goed af en plaats hem op een koele plaats.

Laat het mengsel trekken gedurende 6 weken. Zeef het, en giet het over in een fles. Deze bramenlikeur kan zeker 4 maanden bewaard worden.

 

Op vakantie doen we het nog: om ons heen kijken. Alle grote en kleine rijkdommen van de omgeving zien. In ons eigen stek zijn we het verleerd. Nota bene mijn eigen tuin wees me daarop.

Ik was onderweg naar huis. Mijn bloedsuiker was laag, had al een tijd niks gegeten. Is niet erg, dat ken ik van mezelf. Om die reden heb ik meestal een zakje noten of iets bij me. Alleen deze keer niet. In deze toestand liep ik op mijn laatste krachten de tuin in. De fiets tegen het hek. En… ik keek recht in een rijpe pruimenboom.

Stond die er dan nog niet toen ik weg ging? Natuurlijk wel. Die pruim hangt al jaren in mijn tuin, overhangend van de buurvrouw. Ik had het alleen nooit als een optie gezien om de pruimen ook echt op te eten!!!

Vandaag pluk ik voor het eerst een pruim uit eigen tuin. Afwassen hoeft niet, ik stop hem meteen in mijn mond. Voel me een moment bevrijd van alle mitsen en maren – ja maar, spinnenrag, ja maar… neerslagstof, ja maar… Gewoon plukken en eten. Zo moet het in de oertijd geweest zijn, toen we nog jager/verzamelaars waren. Langslopen. Honger. Plukken. Eten. De kortste weg van kweekgrond naar mond.

Ik eet genoeg pruimen om energie te hebben voor het wegzetten van de boodschappen en wat simpels te koken. Ik kom weer bij.

opfleuren van het pad of … parfumeriezaak

 

Dit geval staat niet op zich. Als ik terugdenk, deze zomer gaf de natuur me nog meer, net op het moment dat ik het nodig had.

Die appel. In het gras. Puntgaaf. Toen de weg naar huis nog zo lang leek en ik om me heen keek of iets me kon helpen. Ik at hem op, het trok me erdoor heen, de laatste kilometer tot aan huis.

het parfum pept je meteen op

Die rozen. In de tussenberm van de wijkring. Die geur…. wat dat doet voor je gemoed… Nou ja, voor rozenparfum hoef ik hier geen reclame te maken. Dat doen de parfummerken met hun kostbare reclames al. Een instant oppepper voor onderweg en een week lang heerlijk zoete geur in huis.

bosje -berm- bloemen voor de wijkinloop

Het boeket. In de bermen van de wijk. Eerst zag ik er maar één. Daarna zag ik dat de wijk vol staat met bloemen. Langs de fietspaden, de vijvers, in het park.

tak lindebloesem heerlijk zoete geur

De lindebloesem. In het stadsplantsoen. Die zware, verdragende geur die het hele park vult. Op een terras rook ik het. De geur kwam van een kolossale boom, de takken zwaar van bloesem, hangend tot op de grond. Ik meen het te herkennen van iets dat ik gelezen of gehoord heb, van de kruidenvrouw in onze wijk. Lindebloesemthee.

Een paar takken neem ik mee voor op de vensterbank. Na een weekje, als de geur verdwenen is, en de bloemen ingedroogd, oogst ik de bloesem. De kat komt er bij zitten, als ik de tafel bestempel als plek om het kaf -de takken- te scheiden van het koren -de bloesem-.

lindebloesem

Het smalle blaadje bij de bloemetjes laat ik eraan zitten. Geen idee of dat zo hoort, maar het ziet er erg leuk uit in het theeglas. De geur is heerlijk, de smaak is subtiel. Lijkt me een hippe opvolger van de verse muntthee op al die nieuwetijdse terrasjes. Of op z’n minst een evenwaardig zusje om uit te kiezen op de theekaart.

 

word weer een beetje verzamelaar

Ik was het verleerd om zo naar mijn omgeving te kijken. Zelfs de appelboom in mijn tuin, die tijdens de bezichtiging de doorslag gaf om hier te gaan wonen, zelfs die zag ik vooral als lifestyle-element. Niet om daadwerkelijk van te eten.

in de maak voor snelle trek in september

De zomer is perfect om te beginnen met deze andere manier van kijken. Er is zoveel. Is het nu de bedoeling dat we allemaal op zoek gaan naar lindebloesem, en met z’n allen die boom kaalplukken? Nee. Het gaat erom om je heen te kijken. Om het alternatief te zien, dat wat er al is. Het maakt ons bewust van onze omgeving, we krijgen er contact mee. Letterlijk.

De omgeving voorziet ons in wat we nodig hebben. Het is een utopie te denken dat we weer als verzamelaars alles uit de natuur gaan plukken. Maar het maakt ons wel bewust van wat er op het moment is, en of we ons daar tevreden mee kunnen stellen. Als er even geen aardbeien zijn, omdat het het seizoen niet is, dan nemen we appels.

 

dichtbij

Uiteindelijk is alles onze omgeving. En als we het dichtbij huis houden, scheelt dat. In brandstof, in het najagen, in de rust in je eigen leven.

Bij jou is het anders. Misschien valt jouw oog op de kamille, in plaats van de linde. Misschien liggen er langs het pad hazelnoten, in plaats van wilde pruimen. Het heeft geen zin te zoeken naar iets specifieks. Het heeft wel zin om open de wereld in te gaan, en te zien wat er bij jou voor het oprapen ligt.

Ik beloof je: het zal je verbazen

Trijntje, juli 2017

eten langs de weg

lindebloesemthee

Twee weken geleden kreeg ik voor mijn verjaardag van een vriendin 2 kippen. Ik mag ze ophalen bij een boerderij in de buurt. We zijn helemaal blij, want kippen staan momenteel bovenaan op ons zelfvoorzienend lijstje. En nu zijn we dus druk in de weer: hoe komen we aan een kippenhok, wat eten kippen, hebben we ook een haantje nodig, waar moeten ze straks gaan scharrelen, en hoe doen we dat met de roofdieren in de buurt, zoals de steenmarter die laatst alle kippen bij de buren heeft opgegeten?

In de bibliotheek vind ik bij de boekenuitverkoop een goed gedocumenteerd boek over kippen voor beginners. Met info over rassen, broeden, verzorging, en uiteraard eieren en vlees: het handboek voor de aspirantkippenhouder. Hard nodig, want we hebben werkelijk nul verstand van kippen.

Kippen voor beginnersOver pikordes en stofbaden

Alleen al bij het lezen sta ik versteld van de dieren. Ik leer over de pikorde, de maatschappelijke rangorde onder kippen, over stof- en zandbaden die ze nodig hebben om zichzelf te ‘verschonen’. En over de taal van de dieren, het kukelen en het kakelen. Als ik goed luister, zou ik ze zelfs kunnen verstaan! Maar ook dat ik op mijn hoede moet zijn voor virussen, parasieten en bacteriën, voor bloedluizen en kalkpoten.

Ok, ik duik eerst de studieboeken in voordat we de kippetjes gaan halen. En we gaan op zoek naar een degelijk hok: makkelijk schoon te houden en roofdier-bestendig. Zodat we straks een gezond en veilig huis kunnen bieden aan onze nieuwe medebewoners.

Lokaal leven is niet alleen dicht bij huis halen wat je nodig hebt, maar ook in je eigen buurt teruggeven wat je over hebt.

Neem nou de tuin. Toch een beetje een omweg, om je tuinafval in de biobak te doen en het later als compost weer op te halen bij het gemeentedepot. Dat doet Groningen en dat is best sympathiek. Omdat we met zoveel inzet het afval scheiden, mogen we in de lente compost halen bij de gemeentewerken. Ons eigen groenafval, maar dan gerecycled. En zo is de cirkel weer rond.

Toch, als ik met armen vol groen naar de bak loop, denk ik vaak: waarom niet meteen in het gemeentegroen deponeren. Daar gaat het ook op in de natuur. En het scheelt halen en brengen van de bak en van het groen. Zowel voor mij, als voor de ophaalwagen. Zo houden we het wat dichter bij huis.

Ik begrijp het wel: niet netjes, daar is het gemeentegroen niet voor, en wat als iedereen dat zou doen, dat wordt een rommeltje.

Door het groenafval te noemen, zetten we onszelf op het verkeerde been. Voor de natuur bestaat afval niet. Het is ‘plant’, opgebouwd uit natuurlijke bouwstoffen. Het een is voeding voor het ander, een oneindige kringloop.

Eén soort ‘plant’ krijgt al wel een nieuwe bestemming in de buurt. Het olifantengras.

het olifantengras moet nodig gesnoeid

In de zomer groeit dat zo hard dat het een schaduwwand is, vlak voor mijn raam. Eigenlijk precies goed, want het houdt de ergste hitte van de zon tegen. Maar het hangt ook over het pad. Niet fijn voor de postbezorgers.

Na een uurtje snoeien is het bankje weer zichtbaar. Het olifantengras is eigenlijk een schuilhutje waar de kinderen kunnen zitten zonder dat iemand hen ziet.

hut in de voortuin

Het lange gras lijkt wel wat op bamboe. Kan prima mee gebouwd worden.

speeltuin… ook de bosjes zijn om te spelen

Ik sleep het gras naar een bosje in de buurt. Ik weet dat de kinderen daar vaak zijn. Ze hebben daar een hut en een klimboom.  Voor de kinderen om te ontdekken. De vorige keer in de herfst hebben ze het snoeiafval ook ontdekt en er samen iets van gebouwd.

Dit maakten ze ervan:

Als dit kan, laten we dan nog een stapje verder gaan.

In een geschikt bosje in de buurt het tuinafval op een hoop gooien. Een verscholen bultje dat vanzelf composteert. Valt niet eens op. Hoeven die extra kilometers niet afgelegd te worden tussen huis en composteerbedrijf – en weer terug. Misschien nog een brug te ver in een net wijkje. Hoewel, hoe moeilijk kan het zijn. En zoals ik al zei, het valt niet eens op….  dus…

de kat is het er ook helemaal mee eens….

juli 2017

gratis lokale compost in de lente

 

Een maand geleden zat mijn uitdaging om honderd dagen geen restafval te produceren erop. Van 9 februari tot 19 mei heb ik thuis 250 gram restafval overgehouden, voornamelijk bestaande uit kapotte panty’s, lege flessen lenzenvloeistof, inktloze pennen, fruitstickers en een poedersuikerverpakking. In mijn vorige blogs is te lezen hoe ik zo min mogelijk afval gemaakt heb. Tevreden met dit resultaat dacht ik fluitend door te kunnen gaan na deze honderd dagen. Misschien iets soepeler dan eerst en wel af en toe iets in verpakking kopen. Oeps, dat was een iets te optimistische gedagcte…

Nee, ik ben niet opeens weer een grootverbruiker van plastic, en mijn huisgenoot en ik zetten nog veel minder vaak dan een halfjaar geleden het vuilnis aan de straat, maar die 250 gram is na de honderddaagse snel een kilo geworden. Hoe houd je duurzame gewoontes vol na het einde van je uitdaging?

Ik heb heel wat challenges voorbij zien komen. Dertig dagen geen vlees, Plastic Free July, The Footprint Challenge, een maand zonder voedselverspilling en vele meer. Genoeg uitdagingen om nieuwe gewoontes aan te leren en motivatie te krijgen om je steentje bij te dragen aan een groenere wereld. Dat is ook waar de Voetspot om draait! Hartstikke goed allemaal, ik ga ze graag aan. Maar wat ik zelf gemerkt heb is dat het erg moeilijk kan zijn om na een bepaalde tijd je (nieuwe) gewoontes vast te houden.

Na de laatste afvalweegdag van de 100-100-100, de honderd dagen zonder restafval, besloot ik mezelf een bezoekje aan de supermarkt te gunnen zonder na te denken over verpakkingen. Dan ga ik vanaf volgende week weer plasticvrij leven. Een week later begon echter de drukte van het einde van het studiejaar. De hele dag in de bibliotheek zitten studeren werd voor mij het excuus om daarna snel even boodschappen te doen en te kopen waar ik zin in had, in plaats van drie natuurwinkels af te gaan voor verpakkingsvrije producten, alleen groente in te slaan op de marktdagen en zelf in de keuken sojamelk te maken en koekjes te bakken. Plastic kopen bespaart nu eenmaal een hoop tijd en moeite, en dat is behoorlijk verleidelijk in drukke tijden. Opeens snapte ik weer goed waarom we niet allemaal zo groen en duurzaam leven als we zouden willen: Milieubewust, dat is toch ook duur/moeilijk/beperkend/saai/vies/gek? Het is verbazingwekkend hoe snel ik weer in dit gedachtepatroon verviel, terwijl ik net honderd dagen had gehad waarin ik juist minder geld uitgaf, heerlijk at, nieuwe plekken in de stad ontdekte en ontzettend veel leerde over het zelf maken van verzorgingsproducten en schoonmaakmiddelen. Mijn tentamens zijn inmiddels voorbij en de zomervakantie is begonnen. Tijd voor verandering!

Elke uitdaging begint met motivatie. In mijn geval was dat het enthousiasme van een vriendin en een paar aangrijpende artikelen over de hoeveelheid plastic en afval in de wereld en de negatieve gevolgen daarvan voor het milieu. Deze week kwam ik weer een paar van zulke artikelen tegen op mijn Facebook-tijdlijn en heel snel was mijn motivatie weer terug. Maar om jezelf nou te blijven confronteren met verdrietige verhalen en schokkende beelden om je uitdaging maar vol te houden? Daar word je naar een tijdje gek van, lijkt me, en het verliest op den duur zijn effectiviteit. Daarom probeer ik nu vooral terug te denken aan de positieve momenten tijdens mijn honderd dagen zonder restafval. Een groene leefstijl is makkelijker vol te houden als je het omarmt, als je weet dat het je uiteindelijk méér voldoening geeft dan het misschien wel makkelijkere alternatief. Het is een lang proces, veel langer dan honderd dagen, maar als je af en toe terugblikt en ziet wat je hebt bereikt geeft dat vertrouwen om door te gaan. Afgelopen maanden heb ik veel geleerd en die kennis wil ik nu laten groeien en doorgeven. Ik wil opnieuw de uitdaging uitgaan om met zo min mogelijk restafval te leven. Beginnend met de kleine stapjes die ik ook andere mensen aanraad als ze geïnteresseerd zijn in duurzaamheid:

Zorgen dat ik altijd een paar voorwerpen in mijn tas heb; mijn bamboebestek, licht maar herbruikbaar, mijn keepcup en een waterfles, stoffen zakdoeken, een extra stoffen tas. Koken met anderen en laten zien (en proeven!) hoe lekker en makkelijk het is om te koken met verse producten in plaats van met pakjes en zakjes. Een keertje extra naar de markt om fruit en groente in te slaan.

Wie weet resulteert een paar weken afvalvrij wéér in een periode waarin de gemakzucht de overhand neemt, maar in ieder geval weet ik nu hoe ik weer terug kan krabbelen. Het heet niets voor niets een uitdaging. Het hoeft niet altijd makkelijk en leuk te zijn. Maar in mijn ervaring is dat het vaak wél. Dus ik ga door!

Jij ook? Hoe ga jij om als het duurzaam leven allemaal een beetje tegenzit? Heb je tips of heb je tips nodig? Laat het me weten!

 

 

Je kunt het nog zo mooi voor elkaar hebben, lokaal leven. Alles op fietsafstand. Doen met wat er is. Je weekendje weg doe je om de hoek, je tuinaanleg doe je met wat de volkstuinvereniging laat liggen, je contacten onderweg naar de winkel. Allemaal mooi, mooi. Maar dan blijkt dat je niet op een eiland leeft…

 

kamp

Scoutingkamp. In het lauwersmeergebied. En dochter wil graag dat ik haar  ophaal. Hoe ga ik dat doen? Bus of auto.

Bus valt snel af: de haltes in de buurt van Marnewaard zijn tijdelijk opgeheven, de weg wordt aangepakt. Ok. Met de auto. Maar welke auto. Ik deel met R. in het gebruik van zijn auto. Co-ouderschap over de auto, noemen we dat. Maar hij heeft hem nodig. Lenen van een ander…. dat kan. Maar als er schade is, wat dan?

 

autodelen, mee in de tijdgeest

Vorig jaar leende ik een auto via een autodeelsite. Vriendelijke autodeler, een auto die precies paste bij wat ik zocht: namelijk niet te netjes. Voor een verjaardagsfeest naar het Blotevoetenpad. De auto was van een gezin met kleine kinderen. Al voorgerotzooid, zeg maar. Precies goed. Trouwens nog best lastig wat ik moest invullen bij de evaluatie; hoe schoon is de auto? Beetje rommelig, en dat vond ik nou juist precies top. Daar zijn geen aankruisvakjes voor.

wat je ervoor over moet hebben

De administratieve rompslomp weerhoudt me. Het is nogal een gedoe. Internet op, optie aangeven, beschikbare auto’s bekijken en afwegen. Verzoek uitzetten, wachten of de eigenaar reageert. Bellen of appen: afspraak maken over ophalen sleutel. Internetbankieren: huur definitief maken en voorschot overmaken. Formulieren uitprinten!!! voor verzekering, verhuur. Na de rit: formulieren invullen, km-stand, tijd. Thuis: Internet op: aangeven wanneer je de auto terug hebt gebracht en de kilometers doorgeven. En dus de evaluatie invullen. En aangeven dat je het overige geld terug wilt hebben. In de gaten houden of dat ook gebeurt.

 

de praktijk

Maar goed… het is een sympahtiek initiatief, autodelen. Dus ik begin mijn zoektocht daar. De auto van vorige keer staat er weer op. Deze eigenaar probeer ik als eerste.

Krijg snel respons: even overleggen, bericht je zo terug.

Half uurtje later: sorry, kan niet.

Volgende auto: in mijn eigen wijk. vriendelijke man belt me op. Nee, net op die dag kan het niet. Wellicht een volgende keer.

Nog een auto, een vrouw, ongeveer 3 km afstand. Ze reageert snel. Een zakelijk berichtje via de autodeelsite: A. heeft uw verzoek afgewezen. Dat kan kennelijk ook nog,  … een afwijzing.

Een dagdeel lang in afwachting: gaat het lukken of niet. Dat is toch te veel voor zoiets simpels als vervoer regelen….

Dit werkt niet.

wie wordt hier beter van

Ik vraag me af wie hiermee werkelijk gediend is… We doen zelf de boeking, administratie, printwerk, planning en afstemming. En daarvoor betaal ik bovendien administratiekosten aan de organisatie!!! Terwijl wij als huurder en eigenaar hen het werk uit handen halen. Lokaal is de organisatie zeker niet. De helpdesk zit in Amsterdam, en de bedenkers en eigenaren misschien wel in Sillicon Valey. Dus dat geld verdwijnt deels naar een economie overzee. Kleine kans dat het in de buurt wordt uitgegeven.

Ook is blijft er altijd een onzeker factor: wat als de eigenaar nou op het laatste moment toch niet kan. En hoe goed is die auto eigenlijk onderhouden?

Hele ochtend opties uitzoeken, en nog geen auto.

 

old school autodelen

Dan bedenk ik: toch maar even informeren bij een verhuurbedrijf. De goedkoopste 19,- per dag. Hm… net zo duur als die deelauto. Veel minder rompslomp. Ik bel. Ja hoor, er is dinsdag een auto. Reserveren? Hoeft niet. -Ik doe het liever wel.- Binnen vijf minuten geregeld. De zekerheid dat er een auto staat, en dat de verhuurder er is om de sleutel te geven. En dat de auto in orde is.

Gerust ga ik het weekend in.

 

Op de verhuurdag fiets ik naar het industrieterrein waar het bedrijf staat. Een handtekening, zij printen, zij controleren, zij storten de borg terug. Ineens zie ik het: dit is ook autodelen. Hier staat altijd een auto klaar, onderhouden, afgetankt, APKgekeurd, alles. En je betaalt alleen als je hem nodig hebt. De andere tijd betaalt een ander, iemand die de auto dán nodig heeft. Het lijkt wel autodelen. Dit ís autodelen.

de luxe van een auto

Ik haal mijn dochter van het kamp. Het stortregent onderweg. Extra fijn om dan in een auto te zitten. Op het grote, bijna lege terrein zie ik haar helpen inladen bij de vrachtwagen van hun club. Ze herkent me pas als ik heel dichtbij ben, niet aan de auto natuurlijk, maar omdat ik achter het stuur naar haar zwaai. Slaapspullen achterin, kind voorin. Binnen een kwartier valt ze onderweg in slaap. Het is echt fijn om haar dit comfort te geven. Ook voor mij.

Kind thuis, spullen thuis. De auto hoeft pas morgen terug. Nu eerst de spullen opruimen, kinderen in bad, eten, drinken, pyjama aan.

De volgende dag breng ik de auto terug. Hoef niet af te stemmen of ze er zijn. Ze zijn er immers altijd tijdens openingstijden. Huur en benzine samen toch nog vier tientjes. Het is me het waard. Deze auto kost me morgen geen geld meer. En toch zal hij de volgende keer weer voor me klaar staan.

Ik ben eruit: als ik weer een auto nodig heb, meteen naar het autoverhuurbedrijf, onze lokale autodeler.

juni 2017

Aardbeien staan heel hoog in mijn lekkerste-fruit-top 10. En dan vooral aardbeien uit de moestuin. Daar kan gaan winkelaardbei tegenop.

Het beste recept vind ik een door de zon opgewarmde aardbei, direct van de plant in je mond. Heel lekker, gemakkelijk en snel klaar. En… geen voedselkilometers.

Voor een zomers aardbeienrecept gebruik je de bloemen van moerasspirea. Deze zijn eetbaar: heerlijk geurig en smaakvol. Let wel, moerasspirea bevat salycilzuur, net als aspirine. Gebruik het daarom niet in combinatie met bloedverdunners.

Aardbeien met bloemen

Ingredienten:
1 bakje vol aardbeien
1 sinaasappel
paar takjes bloemen van moerasspirea

Bereiding:

moerasspirea

Halveer de aardbeien en doe ze in een kom. Pers de sinaasappel uit en schenk het sap over de aardbeien.

Pluk de bloemen van de moerasspirea en strooi ze over de aardbeien. Meng ze door elkaar en laat een uurtje trekken buiten de koelkast.

Ter variatie kun je een paar stukjes meloen pureren met de staafmixer en door de aardbeien mengen

 

smalle weegbreezalf

Ik heb een trouwe vriend in de badkamer: een potje smalle weegbreezalf. Het is heerlijk zacht en goed voor je huid. Gebruik het bij droge huid, kleine wondjes, brandnetelprikken en insectenbeten.

Je kunt het gemakkelijk zelf maken. Ga op pad om jong en fris uitziende blaadjes van smalle weegbree te plukken. Zorg dat je bijenwas en een goede olie in huis hebt en je kunt aan de slag.

Recept voor smalle weegbreezalf

 

Benodigdheden:

flinke hand vol smalle weegbree blad
olijfolie / zonnebloemolie / jojobaolie
bijenwas
jampotje
steriele potjes, liefst van bruin glas
2 pannen

Was het smalle weegbreeblad, dep ze droog en laat ze even nadrogen.

Snijd ze in grove stukken en doe ze in een jampotje. Zorg dat het potje goed gevuld is. Overgiet de weegbree met de olie, draai het potje dicht en laat het drie tot zes weken op een zonnige plek in de vensterbank staan.

Eventueel kun je na drie weken het weegbreeblad er uit zeven en vervangen door nieuwe blaadjes. Je krijgt dan een sterkere zalf.

Zeef het weegbreeblad er uit, vang de olie op (maceraat heet het nu de olie doortrokken is met de oplosbare stoffen uit de plant).

Gebruik 100 ml olie op 10 gram bijenwas.

Laat de bijenwas au bain-marie smelten, voeg de weegbreeolie toe en verwarm tot het goed gemengd is.

Giet de nog vloeibare zalf in steriele potjes en draai ze dicht.

Ongeopend zijn de potjes een jaar houdbaar.

 

 

 

 

Ik moet nu wel met de billen bloot. Mijn ecologische voetafdruk is weer enorm veel groter geworden. Ja, ik zeg het maar eerlijk. Ik ben naar down-down-under geweest, oftewel: Nieuw Zeeland! Ik heb me wel voorgenomen om een blog te wijden over wat me op duurzaamheidsgebied is opgevallen in Nieuw Zeeland. En ik heb wel een paar leuke dingen ontdekt, die ik graag met jullie wil delen.

Bossen in plaats van schapen

Ook in Nieuw Zeeland wil men ‘terug naar de natuur’. Iedereen weet wel dat er in Nieuw Zeeland meer schapen zijn dan mensen (22 tegen 1 zelfs). Van een vriendin van ons, die tevens docent is aan de universiteit van Palmerston North hoorden we echter dat Nieuw Zeelandse overheid voornemens is om het aantal schapen te halveren. Hun mest zorgt voor verontreiniging van de rivieren! De overheid stelt nu subsidies ter beschikking om boeren aan te moedigen bossen te planten waar eerst schapen liepen.

Windmolens en zonnepanelen

We zijn op zo’n landschap geweest, waar een boer een bos heeft aangeplant. Een boer met 600 ha land, heeft zijn bedrijf omgebouwd voor toeristen. Een paar slaapvertrekken en een gezamenlijk vertrek met keuken, wat vroeger een deel van de boerderij was. Men kan er uren  wandelen op zijn “sound”, een landtong. En boskippen zien. Die heten Kea’s, zeg maar de kiwi van overdag (de nationale dier is de Kiwi, een nachtdier, heet een vogel maar kan niet vliegen.)

Windmolenadviezen
Deze zelfde boer heeft zonnepanelen op de berg staan (zie foto), om zijn internet van stroom te voorzien. Daarnaast had hij een windmolen laten bouwen, die echter door de te vaak te harde wind door te hoge snelheid is “opgeblazen”. Op dit moment heb ik contact met hem, om de nieuwste windturbines aan hem te tonen. Kleine molens die tegen alle windsterktes kunnen, vergelijkbaar met de molens op het plaatje hiernaast. Dat zou voor hem de oplossing zijn! Voor mensen die ver van de bewoonde wereld wonen, zijn dit de beste oplossingen, tenzij je een waterval in de buurt hebt. En die heb je op Nieuw Zeeland heb je die heel veel. Want waterkracht centrale zijn aan de orde van de dag. De meeste stroom wordt dus al opgewekt door waterkracht.

 Geen gemanipuleerd voedsel
Nieuw Zeelanders hechten er erg aan, dat hun voedsel niet genetisch gemanipuleerd is. Je ziet daarom weinig geïmporteerde voedingsmiddelen uit Amerika, waarop die garantie niet kan worden gegeven, en relatief veel uit Nederland en de rest van Europa. Zelfs stroopwafels troffen we aan. Of zou dat met onze emigratiegeschiedenis te maken hebben?

Voetafdrukcompensatiegedrag
We hebben enorm veel gewandeld in die maand (390 km) in de tijd dat we daar waren. Wat vind jij, heb ik door tijdens mijn trip zoveel kilometer te voet af te leggen en door mijn windmolenadviezen aan de boer mijn voetafdruk weer wat naar beneden gebracht? Of telt dat niet? En doe jij, als je je schuldig voelt, ook wel eens aan ‘voetafdrukcompenserend gedrag’?